Thematische verloven: hogere uitkeringen voor alleenstaanden

De alleenstaande werknemers met één of meer kinderen ten laste die hun loopbaan verminderen of onderbreken in het kader van een thematisch verlof ontvangen sinds 1 juni 2017 een hogere uitkering. Het gaat om de uitkeringen wegens ouderschapsverlof, medische bijstand en palliatieve verzorging. Deze verhoging is van toepassing op elke aanvraag van thematisch verlof die na 31 mei 2017 aan de werkgever overgemaakt wordt.

Voorwaarden

Deze maatregel geldt enkel voor de werknemer uit de privésector. Hij moet cumulatief aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals:

bij een volledige onderbreking: uitsluitend samenwonen met één of meer kinderen die hij ten laste heeft;samenwonen met het kind en ofwel ouder in de eerste graad van het kind zijn, ofwel belast zijn met zijn dagelijkse opvoeding;bij de aanvang van de maand waarop de onderbrekingsuitkering betrekking heeft, moet het kind dat de werknemer ten laste heeft jonger zijn dan:18 jaar indien het een verlof voor medische bijstand of palliatieve verzorging betreft;12 jaar indien het een ouderschapsverlof betreft;21 jaar indien het kind gehandicapt is;

bij een vermindering van de arbeidsprestaties: dezelfde reeds aangehaalde voorwaarden voor de volledige onderbreking; jonger zijn dan 50 jaar bij de aanvang van de maand waarop de uitkering betrekking heeft.

Concreet bedraagt de verhoging:

38% voor de alleenstaande werknemers die hun prestaties volledig onderbreken;

eveneens 38% voor de alleenstaande werknemers die hun prestaties halftijds verminderen en nog geen 50 jaar zijn;

21% indien ze hun prestaties met 1/5e verminderen en nog geen 50 jaar zijn.

De RVA publiceert deze nieuwe bedragen op haar website.

Bij volledige onderbreking van een deeltijdse tewerkstelling wordt de uitkering in verhouding tot het arbeidsregime berekend.

Sinds 1 juni 2017

De verhoging van de uitkeringen geldt sinds 1 juni 2017 voor de aanvragen tot onderbreking of vermindering van de prestaties, inclusief de aanvragen tot verlenging die na 31 mei 2017 aan de werkgever overgemaakt worden.

Bron: Koninklijk besluit van 14 juni 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, in uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2017-2018, BS 30 juni 2017.

Zie ook
Koninklijk besluit van 23 mei 2017 tot wijziging van diverse koninklijke besluiten met betrekking tot de wijziging van sommige bedragen van onderbrekingsuitkeringen, BS 1 juni 2017. 
Koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, BS 18 december 2001.