Strijd tegen terreur: België gestart met analyse van passagiersgegevens luchtvaart

Sinds 7 augustus 2017 zijn luchtvaartmaatschappijen verplicht om de gegevens van hun passagiers door te sturen naar een centrale databank ? ?de Passagiersgegevensbank? ? zodat ze geanalyseerd kunnen worden in het kader van terrorisme, gewelddadige radicalisering en andere vormen van ernstige criminaliteit zoals fraude, mensensmokkel en illegale drugs- en wapenhandel. Bedoeling is om de verzamelde info te vergelijken met vooraf bepaalde criteria om nieuwe trends en fenomenen in kaart te brengen en na te gaan welke passagiers een gevaar zouden kunnen zijn voor onze openbare orde.

Daarmee is een deel van de Belgische PNR-wetgeving ('Passenger Name Record') in werking getreden. Op termijn zullen ook de vervoersmaatschappijen en reisoperatoren in de transportsectoren (trein-, weg- en maritiem vervoer) aan deze verplichting worden onderworpen.

De verwerking van passagiersgegevens vormt een van de 18 prioritaire regeringsmaatregelen tegen terreur die net na de aanslagen in Parijs werden afgekondigd. Maar met de maatregel schikt ons land zich ook naar de vereisten op Europees niveau. De PNR-wet zet 3 richtlijnen om in nationale wetgeving:

Richtlijn 2016/681 over het gebruik van PNR gegevens in strijd tegen terreur;

Richtlijn 2004/82 over de verplichting voor vervoerders om passagiersgegevens door te geven (API-richtlijn); en

Richtlijn 2010/65 over de meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit Europese havens.

Eerst luchtvaart

Ons land heeft er dus voor gekozen om de PNR-wetgeving eerst te laten doordringen binnen de luchtvaart, een van de belangrijkste sectoren voor het internationaal vervoer van passagiers.

Alle luchtvaartmaatschappijen - dat zijn de luchtvervoersondernemingen met een geldige exploitatievergunning of een equivalent daarvan voor het luchtvervoer van passagiers - zijn voortaan verplicht om de zogenaamde PIE-gegevens te verzamelen van passagiers die via de buitengrenzen het grondgebied betreden of betreden hebben, verlaten of verlaten hebben of die via een transitzone op het grondgebied passeren of gepasseerd zijn (extra-Schengen vluchten). Zoals de PNR-wet aangeeft, gaat het daarbij om de reservatiegegevens (datum van reservering, reisdata, persoonsgegevens, betalingsinformatie, volledige reisroute, vluchtnummers, bagage-informatie, aantal reizigers, enz.) als de gegevens van de check-in-status en het instappen (soort reisdocument, land van afgifte, vervaldatum, vervoerder/reisoperator, data van verstrek en aankomst, zitplaatsnummer, enz.).

Dubbelcheck

De maatschappijen moeten er zelf voor zorgen dat de gegevens op een beveiligde manier bij de Passagiersgegevensbank raken. De PIE ('PassagiersInformatieEenheid' van Binnenlandse Zaken) zal de nodige technische richtlijnen uitvaardigen met veiligheidsvereisten en details voor de bescherming van de gegevens.

De gegevens moeten 2 keer worden doorgestuurd. Een eerste keer 48 uur voor de geplande vertrektijd van de vlucht, een tweede keer onmiddellijk na het afsluiten van de vlucht (dit wil zeggen wanneer de passagiers aan boord zijn gegaan van het vliegtuig dat klaar staat voor vertrek en er geen passagiers meer aan of van boord kunnen gaan). Die dubbele doorgifte zorgt ervoor dat steeds de meest actuele, correcte informatie beschikbaar is voor analyse. Is er een concrete of specifieke dreiging dan kunnen extra gegevens worden gevraagd op nog andere tijdstippen.

Info wordt steeds elektronisch doorgestuurd. De luchtvaartmaatschappijen gebruiken daarvoor de dataformaten en de gemeenschappelijke protocollen uit het Uitvoeringsbesluit 2017/759. Voor bepaalde luchtvaartmaatschappijen bestaan hierop uitzonderingen.

Conformiteitscheck

Om na te gaan of de persoon met de reisdocumenten ook effectief diegene is die aan boord stapt van het vliegtuig, moeten de luchtvaartmaatschappijen een conformiteitscheck uitvoeren. Bij deze systematische identiteitscontrole op het moment dat de passagiers aan boord gaan worden naam en voornaam op het reisdocument vergeleken met de naam en voornaam op het identiteitsdocument.

Inbreuken

Herinner dat de PNR-wet strenge straffen oplegt aan vervoersmaatschappijen die hun verplichtingen niet nakomen. Ze riskeren een geldboete van maximum 50.000 euro per inbreuk. Bij recidive binnen de 2 jaar stijgt dat bedrag tot 75.000 euro.

Bron: Koninklijk besluit van 18 juli 2017 ter uitvoering van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van de passagiersgegevens, houdende de verplichtingen opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen, BS 28 juli 2017.