Eenvormige plaatsingsregels voor overheidsopdrachten in speciale sectoren

Vanaf 30 juni 2017 gelden er nieuwe plaatsingsregels voor overheidsopdrachten in de speciale sectoren water, energie, vervoer en post. Op enkele uitzonderingen na is er nog maar één stelsel van toepassing, ongeacht of het gaat om de zgn. publieke of private speciale sectoren.

Speciale sectoren

Tot nu waren twee verschillende besluiten van toepassing op de plaatsing van overheidsopdrachten in de speciale sectoren: één voor de publieke speciale sectoren en één voor de private speciale sectoren. Dit verschil verdwijnt. En de twee besluiten worden opgeheven.

Om de zaken te vereenvoudigen kiest men ervoor om grotendeels te werken met één set van plaatsingsregels. Zowel van toepassing op de publieke als private speciale sectoren.

Overheidsopdrachtenwet

Het nieuw plaatsingsbesluit geeft uitvoering aan titel 3 van de wet overheidsopdrachten van 17 juni 2016. Titel 3 heeft het over de overheidsopdrachten in de speciale sectoren.

De plaatsingsregels voor overheidsopdrachten in de klassieke sectoren zijn al eerder vastgelegd. In het besluit van 18 april 2017.

Europese terminologie

Het nieuwe besluit zet de Europese Richtlijn 2014/25 van 26 februari 2014 verder om in Belgisch recht. Het neemt de nieuwe Europese terminologie voor de verschillende procedures over.

Geïnspireerd op klassieke sectoren

Het nieuw plaatsingsbesluit voor de speciale sectoren is grotendeels geïnspireerd op het recent plaatsingsbesluit voor de klassieke sectoren. Er zijn wel enkele versoepelingen voor de speciale sectoren.

Sommige regels uit het besluit klassieke sectoren zijn niet overgenomen in de plaatsingsregels voor de speciale sectoren. Het gaat voornamelijk om

de regeling over het belangenconflict bij een draaideurconstructie. Zij is te streng voor de arbeidsmobiliteit in de speciale sectoren, en dit vooral voor overheidsbedrijven en personen met bijzondere of exclusieve rechten;

de regels over de inschrijver-natuurlijke persoon die tijdens de plaatsingsprocedure zijn beroepsactiviteit onderbrengt in een rechtspersoon;

de regels over het vervroegd nazicht van de offertes (nog vóór de geschiktheid van de inschrijvers wordt beoordeeld) in de openbare procedures of in de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging. Het gaat meer bepaald om het verplicht voorafgaand nazicht van de fiscale en sociale schulden en de eventuele corrigerende maategelen.

Daarnaast zijn bepaalde regels uit het besluit klassieke sectoren wel van toepassing op de speciale sectoren, maar is hun werking versoepeld. Er kan van afgeweken worden bij andersluidend beding in de opdrachtdocumenten. Het gaat bv. om de selectiecriteria, de vermeldingen in de offerte en de opening van de offertes bij openbare en niet-openbare procedures.

Onderhandelingsprocedure

Een ander belangrijk verschilpunt met de plaatsingsregels voor klassieke sectoren is dat bij de speciale sectoren er geen drempel is voor het gebruik van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging. Deze procedure is in de speciale sectoren immers geen uitzonderingsprocedure. 

De aanbestedende entiteit kan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging voortaan gebruiken wanneer de goed te keuren uitgave lager ligt dan 418.000 euro. In de publieke speciale sectoren lag die drempel meestal een pak lager.

Buiten toepassingsgebied

Het nieuw besluit speciale sectoren is niet van toepassing op de overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking en die geplaatst zijn door

personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten;

aanbestedende overheden, voor opdrachten die betrekking hebben op elektriciteitsproductie; en

overheidsbedrijven. Dit wel alleen maar voor opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst.

Structuur

Tot slot geven we ook nog de structuur van het nieuw besluit mee. In totaal zijn er 9 titels en 5 bijlagen.

Inwerkingtreding

Het nieuwe besluit treedt grotendeels in werking op 30 juni 2017. Er is voorzien in een reeks overgangsbepalingen, vooral wat betreft het gebruik van elektronische communicatiemiddelen.

Voor de overheidsopdrachten in de speciale sectoren treedt de overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016 ook in werking op 30 juni 2017 (voor zover de artikelen nog niet eerder in werking waren). En dit voor de opdrachten die vanaf dan worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt en voor de opdrachten waarvoor - als er geen verplichting tot voorafgaande bekendmaking is - vanaf dan wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.

Let wel op. Voor de bepalingen in de overheidsopdrachtenwet over het gebruik van elektronische communicatiemiddelen geldt een andere inwerkingtreding. Er wordt gewerkt met een gespreide inwerkingtreding. Voor opdrachten die de drempel voor de Europese bekendmaking bereiken moet pas op 18 oktober 2018 gebruik gemaakt worden van de elektronische communicatiemiddelen. Voor opdrachten die die drempel niet halen is dat pas op 1 januari 2020. Bij gebruik van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen en elektronische catalogi, gelden de elektronische communicatiemiddelen vanaf 30 juni 2017. Dat is ook het geval ten aanzien van aankoopcentrales.

Bron: Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017, BS 23 juni 2017

Zie ook:
Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten
Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017