Korte gevangenisstraffen ook in 2017 niet voor strafuitvoeringsrechtbanken(art. 317 Potpourri V)

De strafuitvoeringsrechtbanken (SURB?s) zullen zich ook in 2017 niet uitspreken over de uitvoering van korte gevangenisstraffen. De hervorming wordt uitgesteld, tot (uiterlijk) 1 oktober 2019.

Opnieuw uitstel dus, het zoveelste in rij. Normaal gezien zouden de strafuitvoeringsrechtbanken al in 2008 bevoegd worden voor de lichtere straffen. Maar de datum van inwerkingtreding werd telkens vooruit geschoven. Een laatste keer tot uiterlijk 1 september 2017. Reden was vaak geldgebrek. Maar ook omdat voorrang werd gegeven aan andere hervormingen. Bij de toekenning van het vorige uitstel (tot 1 september 2016) werd bijvoorbeeld beslist om prioriteit te geven aan de inwerkingtreding en uitvoering van de Interneringswet van 5 mei 2014. Iets waar ook gevolg aan werd gegeven. De wet is intussen al bijna een jaar van kracht. Intussen zijn ook de besprekingen voor de opmaak van een nieuw Strafuitvoeringswetboek gestart. Iets waar men nu eerst aan wil verder werken vooraleer de verdere uitvoering van de wet van 17 mei 2006 aan te pakken.

De wetgever kiest voor een uitstel van maximum 2 jaar, tot 1 oktober 2019. Dit zou het parlement voldoende tijd moeten geven om het ontwerp van Strafuitvoeringswetboek te bespreken en het terrein voor te bereiden op de aanpassingen.

Potpourri V past de deadline alvast aan in de wet van 17 mei 2006. Voorlopig blijft het dus de minister van Justitie die beslist over de strafuitvoeringsmodaliteiten bij straffen met een uitvoerbaar gedeelte van 3 jaar of minder.

In werking: 3 augustus 2017 (10 dagen na publicatie).

Bron: Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017. (art. 317 Potpourri V)