Soepel regime bij overdracht van appartementen op risicogrond uitgebreid (art. 65 en 68 DB Omgeving)

Een gebouw op een risicogrond kan maar verkocht worden als er eerst een oriënterend bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Dat is niet zo bij de verkoop van een appartement in een appartementsgebouw op een risicogrond. Daar geldt een soepeler regime voor de appartementen die niets te maken hebben met de risico-inrichting of risicogrond. Het verzameldecreet verduidelijkt nu dat dit soepele regime niet alleen geldt wanneer het appartement onder het gewone regime van de gedwongen mede-eigendom valt, maar ook wanneer er sprake is van een vereenvoudigde mede-eigendom.

Geen oriënterend bodemonderzoek?

Wie een risicogrond (al dan niet met een gebouw erop) wil overdragen, moet op eigen initiatief en kosten een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren en het verslag daarvan aan de Ovam bezorgen. Een risicogrond is een grond waarop een risico-inrichting (fabriek, garage, zware machine,?) gevestigd is, of was.

Voor appartementen in een appartementsgebouw geldt echter een afwijkend regime. Bij overdracht van een privatief deel (appartement) van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van de gedwongen mede-eigendom (appartementsgebouw), moet er alleen maar een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd worden:

als de risico-inrichting in het privatieve gedeelte gevestigd is, of was; of

als in de gemeenschappelijke delen een risico-inrichting gevestigd is die uitsluitend bestemd is voor dat privatieve deel, of als dat vroeger het geval was.

Ook bij vereenvoudigde mede-eigendom

De decreetgever verwijst in dit 'appartementenregime' uitdrukkelijk naar het stelsel van de gedwongen mede-eigendom. Dus naar het 'normale' eigendomsstelsel bij appartementen. De beginselen van de gedwongen mede-eigendom zijn immers automatisch van toepassing op elk gebouw en op elke groep van gebouwen waarvan het eigendomsrecht verdeeld is tussen meerdere personen, volgens kavels die bestaan uit een gebouwd privatief gedeelte en een aandeel in de gemeenschappelijke onroerende delen.

Het Burgerlijk Wetboek laat echter toe om van de algemene beginselen van de gedwongen mede-eigendom af te wijken. In dat geval moeten alle mede-eigenaars daar wel mee instemmen. Er wordt dan meestal geen 'vereniging van mede-eigenaars' opgericht en juristen spreken dan ook van een 'vereenvoudigde mede-eigendom'.

Maar zoals het appartementenregime tot nu geformuleerd was, gold die soepele regeling alleen bij overdracht onder gedwongen mede-eigendom. Het was echter nooit de bedoeling van de decreetgever om de eigenaars in vereenvoudigde mede-eigendom uit te sluiten. Vandaar dat de afwijking geherformuleerd wordt. Het soepele regime geldt voortaan bij [elke] overdracht van een privatief deel van een gebouw of groep van gebouwen, wat ook hun eigendomstoestand is.

Van toepassing:

Vlaams gewest.

17 juli 2017. Wettelijke regeling van inwerkingtreding 10 dagen na publicatie in BS.

Bron: Decreet van 30 juni 2017 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw, BS 7 juli 2017 (art. 65 en 68 DB Omgeving).

Zie ook:

Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, BS 22 januari 2007 (art. 29-30 en art. 102 van het bodemdecreet).

Burgerlijk Wetboek (art. 577?3 e.v. BW?over ?Gedwongen medeëigendom van gebouwen of groepen van gebouwen?).