Geen eindafwerking onder dwang meer bij ontginning (art. 45-47 DB Omgeving)

Ondernemingen uit de ontginningssector moeten geen financiële zekerheid meer stellen die ervoor moet zorgen dat zij hun verplichting tot eindafwerking van de ontgonnen sites nakomen.
Dat geeft de sector extra financiële ruimte.

Geen financiële zekerheid meer

De ontginningssector had vroeger geen goede naam. Eens de ontginningsactiviteiten werden gestaakt, werden vaak álle activiteiten gestaakt en liet de herinrichting van het ontgonnen terrein al eens tevergeefs op zich wachten.
Om de herinrichting te kunnen afdwingen, voerde de overheid in 2003 een verplichte financiële zekerheid in. Dat kon een verzekering zijn, een bankgarantie, of een andere persoonlijke of zakelijke zekerheid. Het bedrag ervan moest in elk geval hoog genoeg zijn om de eindafwerking van alle percelen te kunnen afdwingen.

Maar er is veel veranderd, vindt de decreetgever. ?Vandaag kan men stellen dat het imago van de ontginningssector voor herinrichtingswerkzaamheden is opgepoetst?. In meer dan 10 jaar heeft de overheid geen enkele keer een waarborg moeten aanspreken.
De financiële zekerheid kan dus geschrapt worden.

Eindafwerking binnen de 5 jaar

De verplichting om de ontginde terreinen af te werken, blijft wel in het oppervlaktedelfstoffendecreet staan. De decreetgever specificeert nu zelfs dat de eindafwerking binnen de 5 jaar na de stopzetting van de ontginning moet plaatsvinden.

Als de vergunde oppervlakte in zones werd ingedeeld en er gefaseerd wordt ontgonnen, geldt die termijn van 5 jaar per zone.

De verplichting tot eindafwerking blijft ook gelden nadat de vergunningstermijn is verstreken, of nadat de vergunning is vervallen, ze werd ingetrokken of geschorst.

Er is geen verplichting tot eindafwerking voor niet-ontgonnen zones.

Meldplicht

De ontginner meldt elk jaar aan het departement Omgeving welke percelen of delen van percelen intussen werden afgewerkt. Die melding kan ook opgenomen worden in het jaarlijkse voortgangsrapport of in het geactualiseerde basisvoortgangsrapport.

Geen sancties meer?

Het is overigens niet omdat de financiële zekerheid nu wegvalt, dat de Vlaamse overheid geen stok achter de deur meer zou hebben. De verplichting tot eindafwerking blijft in het oppervlaktedelfstoffendecreet staan en kan dus gesanctioneerd worden volgens de regels van het milieuhandhavingsdecreet en zijn uitvoeringsbepalingen.

Van toepassing:

Vlaams gewest.

Vanaf 17 juli 2017. Wettelijke regeling van inwerkingtreding 10 dagen na publicatie in BS.

Bron: Decreet van 30 juni 2017 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw, BS 7 juli 2017 (art. 45-47 DB Omgeving).

Zie ook:

Decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen, BS 25 augustus 2003 (oppervlaktedelfstoffendecreet).

Besluit van de Vlaamse regering van 26 maart 2004 houdende regels tot uitvoering van het oppervlaktedelfstoffendecreet, BS 28 juni 2004 (art. 25 e.v. van het BVR?van 26 maart 2004).