Karakter van schenking is achteraf aanpasbaar (art. 28 Wet nieuw erfrecht)

Voortaan is het duidelijk: een schenking die oorspronkelijk bij vooruitmaking en buiten erfdeel of met vrijstelling van inbreng werd gedaan, kan voortaan omgevormd worden tot een schenking als voorschot op erfdeel. Waarbij dus wel een inbreng van toepassing is. Tot nu was die mogelijkheid niet wettelijk voorzien, en was de rechtsleer hierover erg verdeeld.

Omvorming

Tot nu voorzag de wet alleen dat schenkingen die oorspronkelijk voor inbreng vatbaar waren a posteriori kunnen omgevormd worden in een schenking die van inbreng vrijgesteld is (schenking bij vooruitmaking).

Voortaan is ook de omgekeerde beweging expliciet toegelaten: schenkingen die oorspronkelijk bij vooruitmaking en buiten erfdeel of met vrijstelling van inbreng zijn gedaan, kunnen achtaf toch aan inbreng onderworpen worden.

Overeenkomst

Omvorming van de schenking - in welke richting ook - kan alleen via een overeenkomst tussen de schenker en de begiftigde.

In principe wordt die overeenkomst opgesteld in de vorm van een beschikking onder levenden. Maar de aard van de schenking kan ook via testament gewijzigd worden. Aangezien het akkoord van de begiftigde wel nodig is, is die alleen gebonden door de wijziging die bij testament is doorgevoerd als hij ze aanvaardt na het overlijden van de schenker.

Aanrekening gift

Giften waarvan de al dan niet voor inbreng vatbare aard achteraf wordt gewijzigd, worden aangerekend op de datum van de overeenkomst die de inbrengregel heeft gewijzigd. Of als de wijziging gebeurt bij testament, op het moment van het overlijden van de schenker.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 31 juli 2017 treedt in werking op 1 september 2018.

Bron: Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, BS 1 september 2017 (art. 28 Wet nieuw erfrecht)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 843/1)