Nieuwe regels voor toekenning hoedanigheid bedrijfsrevisor en voor inschrijving en registratie in het openbaar register

Vanaf 14 augustus 2017 gelden er nieuwe regels voor de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, én voor de inschrijving en registratie in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren.

Die nieuwe regels staan in het KB van 21 juli 2d017. Ze gelden voor de bedrijfsrevisoren, de wettelijke auditors, de auditkantoren, de auditors en auditorganisaties van derde landen.

Ze werden afgestemd op de 'wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren'. Die trad op 31 december 2016 in werking.
Deze wet vormt het sluitstuk van de ingrijpende audithervorming die Europa in 2014 lanceerde. Richtlijn 2014/56/EU en verordening (EU) nr. 537/2014 zorgden samen voor deze hervorming.

Toekenning hoedanigheid van bedrijfsrevisor

Het KB van 21 juli 2017 bevat aparte toekenningsvoorwaarden voor:

natuurlijke personen, onderdaan van een lidstaat;

natuurlijk personen, onderdaan van een derde land;

rechtspersonen of entiteiten met om het even welke rechtsvorm, met hun zetel in een lidstaat;

entiteiten, andere dan een natuurlijk persoon, naar het recht van derde landen.

Deze (rechts)personen of entiteiten die aan de wettelijke voorwaarden voldoen, kunnen het Instituut der Bedrijfsrevisoren (IBR) verzoeken om hen de hoeanigheid van bedrijfsrevisor toe te kennen.
Bij dit verzoek moeten zij een dossier voegen met de nodige informatie en documenten, die variëren naargelang de (rechts)persoon of entiteit, om de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor te kunnen beoordelen.

Het IBR bezorgt de voorzitter van het Hof van Beroep te Brussel of te Luik een uittreksel van het besluit van toelating tot de eedaflegging (enkel voor natuurlijke personen).
De kandidaat-bedrijfsrevisor legt zijn eed af op de dag en het uur die de voorzitter van het bevoegde Hof van Beroep bepaalt.
De griffier van het Hof van Beroep brengt het IBR op de hoogte van de gedane eedaflegging en levert aan de betrokkene een uittreksel van het proces-verbaal van de zitting af.

Het IBR spreekt zich uit over het ingediende verzoek en deelt zijn beslissing mee aan het 'College van toezicht op de bedrijfsrevisoren', uiterlijk 3 maanden nadat de verzoeker alle vereiste stukken heeft ingediend.
Stelt het Instituut vast dat de verzoeker niet voldoet aan de vereiste voorwaarden voor de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, dan bezorgt het hem zijn gemotiveerde beslissing.

De natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de entiteit worden in het openbaar register als bedrijfsrevisor ingeschreven vanaf de dag van de beslissing van het 'College van toezicht op de bedrijfsrevisoren'.

Een natuurlijk persoon, onderdaan van een derde land die de hoedanigheid van bedrijfsrevisor heeft verkregen en die in zijn land de professionele hoedanigheid verliest waarop hij zich beroepen heeft bij zijn verzoek om toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor, kan, op beslissing van het IBR, zijn hoedanigheid van bedrijfsrevisor in België behouden. Dit enkel wanneer is aangetoond dat hij zijn professionele hoedanigheid in zijn derde land om andere dan tuchtrechtelijke redenen is verloren.
Deze regel geldt ook voor een entiteit, andere dan een natuurlijk persoon, naar het recht van derde landen.

Openbaar register

Het KB van 21 juli 2017 somt alle gegevens op voor de inschrijving in het opebaar register van de bedrijfsrevisoren-natuurlijke personen en de bedrijfsrevisorenkantoren, voor de registratie van auditkantoren, en voor de registratie van auditors auditorganisaties van derde landen (art. 12 tot en met art. 16).

Het IBR houdt het openbaar register en werkt het bij, onder de verantwoordelijkheid van het 'College van toezicht op de bedrijfsrevisoren'. Het openbaar register is een elektronische gegevensbank die toegankelijk is via een website. Ze geeft voor elke persoon of entiteit de datum aan van de laatste bijwerking.
De bedrijfsrevisoren bevestigen jaarlijks aan het IBR dat de gegevens die op hen betrekking hebben en opgenomen zijn in het openbaar register volledig en actueel zijn.

De geregistreerde auditkantoren, de geregistreerde auditors en de auditkantoren van derde landen worden in die hoedanigheid vermeld in het openbaar register, en niet als bedrijfsrevisor.

Dossier

Het IBR opent een dossier op naam van elke bedrijfsrevisor, elk geregistreerd auditkantoor, geregistreerde auditor of auditorganisatie van een derde land. Het dossier bevat de documenten die bij het verzoek om de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor aan het Instituut werden overgemaakt, samen met de informatie opgenomen in het openbaar register.

Het KB van 21 juli 2017 somt de informatie op die daar bovenop nog moet toegevoegd worden aan het dossier.

Tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor

Een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die zich bij het IBR verhinderd verklaart om revisorale opdrachten uit te oefenen, wordt in het openbaar register vermeld als ?tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor?.
Het Instituut doet zonder onnodige vertraging uitspraak over de verklaring van verhindering die het heeft ontvangen.

De verklaring van verhindering wordt bij het Instituut ingediend ten laatste binnen de 15 dagen die volgen op de dag waarop de situatie van verhindering gestart is. De verklaring wordt ingediend via een aangetekende zending gericht aan het IBR of via een elektronisch formulier beschikbaar op de website van het Instituut.
Het Instituut informeert zonder onnodige vertraging het College over de verklaring van verhindering.
De bedrijfsrevisor die nalaat om de verklaring van verhindering binnen de 15 dagen in te dienen, riskeert een geldboete of kan een administratieve maatregel opgelegd krijgen (art. 59, wet van 7 december 2016).

Elke tijdelijk verhinderde bedrijfsrevisor kan bij het IBR een verzoek indienen om opnieuw revisorale opdrachten uit te voeren, wanneer de situatie van verhindering is beëindigd.
Dit verzoek om toelating bevat een verklaring van de betrokken bedrijfsrevisor waaruit blijkt dat hij zich niet meer in een van de situaties van onverenigbaarheid (bedoeld in art. 29, § 2, wet 7 december 2016) bevindt.
De bedrijfsrevisor voegt aan zijn verklaring elk element toe dat aantoont dat de situatie van verhindering is beëindigd.

Het Instituut beslist ten laatste binnen de maand na de ontvangst van het verzoek om toelating, of het dit verzoek al dan niet aanvaardt. Ingeval van aanvaarding wordt de bedrijfsrevisor in het openbaar register niet meer vermeld met de vermelding ?tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor?. Het Instituut brengt zonder onnodige vertraging het College ervan op de hoogte.

Wanneer de bedrijfsrevisor het verzoek om toelating meer dan 5 jaar na zijn inschrijving in het openbaar register in de hoedanigheid van ?tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor? indient, legt hij bovendien een mondelinge proef af die door de Raad wordt toevertrouwd aan een jury samengesteld uit drie raadsleden die op dezelfde taalrol zijn ingeschreven als deze van de kandidaat.

Deze periode van 5 jaar begint slechts te lopen vanaf 14 augustus 2017 (inwerkingtreding KB van 21 juli 2017) voor de bedrijfsrevisor die vóór deze datum wordt vermeld in het openbaar register in de hoedanigheid van "tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor".

Schorsing, verlies hoedanigheid bedrijfsrevisor en herinschrijving in het openbaar register

De bedrijfsrevisor die zijn beroep niet kan uitoefenen omwille van een onmiddellijke schorsing, een aanmaning om zich voorlopig van iedere beroepsmatige dienstverlening of van bepaalde dienstverlening te onthouden, of een tijdelijk verbod (uitgesproken krachtens respectievelijk art. 57, § 1, tweede lid, art. 57, § 1, derde lid, 3° of art. 59, § 1, 4°, wet van 7 december 2016), wordt voor de duur van de maatregel niet meer vermeld in het openbaar register in de hoedanigheid van bedrijfsrevisor.

Het 'College van toezicht op de bedrijfsrevisoren' informeert zonder onnodige vertraging het Instituut wanneer een dergelijke maatregel van onmiddellijke schorsing, een voorlopige onthouding of een tijdelijk verbod, wordt genomen ten aanzien van de bedrijfsrevisor.

De bedrijfsrevisor wordt opnieuw in het openbaar register vermeld wanneer de maatregel die de uitoefening van zijn beroep onmogelijk maakte, beëindigd is.

De bedrijfsrevisor die de intrekking van zijn hoedanigheid als bedrijfsrevisor vraagt, verliest deze hoedanigheid vanaf de dag van de beslissing van het College.
Het verzoek om intrekking wordt ingediend bij het Instituut, en wanneer de bedrijfsrevisor daar expliciet om verzoekt, ook bij het College. Dit verzoek bevat een verklaring van de betrokken bedrijfsrevisor dat hij alle opdrachten, waarmee hij als bedrijfsrevisor werd belast, tot een goed einde heeft gebracht of aan een andere bedrijfsrevisor heeft toevertrouwd, evenals de verklaring dat hij geen mandaat of functie (bedoeld in art. 133, § 3, W.Venn.) heeft aanvaard.

Het Instituut doet uitspraak over het verzoek om intrekking en deelt zijn beslissing mee aan het College, uiterlijk 3 maanden na het toezenden van het verzoek om intrekking. Bij aanvaarding wordt de bedrijfsrevisor uitgeschreven uit het openbaar register.

Een bedrijfsrevisorenkantoor dat om de intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor verzoekt, levert het bewijs dat de statuten, of de gelijkwaardige overeenkomst, niet langer verwijzen naar de uitoefening van het beroep van bedrijfsrevisor.

Het IBR kan de intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor weigeren, indien er aanwijzingen zijn dat de verklaringen onjuist zouden zijn.

Opheffing

Het ?KB van 30 april 2007 betreffende de erkenning van bedrijfsrevisoren en het openbaar register? wordt opgeheven op 14 augustus 2017 (art. 145, 5°, wet van 7 december 2016 en art. 25, KB van 21 juli 2017.

In werking

Het KB van 21 juli 2017 treedt in werking op 14 augustus 2017, tien dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 21 juli 2017 betreffende de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor alsook de inschrijving en registratie in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren, BS 4 augustus 2017.

Zie ook:
- Wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, BS 13 december 2016 (art. 5 tot 11, art. 30, § 5 , art. 32 en art. 145, 5°)
- KB van 30 april 2007 betreffende de erkenning van bedrijfsrevisoren en het openbaar register, BS 30 mei 2007; err. BS 23 juli 2007 (! opgeheven bij KB van 21 juli 2017 vanaf 14 augustus 2017).
- Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, Pb.L. 27 mei 2014, afl. 158, p. 196.
- Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie, Pb.L. 27 mei 2014, afl. 158, p. 77; rectificatie Pb.L. 11 juni 2014, afl. 170, p. 66.