Voorafgaand geschiktheidsvonnis ook nodig bij binnenlandse adoptie (art. 2-47 Potpourri V)

Ook bij een binnenlandse adoptie moeten de meeste kandidaat-adoptanten voortaan een voorafgaand geschiktheidsvonnis kunnen voorleggen. Nog voor ze enige concrete stappen tot adoptie kunnen ondernemen.

Voorafgaand geschiktheidsvonnis

Wie zijn gewone verblijfplaats in België heeft en een kind wil adopteren dat ook zijn gewone verblijfplaats in België heeft, moet voortaan - voor er ook maar enige adoptiestap kan gezet worden - een geschiktheidsvonnis hebben. De evaluatie van de geschiktheid en de bekwaamheid van de kandidaat-adoptanten om te adopteren wordt voortaan een verplichte voorafgaande stap. Dit is al langer het geval bij een interlandelijke adoptie.

In drie gevallen is het voorafgaand geschiktheidsvonnis niet verplicht. De adoptieprocedure kan zonder voorafgaand geschiktheidsvonnis opgestart worden als de kandidaat-adoptant een kind wil adopteren

dat verwant is tot in de derde graad met hemzelf, zijn echtgenoot of samenwonende partner of zijn voormalige partner, zelfs overleden;

met wie hij - nog vóór de voorgenomen adoptie - het dagelijks leven heeft gedeeld; of

met wie hij - eveneens vóór de voorgenomen adoptie - een duurzame sociale en affectieve band heeft opgebouwd (bv. een petekind of een kind van een naaste vriend).

In die drie uitzonderingsgevallen (adoptie van een 'vertrouwd' kind) wordt de geschiktheid van de adoptant ook beoordeeld, maar dat gebeurt tijdens de procedure tot totstandkoming van de adoptie, en niet ervoor.

Maatschappelijk onderzoek

De familierechtbank beoordeelt de geschiktheid op grond van een door haar bevolen maatschappelijk onderzoek.

In principe beveelt de familierechtbank altijd een maatschappelijk onderzoek om de geschiktheid tot adopteren te kunnen beoordelen. Bij adoptie van een 'vertrouwd' kind bekijkt het maatschappelijk onderzoek niet alleen de geschiktheid van de kandidaat-adoptanten, maar ook het belang van het kind om geadopteerd te worden.

Bij adoptie van een verwant kind is de rechter niet verplicht om een maatschappelijk onderzoek te bevelen. Bij de andere 'vertrouwde' kinderen wel.

Procedure

De in het Gerechtelijk wetboek vastgelegde procedure voor de vaststelling van de geschiktheid om te adopteren en de procedure voor de verlenging van de termijn van de adoptiegeschiktheid wordt voortaan ook van toepassing op de binnenlandse adoptie. Tot nu gold ze enkel voor de interlandelijke adoptie.

De procedure is voor beide soorten adoptie dezelfde. Stelt de rechter vast dat een kandidaat-adoptant geschikt is, dan is die geschiktheid algemeen en maakt zij zowel een binnenlandse als interlandelijke adoptie mogelijk.

De procedure zelf wordt wel op enkele punten aangepast. De termijn om het verslag van het maatschappelijk onderzoek ter griffie neer te leggen wordt bv. verlengd van twee tot vier maanden.

Andere procedurele nieuwigheid is dat het openbaar ministerie voortaan een moraliteitsonderzoek van de kandidaat-adoptanten moet uitvoeren, via de raadpleging van het strafregister. Het geeft een schriftelijk advies dat acht dagen voor de zitting moet neergelegd worden in het dossier van de rechtspleging. Het moraliteitsonderzoek moet de landen die met ons land samenwerken op het vlak van adoptie de nodige geruststelling bieden.

Inwerkingtreding

De nieuwe regeling treedt uiterlijk in werking op 1 januari 2020. Eerst moeten de gemeenschapsdecreten en het samenwerkingsakkoord over adoptie nog aangepast worden aan de nieuwe federale regels. Pas als dat gebeurd is, kan de nieuwe regeling van start gaan. Enkele nieuwe regels gelden wel al sinds 3 augustus 2017.

De wetgever voorziet ook in een overgangsregeling. In de Vlaamse gemeenschap bv. zal de nieuwe regeling van toepassing zijn op iedereen die een kind wil adopteren en nog geen bemiddelingsovereenkomst heeft getekend op het moment van de inwerkingtreding van de nieuwe regels.

Bron: Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017 (art. 2?47 Potpourri V)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art.?346?1/1 e.v.)
Gerechtelijk Wetboek (art. 1231/1 e.v.)