Arbeidsongeschiktheidsbesluit zelfstandigen: wachttijd voor uitkeringen blijft zes maanden

De wachttijd voor de opening van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in de regeling voor werknemers werd op 1 mei 2017 verdubbeld van zes naar twaalf maanden. En het aantal dagen dat in die periode moet worden gepresteerd, werd opgetrokken.

Maar voor het recht op moederschapsuitkeringen is er niets (wachttijd van 6 maanden) veranderd omdat dit recht beperkt is in de tijd. Ook voor uitkeringen tijdens het vaderschaps- of geboorteverlof, het adoptieverlof of het omgezet moederschapsverlof is dat het geval.

Voor zelfstandigen wordt de duur van de wachttijd die zij moeten volbrengen om uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid te krijgen, omschreven in het arbeidsongeschiktheidsbesluit voor zelfstandigen. In de betreffende bepaling van dat KB van 20 juli 1971 gaat het om een wachttijd van zes maanden. En dat blijft zo.
Een wijzigings-KB van 21 juli 2017 wijzigt het arbeidsongeschiktheidsbesluit voor zelfstandigen om rekening te houden met de verlenging van de wachttijd voor werknemers. Maar de geciteerde bepaling wordt niet aangepast.

Er is dus op dit punt sprake van een verschil in behandeling tussen werknemers en zelfstandigen. De reden van dit onderscheid wordt beargumenteerd en geciteerd in het bijhorende advies van de Raad van State.

In de regeling voor de werknemers werd de verlenging van de wachttijd eigenlijk al doorgevoerd via een programmawet van 19 december 2014, maar de datum van inwerkingtreding lag toen nog niet vast. Ook de bijhorende aanpassingen van het KB op de geneeskundige verzorging zijn pas later verschenen, samen met het KB dat de inwerkingtreding regelt.

De aanpassingen van de ziekteverzekeringswet (opgenomen in de programmawet) en de bijhorende uitvoeringsbepalingen zijn sinds 1 mei van toepassing. De aanpassingen binnen het arbeidsongeschiktheidsbesluit voor zelfstandigen hebben ook uitwerking met ingang van 1 mei 2017. Ze zijn van toepassing op de arbeidsongeschiktheden, de periodes van moederschapsrust en de periodes van omzetting van de moederschapsrust in geval van overlijden van de moeder die aanvatten vanaf die datum, in zoverre deze bepalingen de voormelde risico's betreffen.

'Wachttijd' betekent eigenlijk dat iemand die al de hoedanigheid van gerechtigde verkregen heeft, gedurende een bepaalde periode geen recht heeft op uitkeringen.

Bron: Koninklijk besluit van 21 juli 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, BS 31 juli 2017