België implementeert Europese regels over collectief beheer van auteursrechten

Een wet van 8 juni 2017 zet richtlijn 2014/26 om naar Belgisch recht. Die tekst bevat Europese regels voor het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en voor de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor het online gebruik ervan op de interne markt. Bedoeling is om via een nieuw juridisch raamwerk het beheer en de licentieverlening te verbeteren en te vergemakkelijken.

Dat gebeurt via een wijziging van het Wetboek van economisch recht. Meer bepaald via aanpassingen in boek I, boek XI, boek XV en boek XVII van dat wetboek, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen die van toepassing blijven op de vennootschappen. Denk hier aan de regel die bepaalt dat de algemene vergadering ten minste één keer per jaar wordt bijeengeroepen. Sommige bepalingen uit de richtlijn vragen zelfs geen aanpassing van het Wetboek van economisch recht.

We moeten er ook meteen aan toevoegen dat de Belgische reglementering al grotendeels in overeenstemming is met de richtlijn. Een wet van 10 december 2009 heeft het collectieve beheer van de auteursrechten en de naburige rechten al gemoderniseerd door aan de beheersvennootschappen een aantal verplichtingen op te leggen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de informatie die zij aan de rechthebbenden moeten verstrekken, en de wetgever voorziet ook in externe en interne controle. De belangrijkste bepalingen werden al in het Wetboek van economisch recht opgenomen.

Toch blijkt uit het bijhorend verslag dat de nieuwe wet op een paar punten afwijkt van de richtlijn, namelijk:

in artikel 28 (tot invoeging van een artikel XI.248/2 in het Wetboek van economisch recht) wordt aangegeven dat de rechthebbenden het recht behouden licenties te verlenen voor niet-commercieel gebruik van alle rechten, zelfs ingeval de rechthebbenden het beheer van die rechten hebben overgedragen aan een beheersvennootschap (met inachtneming van de in de statuten van de beheersvennootschap bepaalde voorwaarden);

in artikel 44 (tot vervanging van artikel XI.250) wordt bepaald dat de beheersvennootschappen de rechteninkomsten en de inkomsten uit de belegging van rechteninkomsten uitsluitend niet-speculatief mogen beleggen, terwijl de richtlijn die keuze overlaat aan de algemene vergadering van de beheersvennootschap (dat element is overgenomen van de wet van 10 december 2009);

in artikel 49 (tot vervanging van artikel XI.254) regelt de wet de verdeling van de niet-verdeelbare sommen onder de rechthebbenden van dezelfde categorie, op grond van de nadere regels die bij tweederdemeerderheid door de algemene vergadering werden goedgekeurd, terwijl de richtlijn die keuze volledig overlaat aan het oordeel van de algemene vergadering (ook dat element is overgenomen van de wet van 10 december 2009).

De richtlijn zelf bestaat uit vijf titels:

Titel I bevat de algemene bepalingen (het onderwerp van de richtlijn, het toepassingsgebied en de definities).

Titel II, getiteld ?Collectieve beheerorganisaties?, heeft betrekking op de bepalingen ter verbetering van de werking van het collectieve beheer door collectieve beheersvennootschappen.

Titel III handelt over de multiterritoriale licenties.

Titel IV, getiteld ?Handhavingsmaatregelen?, omvat hoofdzakelijk de regels betreffende de handhaving van de regels door collectieve beheersvennootschappen (klachtenprocedures, geschillenbeslechting, controleinstanties ?).

Titel V bevat hoofdzakelijk de procedurele maatregelen in verband met de omzetting en de slotbepalingen.

Titels I, II, IV en V zijn van toepassing op alle collectieve beheerorganisaties die in de Europese Unie gevestigd zijn, maar titel III geldt enkel voor organisaties die de auteursrechten op muziekwerken beheren.
Uiteraard moet de omzetting in de eerste plaats de nationale regels coördineren die handelen over de toegang tot het beheer van de auteursrechten en de naburige rechten door collectieve beheerorganisaties, en over de manier waarop zij worden bestuurd. Ook het toezichtskader speelt een belangrijke rol. Daardoor zijn de rechthebbenden bij het collectief beheer beter beschermd en geïnformeerd. Onder andere dankzij een versterking van de informatieplicht en de verhoogde transparantie.

Het tweede deel van de wet behandelt de multiterritoriale licentieverlening, met het oog op het onlinegebruik ervan op de interne markt. Die artikelen zijn een letterlijke omzetting van de richtlijn. Deze regelgeving voert strengere voorwaarden en transparantieeisen in voor de beheersvennootschappen die multiterritoriale licenties willen aanbieden en beheren. Logischerwijs kiest de wetgever hier voor een verdere uitdieping van de wet van 10 december 2009. De principes blijven dus behouden, maar er is sprake van meer transparantie, beheersefficiëntie, informatieplichten en controlemogelijkheden.

De datum van inwerkingtreding ligt nog niet vast. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van het geheel of een deel van elk van de artikelen van deze wet en van elke bepaling ingevoegd door deze wet in het Wetboek van economisch recht, zo klinkt het.
Maar de regels - artikelen 85 tot 96 - in verband met de 'multiterritoriale licenties van onlinerechten inzake muziekwerken met het oog op onlinegebruik ervan' treden wel in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. Dat is dus op 27 juni 2017.

Bron: Wet van 8 juni 2017 tot omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor het online gebruik ervan op de interne markt, BS 27 juni 2017