Speciaal statuut voor slachtoffers van terreur: wet gepubliceerd, maar nog pak uitvoeringsbepalingen nodig

België kan slachtoffers van terreur voortaan een ?speciaal statuut van nationale solidariteit? toekennen. Daardoor komen ze in aanmerking voor een herstelpensioen, de terugbetaling van medische kosten én een ?Kaart van nationale solidariteit? dat hen bepaalde voordelen biedt naar analogie met oorlogsslachtoffers.

De basiswet daarover is na maanden onderhandelen in het Staatsblad verschenen. Al is de tekst opvallend anders dan het originele wetsontwerp. Er zijn een pak aanpassingen doorgevoerd om rekening te houden met de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie die na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek werd opgericht. Tientallen amendementen werden ingevoerd, onder meer met betrekking tot de bescherming van buitenlandse slachtoffers (zij vielen in de oorspronkelijke tekst uit de boot), de invoering van een uniek loket of referentiepersoon voor de begeleiding van slachtoffers en hun naasten en de snelheid van de schadeloosstelling door de verzekeringsmaatschappijen.

Over de items werd een akkoord bereikt, met volgende basisprincipes als resultaat:

Belgische én buitenlandse slachtoffers

Zowel Belgische als buitenlandse slachtoffers van een bij KB erkende aanslag in België of in het buitenland kunnen het beschermingsstatuut aanvragen. De wet is immers van toepassing op slachtoffers en rechthebbenden met de Belgische nationaliteit én slachtoffers en rechthebbenden die de Belgische nationaliteit niet bezitten, maar die op het moment van de feiten hun gewone verblijfplaats in België hadden. Ook buitenlandse slachtoffers die hun gewone verblijfsplaats niet in ons land hadden op het moment van de feiten, komen in aanmerking. Maar let op: de tussenkomst voor deze buitenlandse slachtoffers is 'residuair'. Dit betekent dat deze slachtoffers alleen aanspraak maken op een Belgische interventie wanneer het land waarvan ze de nationaliteit hebben of het land waar ze hun gewone verblijfplaats in geen enkel gelijkaardig solidariteitsmechanisme voorziet. De precieze toepassing van de wet in die situatie zal nog worden geconcretiseerd in een uitvoeringsbesluit.

De wet geldt logischerwijs niet voor de daders, mededaders en medeplichtigen van de terreurdaden en diegenen die naar aanleiding van terroristische misdrijven schade hebben berokkend aan een andere persoon.

Herstelpensioen

Er wordt een herstelpensioen toegekend aan de 'rechtstreekse slachtoffers' - dat zijn zij die zich op het op het ogenblik van de feiten op de plaats van de feiten bevonden - aan wie een invaliditeitsgraad van 10% of meer werd toegekend. Het pensioen wordt toegekend volgens de voorwaarden van Hoofdstuk II van de Algemene wet herstelpensioen voor oorlogsslachtoffers, met uitzondering van de pensioenverhoging bedoeld in artikel 6 §3 en § 3bis.

Komt een rechtstreeks slachtoffer te overlijden, dan hebben de rechthebbenden - dat zijn de overlevende echtgenoot of wettelijk of feitelijk samenwonende partner en de kinderen ten laste - recht op de pensioenen en vergoedingen bepaald in artikelen 12 §1, 13 § 1, eerste lid, 14, 14bis, 17bis en 17ter van Hoofdstuk II van de Algemene wet. Er is nog een uitvoeringsbesluit nodig met de precieze verdelingsregels als er meerdere rechthebbenden zijn.

Het herstelpensioen vorm een residuaire schadeloosstelling: elke vergoeding waarop hetzelfde feit recht geeft, wordt hierop in mindering gebracht, met uitzondering van de vergoeding die het gevolg is van een individuele vergoeding.

De invaliditeitsgraad wordt iedere 5 jaar herzien (ongeacht de leeftijd van het slachtoffer) door de Gerechtelijk-geneeskundige dienst.

Het herstelpensioen gaat ten vroegste in op de eerste dag van de maand waarin de terreurdaad zich heeft voorgedaan of op de eerste dag van de maand waarin het slachtoffer overlijdt indien het een rechthebbende betreft, op voorwaarde dat er niet meer dan 24 maanden verlopen zijn tussen de datum van de feiten of de datum van het overlijden van het slachtoffer en de datum van de aanvraag van het herstelpensioen. Indien er meer dan 24 maanden verlopen zijn, gelden andere principes. Ook voor terreurdaden die zich hebben voorgedaan voor de bekendmaking van de basiswet in het Belgisch Staatsblad.

De federale Pensioendienst staat in voor de uitbetalingen. Wie een herstelpensioen toegekend krijgt, geniet van de diverse voordelen, zoals een belastingvrijstelling voor het pensioen, zoals die worden toegekend aan oorlogsslachtoffers.

Terugbetaling medische zorg

Rechtstreekse slachtoffers hebben recht op de terugbetaling van de medische, paramedische, farmaceutische en hospitalisatiekosten, orthopedische toestellen en protheses die nodig zijn t.g.v. de terreurdaad. En dat onder dezelfde voorwaarden als oorlogsinvaliden (wet 1 juli 1969).

Rechtstreekse én onrechtstreekse slachtoffers hebben recht op de terugbetaling van psychologische zorg, medische, paramedische, farmaceutische en hospitalisatiekosten t.g.v. de terreur onder dezelfde voorwaarden als oorlogsinvaliden. Tenminste voor zover deze kosten verband houden met psychische en/of psychosomatische stoornissen die door de terreurdaad worden veroorzaakt.

Details over de bedragen en betaling volgen in een later KB. Nu is wel al duidelijk dat de ziekenfondsen en de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering aan zet zijn.

Het recht op terugbetaling van medische zorg gaat in op de datum van de feiten, maar ten vroegste op 22 maart 2016, de dag van de aanslagen in Zaventem en Maalbeek en meteen ook de datum van inwerkingtreding van de basiswet.

Toekenning statuut

Aanvragen voor het beschermingsstatuut worden ingediend bij de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders. Een gekende plaats voor slachtoffers van terreur aangezien ze hier na de feiten ook moeten aankloppen voor financiële vergoedingen. De commissie vormt dus het unieke aanspreekloket voor terreurslachtoffers.

Al zal de commissie geen beslissingen nemen over de toekenning van het beschermingsstatuut of het herstelpensioen. Dat is een taak van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers van de FOD Sociale Zekerheid. Tenminste, die zal een voorstel formuleren; de uiteindelijke knoop wordt doorgehakt door de minister bevoegd voor oorlogsslachtoffers. Maar de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders zal de dossiers dus doorsturen naar de directie.

Hoewel de wet een aantal basiselementen bevat over de indiening van de aanvragen, het onderzoek ervan en de beslissingsprocedure, is ook hier nog een KB nodig voor de puntjes op de i.

Wie het statuut toegekend krijgt, ontvangt een 'Kaart van nationale solidariteit'. Hoe die kaart eruit ziet, is nog niet duidelijk. Het model en de uitreikingsprincipes moeten nog bij KB worden vastgelegd. Daarin zal ook duidelijk worden welke voordelen de kaart biedt. Uit de parlementaire stukken maken we onder meer op dat de slachtofferkaart er onder meer voor zorgt dat slachtoffers gratis gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Maar de wet zegt hierover niets.

Bemiddelingsprocedure

De wet creëert tot slot de basis voor een bemiddelings- en beroepsprocedure tussen overheid en slachtoffers. Een uniek, soepel en snel systeem speciaal voor slachtoffers van terreur. Al is de wet erg karig met informatie. Er zal dus nog een omvangrijk KB nodig zijn om het systeem op poten te zetten. De Koning krijgt in elk geval de bevoegdheid om

een minnelijke, facultatieve en kosteloze bemiddelingsprocedure te organiseren die door elk slachtoffer en elke rechthebbende kan gevoerd worden, los van elke aansprakelijkheidsvordering. Bij de procedure worden ten minste een vertegenwoordiger van de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers, een vertegenwoordiger van de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst en de voorzitter van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders (of zijn plaatsvervanger, de secretaris of een adjunct-secretaris) betrokken;

een beroepsprocedure in te stellen bij de medische kamers van beroep voor de slachtoffers of de rechthebbenden tegen de beslissingen genomen door de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst.

Geschillen en beroepen

De geschillen over de rechten die ontstaan uit de basiswet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. Beroep tegen een beslissing van de minister (of diens gemachtigde) wordt ingesteld binnen de 3 maanden vanaf de kennisgeving ervan.

22 maart 2016

De wet van 18 juli 2017 heeft retroactief uitwerking vanaf 22 maart 2016 (de dag van de aanslagen in Zaventem en Maalbeek). Behalve de bepalingen over de bemiddelings- en beroepsprocedure. Die treden in werking op 4 februari 2018 (6 maanden na publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad).

Verder is er nog een aparte datum van inwerkingtreding voor Hoofdstuk 12 - Harmonisatie van de pensioenen voor de burgerlijke en militaire oorlogsslachtoffers. Met dit hoofdstuk wil de wetgever op een dubbel vlak, symbolisch en financieel, een volkomen gelijkheid invoeren tussen de burgerlijke en militaire oorlogsslachtoffers door de bedragen van de burgerlijke pensioenen af te stemmen op de bedragen van de militaire pensioenen. De aanpassingen gelden retroactief vanaf 1 juli 2017.

Bron: Wet van 18 juli 2017 betreffende de oprichting van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden van terrorisme, BS 4 augustus 2017.