Vlaamse Pachtprijzencommissie krijgt wettelijke basis (art. 12 DB Omgeving)

De Zesde Staatshervorming heeft ervoor gezorgd dat Vlaanderen een eigen Pachtprijzencommissie heeft gekregen. De samenstelling ervan werd op 3 juni 2016 al geformaliseerd in een besluit. Dat besluit is intussen trouwens ruim een jaar van kracht. Het is echter ook cruciaal dat de commissie een adequate wettelijke basis krijgt. Iets waar de Vlaamse decreetgever nu werk van maakt via het DB Omgeving.

Hij past hiervoor de federale ?Wet tot beperking van de Pachtprijzen? aan: 'de Vlaamse regering stelt een Pachtprijzencommissie in die bestaat uit minstens 3 pachters, minstens 3 grondeigenaars en een door de Vlaamse regering aan te wijzen ambtenaar van het Vlaams ministerie van Landbouw en Visserij (voorzitter)'.

De Vlaamse commissie is dus even groot als de vroegere federale voorganger. Maar dat blijkt niet uit het besluit van 3 juni 2016. Daarin is telkens sprake van 5 leden. Op basis van dat besluit zou de Vlaamse Pachtprijzencommissie dus 10 leden tellen met allen een plaatsvervanger. Een fout die werd opgemerkt door de Raad van State. Het is wel degelijk de bedoeling dat de Vlaamse Pachtprijzencommissie 6 man groot is (met 6 plaatsvervangers).

Logischerwijs wordt voor de werking van de Vlaamse Pachtprijzencommissie, de benoeming van de leden en de plaatsvervangers en hun bezoldiging een Vlaams besluit genomen. Ook dat wordt opgenomen in de wetgeving. 

In werking: 27 mei 2016.

Bron: Decreet van 30 juni 2017 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw, BS 7 juli 2017 (art. 12 en 125).

Zie ook
Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2016 tot wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 11 september 1989 betreffende de pachtprijzencommissies, BS 1 juli 2016.