Strengere straffen voor cybercriminaliteit (art. 211-215 Potpourri V)

Cybercriminaliteit wordt voortaan strenger bestraft. België heeft ?de minimale maximumstraffen? opgetrokken om te voldoen aan de Europese vereisten uit Richtlijn 2013/40/EU. Met die richtlijn introduceert Europa een repressiever kader, in de eerste plaats tegen aanvallen op informatiesystemen door criminele organisaties en grootschalige cyberaanvallen, met inbegrip met aanvallen die tot doel hebben een ?botnet? te creëren. Maar ook cyberaanvallen tegen de vitale infrastructuur worden zwaarder bestraft, net als aanvallen met verzwarende omstandigheden.

Basismisdrijf

In eerste instantie wordt de strafmaat in artikel 550bis van het Strafwetboek aangepast. Dat artikel behelst het basismisdrijf van de onrechtmatige toegang tot een informatiesysteem. Voortaan riskeren overtreders een gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar en een geldboete van 26 tot 25.000 euro (of een van die straffen). Vroeger lag ook hier het maximum op een jaar gevangenis. De rest van het basisartikel bevat verzwarende omstandigheden waarbij de gevangenisstraf hoger is. Bijvoorbeeld, wanneer het misdrijf is gepleegd met bedrieglijk opzet, is de maximale gevangenisstraf 3 jaar in plaats van de vroegere 2 jaar. Of nog, de persoon die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden zijn toegangsbevoegdheid tot een informaticasysteem overschrijdt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar. Bij andere verzwarende omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer er schade wordt toegebracht aan de informatiesystemen, kan tot 5 jaar gevangenisstraf worden opgelegd.

Overheidspersoneel vs. particulieren

De aanpassing van basisartikel 550bis heeft uiteraard ook gevolgen voor de strafmaten in artikel 259bis Sw en 314bis Sw. Deze artikelen zijn destijds ingevoerd om een duidelijk onderscheid te kunnen maken tussen de strafbaarstelling voor enerzijds openbare ambtenaren, dragers of agenten van openbare machten en particulieren anderzijds. Inbreuken tegen de openbare orde gepleegd door personen die deel uitmaken van het overheidsapparaat worden immers zwaarder bestraft gezien het bijzonder vertrouwen dat deze personen genieten. Bovendien mogen sommige dragers van de openbare macht maatregelen nemen die afwijken van het afluisterverbod (bv. via artikel 90ter van het Wetboek van Strafvordering) en moet elke vorm van overtreding of miskenning van de voorwaarden streng worden aangepakt. De strafmaat in beide artikelen wordt daarom aangepast:

artikel 259bis Sw.: Bestraffing van openbare officieren en ambtenaren, dragers of agenten van de openbare macht die zonder toestemming niet voor publiek toegankelijke communicatie onderscheppen, opnemen of verspreiden. Zij riskeren voortaan een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van 500 tot 20.000 euro (of één van deze straffen). Vroeger kon maximum 2 jaar gevangenisstraf worden opgelegd. Dezelfde straf geldt voor zij die een instrument dat hoofdzakelijk ontworpen of aangepast is om het misdrijf mogelijk te maken, bezit, produceert, verkoopt of verkrijgt met het oog op het gebruik ervan. Wie dit misdrijf pleegt ?met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden? riskeert een gevangenisstraf van 6 maanden tot 5 jaar (vroeger maximum 3 jaar) en een geldboete van 500 tot 30.000 euro (of één van deze straffen). Poging wordt gestraft zoals het misdrijf zelf, dus ook daar geldt de hogere strafmaat;

artikel 314bis Sw: De bestraffing van dezelfde misdrijven als beschreven in artikel 259bis Sw. maar gepleegd door gewone burgers. Hier geldt voortaan een maximumstraf van 2 jaar gevangenis. Vroeger was dit maximum een jaar.

Kritieke infrastructuur

Tot slot voert de wetgever een aparte strafbaarstelling in wanneer het misdrijf gepleegd wordt tegen een informatiesysteem van een kritieke infrastructuur. Artikel 550ter wordt aangevuld: overtreders riskeren maximum een gevangenisstraf tot 5 jaar.

In werking: 3 augustus 2017 (10 dagen na publicatie)

Bron: Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017 (art. 211-215 Potpourri V).