Adoptie-uitkeringen: zelfstandigen worden niet meer gediscrimineerd

De wetgever maakt een einde aan de discriminatie die bestond bij zelfstandigen die aanspraak wilden maken op adoptie-uitkeringen. De termijn waarin ze hun aanvraag bij het ziekenfonds moeten indienen, wordt eindelijk gelijkgesteld met die van de werknemers. Deze aanpassing wordt al van toepassing op 14 juli 2017.

Een onrecht?

Een zelfstandige die zijn beroepswerkzaamheid wil onderbreken om een of meerdere kinderen te adopteren, kan van zijn verzekeringsinstelling (ziekenfonds) adoptie-uitkeringen krijgen. De termijn waarin hij die uitkeringen moet aanvragen, is echter bijzonder streng op dit ogenblik.

De zelfstandige moet immers zijn aanvraag bij zijn ziekenfonds indienen ?per gewone post of door het neerleggen van een aanvraag ter plaatse, tegen ontvangstbewijs?:

ten vroegste vanaf de indiening van het verzoekschrift bij de bevoegde rechtbank of, bij gebrek hieraan, vanaf de datum van ondertekening van de adoptieakte, en

ten laatste de dag van de inschrijving van het kind bij de hoofdverblijfplaats van de adoptant.

En elke aanvraag die na deze termijn wordt ingediend is 'onontvankelijk'?

De strikte termijn en de sanctie vormen nog een groter onrecht omdat de regeling voor de werknemers op die punten verschillend is.

In de praktijk is deze procedure voor de zelfstandige ook trouwens erg gecompliceerd. Het is immers logisch dat de aanvraag tot adoptieverlof pas ingediend wordt wanneer de adoptieakte ondertekend is en dus bekend is wie het kind is. Op het moment van de indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank is dit zeker nog niet het geval, lezen we in de parlementaire voorbereiding.

Bovendien moet de aanvraag tot uitkeringen bij het ziekenfonds altijd samengaan met een gemeentelijk attest ter bewijs van inschrijving bij de hoofdverblijfplaats van de ouder die adopteert. Aangezien de aanvraag moet ingediend worden ten laatste de dag van de inschrijving van het kind bij de gemeente, is de zelfstandige dus verplicht om op dezelfde dag het adoptiekind in te schrijven én zijn aanvraag tot uitkeringen bij het ziekenfonds in te dienen. Wat dus niet evident is.

? uit de wereld geholpen

Om dit grote onrecht uit de wereld te helpen schrapt de wetgever nu de termijn en de sanctie die van toepassing zijn op de zelfstandige.

De zelfstandige die aanspraak wenst te maken op adoptie-uitkeringen, hoeft voortaan dus maar enkel:

een aanvraag in te dienen bij zijn ziekenfonds per gewone post of door het neerleggen van een aanvraag ter plaatse, tegen ontvangstbewijs, vergezeld: van een kopie van het bij de rechtbank ingediende verzoekschrift of, bij gebrek hieraan, een kopie van de adoptieakte tenzij de instelling reeds beschikt over dit bewijs,als het een buitenlandse adoptie betreft, van een kopie van het bewijs van registratie van een buitenlandse beslissing houdende een adoptie, afgeleverd door de Dienst Internationale Adopties van de FOD Justitie; en

aan te geven hoeveel weken hij wenst op te nemen.

Als gevolg hiervan beantwoordt de regelgeving die van toepassing is op zelfstandigen inzake adoptieverlof nu ook aan het gelijkheidsbeginsel dat in de Belgische grondwet verankerd is.

Identieke duur en identiek bedrag

De procedure die zelfstandigen moeten volgen om een aanvraag tot adoptie-uitkeringen in te dienen wordt dus afgestemd op de regeling voor de werknemers. Niets verandert echter wat betreft de duur van het adoptieverlof en het bedrag van de uitkering.

Nog even ter herinnering. De duur van het adoptieverlof is afhankelijk van de leeftijd van het kind. De duur van het verlof bedraagt maximaal zes weken als het kind jonger is dan drie jaar en maximaal vier weken als het kind tussen de drie en de acht jaar oud is. De duur wordt verdubbeld (twaalf weken of acht weken) wanneer het adoptiekind aan een ernstige aandoening of aan een fysieke of mentale handicap van minstens 66% lijdt. Het adoptieverlof moet opgenomen worden voor een ononderbroken periode van minstens één week of een veelvoud van een week. Het recht erop neemt een einde van zodra het kind zijn achtste verjaardag viert.

Het adoptieverlof moet worden opgenomen ten vroegste de dag van de inschrijving van het kind bij de hoofdverblijfplaats van de adoptant en ten laatste twee maanden na deze inschrijving.

Bron: Wet van 18 december 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 december 2006 tot invoering van de toekenningsvoorwaarden van een adoptieuitkering ten gunste van zelfstandigen met het oog op wijziging van de aanvraagprocedure voor een adoptieuitkering, BS 4 juli 2017.