Belastingkrediet voor kinderen ten laste uitgebreid

Voortaan kan er ook een belastingkrediet voor kinderen ten laste worden verleend aan belastingplichtigen van wie het gezamenlijk belaste inkomen weliswaar hoger of gelijk is aan de belastingvrije som, maar de basisbelasting lager is dan de belasting op de belastingvrije som.

Op deze manier wordt het voordeel van de tariefverlaging die in het kader van de taxshift werd doorgevoerd, ten volle verleend aan belastingplichtigen met kinderen ten laste.

De wet van 30 juni 2017 wijzigt daarvoor artikel 134, § 3 en § 4 van het WIB 1992.
Ze heeft uitwerking vanaf het aanslagjaar 2017.

Principe

Om het voordeel van de tariefverlaging in de personenbelasting ook effectief te verlenen aan belastingplichtigen met personen ten laste of een verhoogd basisbedrag van de belastingvrije som omwille van een zware handicap, werkt de fiscus vanaf aanslagjaar 2017 met twee belastingbarema's:

de oude tariefschaal wordt toegepast voor de berekening van de belasting op de belastingvrije som;

de nieuwe (lagere) tariefschaal voor de berekening van de basisbelasting (= de belasting op het gezamenlijk belaste inkomen).

Het belastingkrediet voor kinderen ten laste wordt, net zoals voor het aanslagjaar 2016, nog altijd bepaald door de 'oude tarieven' toe te passen op het gedeelte van de belastingvrije som dat meer bedraagt dan het gezamenlijk belaste inkomen en betrekking heeft op de toeslagen voor kinderen ten laste.
Het bedrag van het belastingkrediet wordt in de taxshift dus enkel beïnvloed door de verhoging van het bedrag van de belastingvrije som, niet door de tariefverlaging.

Is het gezamenlijk belaste inkomen gelijk aan of licht hoger dan de belastingvrije som, dan kan de belasting op de belastingvrije som hoger zijn dan de basisbelasting. In dit geval wordt de belasting teruggebracht tot nul. Het voordeel van de tariefverlaging wordt op deze manier dus niet ten volle verleend.

Om de koopkracht van gezinnen met kinderen verder te versterken, laat de Regering hen vanaf het aanslagjaar 2017 ook ten volle van de tariefverlaging genieten. De wet van 30 juni 2017 zet het gedeelte van de belasting op de belastingvrije som dat betrekking heeft op de toeslagen voor kinderen ten laste en niet in mindering kan worden gebracht van de basisbelasting, om in een terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderlast (art. 134, § 3, nieuw eerste lid, WIB 1992, vervangen door art. 2, a), wet van 30 juni 2017).

Nieuwe berekening

Tot nog toe werd voor de berekening van het belastingkrediet voor kinderlast het deel van de belastingvrije som dat het gezamenlijk belaste inkomen overschrijdt bij voorrang geacht te bestaan uit toeslagen voor kinderlast.

Bij de nieuwe manier van berekening van het belastingkrediet (vanaf aj. 2017) gaat de fiscus ervan uit dat de belastingvrije som achtereenvolgens is opgebouwd uit (art. 134, § 3, nieuw tweede lid, 1°, WIB 1992, vervangen door art. 2, a), wet van 30 juni 2017):

het basisbedrag (art. 131, WIB 1992);

de toeslagen die geen betrekking hebben op kinderen ten laste (art. 132, eerste lid, 7° en 8° en art. 133, WIB 1992), en

op de toeslagen voor kinderen ten laste (art. 132, eerste lid, 1° tot 6°, WIB 1992).

Op deze manier wordt de belasting op de toeslagen voor kinderen ten laste berekend tegen het hoogste tarief. Net als in de huidige berekening van het belastingkrediet voor kinderlast, wordt er ook geen rekening gehouden met het gedeelte van de belastingvrije som dat het gezamenlijk belaste inkomen overschrijdt en geen betrekking heeft op de toeslagen voor kinderlast (art. 134, § 3, nieuw tweede lid, 2°, WIB 1992; vervangen door art. 2, a), wet van 30 juni 2017).

De beperking van het belastingkrediet voor kinderlast tot 250 euro per kind ten laste (geïndexeerd bedrag aj. 2017: 440 euro) blijft behouden.

Nieuwe berekening bij gemeenschappelijke aanslag

Tot nog toe wordt bij een gemeenschappelijke aanslag voor de berekening van het belastingkrediet voor kinderlast het verschil gemaakt tussen de belastingvrije sommen van beide echtgenoten samen en de gezamenlijk belaste inkomsten van beide echtgenoten samen. Het belastingkrediet wordt dan berekend in hoofde van de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen (art. 134, § 4, 5°, WIB 1992).

In geval van een gemeenschappelijke aanslag, kan bij beide echtgenoten de belasting op de belastingvrije sommen hoger zijn dan de basisbelasting en kunnen bij beide echtgenoten toeslagen voor kinderlast in rekening zijn gebracht. De wet van 30 juni 2017 zet nu bij elk van de echtgenoten het gedeelte van de belasting op de belastingvrije som dat niet in mindering kan worden gebracht van de basisbelasting en betrekking heeft op toeslagen voor kinderlast, om in een terugbetaalbaar belastingkrediet (art. 134, § 4, eerste lid, 6°, WIB 1992, zoals ingevoegd door art. 2, c), wet van 30 juni 2017).

Het principe van de overheveling van de belastingvrije som tussen echtgenoten wordt wel behouden (art. 134, § 4, eerste lid, 3° en 4°, zoals vervangen bij artikel 2, b), wet van 30 juni 2017).
Om de regel dat het belastingkrediet voor kinderen ten laste verder wordt berekend in hoofde van de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen verder te respecteren, worden de toeslagen voor kinderen ten laste zoveel mogelijk bij de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen gehouden.

De overheveling van een overschot aan belastingvrije som van de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen naar de andere echtgenoot wordt dan ook beperkt tot het gedeelte dat nodig is om de belastingvrije som van de andere echtgenoot op dezelfde hoogte te brengen als zijn gezamenlijk belaste inkomen. Bovendien wordt het gedeelte van de belastingvrije som dat geacht wordt te bestaan uit toeslagen voor kinderlast als laatste in de overheveling betrokken (art. 134, § 4, tweede lid, WIB 1992, zoals ingevoegd door art. 2, d), wet van 30 juni 2017).

Wanneer ook de belastingvrije som van de echtgenoot met het laagste gezamenlijk belaste inkomen hoger is dan diens gezamenlijk belaste inkomen, is het verschil tussen dat gezamenlijk belaste inkomen en die belastingvrije som negatief. Bij gebrek aan een positief verschil zal er geen overheveling zijn van het overschot aan belastingvrije som van de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen.

Het maximumbedrag van 250 euro (geïndexeerd bedrag aj. 2017: 440 euro) per kind ten laste geldt voor beide echtgenoten samen.
In het uitzonderlijke geval dat aan elk van de echtgenoten een belastingkrediet wordt verleend en dat belastingkrediet moet worden beperkt, wordt het maximumbedrag over de beide echtgenoten verdeeld in verhouding tot het bedrag van het belastingkrediet waarop elke echtgenoot vóór de beperking aanspraak kon maken tot de som van de belastingkredieten van beide echtgenoten samen vóór de beperking.

In werking

Deze nieuwe berekening van het belastingkrediet is altijd voordeliger dan de huidige berekening.
Ze kan al worden toegepast vanaf het aanslagjaar 2017.

Bron: Wet van 30 juni 2017 tot wijziging van artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van de berekening van het belastingkrediet voor kinderen ten laste, BS 7 juli 2017.

Zie ook:
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (Onderafdeling 2. Belastingvrije som (art. 131 e.v.))