Wetgever herziet procedure voor bewarend beslag inzake BTW (art. 7, wet fiscale fraude)

Vanaf 17 juli 2017 kan er al bewarend beslag gelegd worden op roerende goederen zodra de btw-ambtenaren tijdens hun onderzoek bij een btw-belastingplichtige, feiten vaststellen die wijzen op 'ernstige fraude, al dan niet georganiseerd', die bijgedragen hebben tot de overtreding van de regels van het Btw-Wetboek of de uitvoeringsbesluiten ervan. De btw-ambtenaren kunnen dan bewarend beslag leggen op alle roerende goederen waarvoor tijdens dat onderzoek niet is aangetoond dat zij uitsluitend aan derden toebehoren (nieuw art. 52bis, Btw-Wetboek, ingevoerd door art. 7, wet van 30 juni 2017).

Oude regeling

Tot nog toe stond het 'oude' artikel 52bis van het Btw-Wetboek slechts bewarend beslag van goederen toe als het onmogelijk was de tussenkomende partijen te identificeren of de oorsprong, de hoeveelheid, de prijs of de waarde van de goederen vast te stellen. Zodra die identificatie of vaststelling gebeurde, moest het beslag opgeheven worden.

Proces-verbaal van beslag

In de nieuwe procedure stellen de btw-ambtenaren, in het bezit van hun aanstellingsbewijs, een proces-verbaal van beslag op dat de volgende vermeldingen moet bevatten:

de dag, de maand, het jaar en de plaats van het beslag;

de naam, voornaam, graad en hoedanigheid van de verbaliserende ambtenaren;

de identificatie van de beslagene door de vermelding van het ondernemingsnummer indien gekend alsook van hetzij de naam, de voornaam en de woonplaats voor een natuurlijk persoon, hetzij de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel voor een rechtspersoon;

de vermelding van de feiten vastgesteld door deze btw-ambtenaren;

de motivatie van de hoogdringendheid van het beslag;

de vermelding en de specificatie van een belastingschuld die zeker is en vaststaand of vatbaar voor een voorlopige raming;

de inventaris van de beslagen goederen die een voldoende nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de goederen bevat;

de handtekening van minstens twee verbaliserende ambtenaren;

de integrale weergave van artikel 507 van het Strafwetboek;

de rechtsmiddelen tegen de maatregelen, het bevoegde gerechtelijk arrondissement en de bevoegde rechtsinstantie;

de administratie die in geval van beroep moet gedagvaard worden.

Indien het afschrift van het proces-verbaal niet aan de beslagene kan worden overhandigd tegen ontvangstbewijs op het ogenblik van het beslag, wordt dit afschrift onmiddellijk ter plekke achtergelaten en zal het proces-verbaal van beslag - op straffe van nietigheid - hem binnen de 14 dagen met een aangetekende brief bezorgd worden.

Dit bewarend beslag mag geen afbreuk doen aan artikel 1408, § 1 en § 2 van het Gerechtelijk Wetboek inzake de niet voor beslag vatbare goederen.

Onoverdraagbaarheid beslagen goederen

Als gevolg van het bewarend beslag kunnen de goederen niet worden vervreemd of bezwaard gedurende een periode van 3 jaar zonder dat evenwel enig voorrecht wordt verschaft. Het bewarend beslag geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden binnen de 3 werkdagen, door de verbaliserende ambtenaren, van een bericht van beslag overeenkomstig artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.

Bekrachtiging beslag door beslagrechter

Op straffe van nietigheid moet de geldigheid van het 'bewarend' beslag bekrachtigd worden door de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor belast met de invordering van de fiscale schuld bevindt, binnen een termijn van 2 maanden (in plaats van 1 maand in de 'oude' regeling), te rekenen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal van beslag.
De procedure wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift. De beslissing van de beslagrechter is uitvoerbaar bij voorraad.

Beroep tegen beslag

Bij toepassing van het principe van artikel 1420 van het Gerechtelijk Wetboek kan de beslagene binnen de 3 maanden na overhandiging van het proces-verbaal van beslag of van de verzending van de aangetekende brief beroep instellen bij de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor belast met de invordering van de btw-schuld bevindt, om de opheffing of wijziging van het beslag te verkrijgen in het geval dat niet aan de voorwaarden van het nieuwe artikel 52bis van het Btw-wetboek werd voldaan.

De beslagrechter oordeelt onder meer of de waarde van de beslagen goederen niet disproportioneel is tegenover de zekere belastingschuld die is bepaald of voorlopig geraamd. Hij kan eveneens het beslag wijzigen of opheffen in geval van veranderde omstandigheden.

De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding overeenkomstig de artikelen 1035 tot 1041 van het Gerechtelijk Wetboek.

In voorkomend geval behoudt het beslag zijn bewarend karakter gedurende de rechtsgang van de ingeleide gerechtelijke procedure evenals tijdens een eventuele rechtsgang van de vordering in rechte ingeleid op grond van artikel 89, tweede lid, Btw-Wetboek.

Dwangbevel

Op straffe van nietigheid van het beslag, wordt een dwangbevel met betrekking tot de belastingschuld uitgevaardigd overeenkomstig artikel 85 van het Btw-Wetboek binnen 3 maanden na de kennisgeving van het proces-verbaal van beslag.

Dit dwangbevel kan maar worden ter kennis gebracht of betekend aan de beslagene na de bekrachtiging van het beslag door de beslagrechter.

Door de loutere kennisgeving of betekening van dit dwangbevel wordt het bewarend beslag omgezet in een uitvoerend beslag en de daaropvolgende tenuitvoerlegging ervan gebeurt overeenkomstig artikel 1497 van het Gerechtelijk Wetboek.

Het uitvoerend beslag op roerende goederen zal vervolgens plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van artikel 1499 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek, onverminderd de mogelijkheid voor de beslagene, in geval van veranderde omstandigheden, om de wijziging of opheffing van het beslag te verzoeken voor de beslagrechter.

In werking

De 'wet van 30 juni 2017 houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude' voert deze nieuwe prodecure voor bewarend beslag inzake btw in.
Ze treedt in werking op 17 juli 2017, tien dagen na haar publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet van 30 juni 2017 houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude, BS 7 juli 2017 (art. 7)

Zie ook:
Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde van 3 juli 1969 (Btw-wetboek), BS 17 juli 1969 (art. 52bis)