Vereisten voor de controle van de waterkwaliteit in de voedingsindustrie bijgewerkt

Fabrikanten van voedingsmiddelen moeten strikte regels volgen wat de controle betreft van het water dat ze gebruiken. De regering actualiseert deze regels nu zodat ze rekening houden met de toepassing van de Europese richtlijn 2015/1787 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.

Naast enkele technische aanpassingen gaat het voornamelijk om wijzigingen aan het koninklijk besluit van 14 januari 2002 over de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water in de voedingsindustrie. Deze wijzigingen hebben betrekking op de controleprogramma's voor de waterkwaliteit en op de specificaties voor de analyse van parameters.

Controleprogramma's

De exploitant van een voedingsmiddeleninrichting moet passende controleprogramma's opstellen die voldoen aan bepaalde minimumvereisten (uitgezonderd voor water in flessen of in verpakkingen, die door andere bepalingen worden geregeld). Deze vereisten worden nu bijgewerkt.

De regering wijst zo nogmaals op het doel van deze controleprogramma's en legt er de frequentie en de 'parameters' van vast. Onder parameters worden de stoffen verstaan waarvan de aanwezigheid wordt gecontroleerd, zoals ammonium, aluminium, ijzer, de E. colibacterie, enz. De bemonsteringsfrequentie hangt af van de controleerde parameter. De bemonsteringsmethodes en het vaststellen van de bemonsteringspunten komen eveneens aan bod.

De exploitant van een voedingsmiddeleninrichting krijgt ten slotte de mogelijkheid om af te wijken van de parameters en de bemonsteringsfrequenties in functie van de resultaten die verkregen werden in het kader van een risico-evaluatie die hij zelf uitvoerde. Op basis van deze resultaten kunnen de lijst van gecontroleerde parameters en de bemonsteringsfrequenties worden uitgebreid of beperkt op voorwaarde dat bepaalde voorwaarden gerespecteerd worden.

Analyse van parameters

Daarbovenop moet de exploitant van een voedingsmiddeleninrichting er ook voor zorgen dat de analysemethodes die in het kader van de controle van de waterkwaliteit worden gebruikt, worden gevalideerd en gedocumenteerd overeenkomstig de norm EN ISO 17025 (of een andere gelijkwaardige norm). De regering legt zo de methodes vast die voor elke microbiologische parameter moeten gebruikt worden.

Wat betreft de chemische parameters en de indicatorparameters waarvoor er prestatiekenmerken gespecificeerd zijn, legt de regering waarden vast voor de 'meetonzekerheid', de 'juistheid', de 'precisie' en de 'aantoonbaarheid'.
Concreet moeten er met de gebruikte analysemethode ten minste concentraties kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de parameterwaarde van 30% of minder van de desbetreffende parameterwaarde, naast een meetonzekerheid.
Bovendien mag de exploitant tot en met 31 december 2019 een reeks prestatiekenmerken zoals juistheid, precisie en aantoonbaarheid gebruiken, zoals hierboven vermeld, in de plaats van 'parameterwaarde' en 'meetonzekerheid'.

Inwerkingtreding

Deze wijzigingen treden in werking op 13 juli 2017. Dat is tien dagen na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 12 juni 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2002 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water dat in voedingsmiddeleninrichtingen verpakt wordt of dat voor de fabricage en/of het in de handel brengen van voedingsmiddelen wordt gebruikt, BS 3 juli 2017.

Zie ook:
Richtlijn (EU) 2015/1787 van de Commissie van 6 oktober 2015 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Richtlijn 98/83/EG van de Raad betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water, Pb. L van 7 oktober 2015, afl. 260.