Wettelijke basis voor veiligheidscontroles bij parlementsgebouwen

Al jaar en dag wordt iedereen die de gebouwen van het federale parlement betreedt, gecontroleerd. Een wettelijke basis voor die veiligheidscontroles was er echter niet. Tot nu.

Juridische grondslag voor toegangscontroles

De huidige manier van werken op basis van de reglementen van de wetgevende vergaderingen en de veiligheidsplannen van de militaire politie vormt geen adequate juridische grondslag voor de controles. Fouilles, identiteits- en andere veiligheidscontroles houden immers beperkingen in op het recht op eerbiediging van het privéleven. En die zaken kunnen op basis van artikel 22 van de Grondwet alleen bij een formele wet worden opgelegd.

De reglementen kunnen in geen geval worden gelijkgesteld met een formele wet. Het volstaat ook niet om in een formele wet een algemene machtiging op te nemen zodat de wetgevende vergaderingen elk voor zich de nodige uitvoerende reglementen kunnen treffen.

Via de wet van 6 juli 2017 wordt daarom een specifieke wettelijke regeling ingevoerd voor de veiligheidscontroles bij de toegang tot de parlementsgebouwen of gedeelten daarvan. Naar analogie van de wetgeving voor de toegangscontroles bij gebouwen die een bijzondere bestemming genieten.

Maar let op: de wet zorgt er alleen maar voor dat de veiligheidscontroles wettelijk mogelijk zijn. De wetgevende vergaderingen blijven dus zelf, binnen de grenzen van de wet, autonoom beslissen in hoeverre zij deze controles uitvoeren, wie aan een controle wordt onderworpen, waar en hoe die controles worden uitgevoerd en door wie dat gebeurt.

Binnen de grenzen van de wet

De wettekst legt een aantal beperkingen op. Zo mogen de controles alleen worden uitgevoerd om de veiligheid in de lokalen van de wetgevende vergaderingen te handhaven.

Bovendien zijn niet alle controlehandelingen toegestaan. Wie toegang wil tot één van lokalen van de wetgevende vergaderingen

kan worden verzocht om een identiteitsdocument voor te leggen;

kan onderworpen worden aan een veiligheidscontrole om wapens op te sporen of gevaarlijke voorwerpen waarvan het binnenbrengen in de lokalen de veiligheid van de aanwezigheid in gevaar kan brengen. De wet schuift hier de fouille naar voor. Die kan bestaan uit fouillering met behulp van een systeem van metaaldetectie of een ander screeningsapparaat. Maar ook uit het oppervlakkig betasten van de kleding is mogelijk. In dat geval moet de fouille door een persoon van hetzelfde geslacht worden uitgevoerd.

De wetgevende vergaderingen kunnen - zoals dat nu al in de praktijk het geval is- beroep doen op eigen personeel, de militaire wacht of een private bewakingsonderneming.

Personen die zich tegen de controles verzetten of die in het bezit zijn van een wapen of gevaarlijk voorwerp kan de toegang tot de wetgevende vergadering worden ontzegd.

Ook gewest- en gemeenschapsparlementen

De regeling wordt opgenomen in de ?Wet van 2 maart 1954 tot voorkoming en beteugeling der aanslagen op de vrije uitoefening van de door de Grondwet ingestelde soevereine machten?. De toepassing van die wet was tot nog toe beperkt tot de Wetgevende Kamers, maar wordt nu uitgebreid tot de gewest- en gemeenschapsparlementen, de Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie en de Vergadering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

In werking: 9 september 2017 (10 dagen na publicatie)

Bron: Wet van 6 juli 2017 tot wijziging van de wet van 2 maart 1954 tot voorkoming en beteugeling der aanslagen op de vrije uitoefening van de door de Grondwet ingestelde souvereine machten, BS 30 augustus 2017.