Potpourri brengt allegaartje van wijzigingen voor internering (art. 293-311 Potpourri V)

De vijfde Potpourri-wet wijzigt de Interneringswet van 5 mei 2014. Al zijn de aanpassingen vooral beperkt tot taalkundige correcties en technische wijzigingen. Hier en daar duiken een aantal meer inhoudelijk relevante nieuwigheden op.

We geven er een aantal mee.

Beslissing tot internering nooit bij verstek

Een beslissing tot internering kan nooit bij verstek worden gewezen. Dat staat voortaan uitdrukkelijk in de wet gezet om elke vorm van verwarring uit te sluiten.

Voorbereiding eerste zitting

De wetgever introduceert nieuwigheden wat betreft de voorbereiding van de eerste zitting voor de Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij. In eerste instantie bepaalt de Interneringswet nu uitdrukkelijk wie welke informatie op welk moment moet overmaken. Iedere betrokkene moet immers tijdig over alle nodige informatie beschikken om zijn opdracht in het kader van de wet correct en op een kwaliteitsvolle manier te kunnen uitvoeren. De eerste zitting vindt immers plaats uiterlijk 3 maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de interneringsbeslissing. Ieder die in deze fase moet tussenkomen, moet dat zo snel mogelijk weten en meteen over de correcte informatie beschikken.

Wanneer de geïnterneerde in vrijheid is, moeten bijvoorbeeld een afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het afschrift van de opsluitingsfiche en het uittreksel uit het strafregister aan de bevoegde diensten van de gemeenschappen worden overgemaakt door het openbaar ministerie bij het gerecht dat het in kracht van gewijsde gegane vonnis of arrest heeft uitgesproken. Is de betrokkene niet in vrijheid dan maakt het openbaar ministerie deze stukken over aan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, al naar gelang de zaak. In een aantal gevallen moet gebruik worden gemaakt van 'het snelste, schriftelijke communicatiemiddel'.

Toekenning nadere uitvoeringsregel

Wanneer een beslissing tot toekenning van een nadere uitvoeringsregel wordt toegekend op de eerste zitting van de Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij, is de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank verplicht het dossier mee te delen aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen als de dienst dit nog niet eerder heeft ontvangen.
Ook deze maatregel kadert in 'het tijdig inlichten van alle betrokken actoren'.

Gestabiliseerd, niet verbeterd

Voortaan moet de toestand van de geestesstoornis voldoende 'gestabiliseerd' zijn om een definitieve invrijheidstelling te kunnen toekennen. Die term is minder zwaar dan de huidige vraag naar 'verbetering'. Bovendien is de term meer realistisch aangezien de groep geïnterneerde personen zeer heterogeen is. Voor sommigen is genezing qua pathologie of geestestoestand niet realistisch. Bijvoorbeeld voor mensen met een mentale beperking. Zij blijven deze beperking hebben, maar kunnen door een ortho-agogische benadering en geïndividualiseerde voorwaarden in een aangepaste setting wel richting re-integratie gaan. Hetzelfde geldt voor mensen met chronische problematieken, zoals chronisch schizofrenen en mensen met een persoonlijkheidsstoornis.

In werking: 3 augustus 2017 (10 dagen na publicatie)

Bron: Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017. (art. 293-311 Potpourri V)

Zie ook
Wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, BS 9 juli 2014.