Verhoging minimumpensioen voor zelfstandigen met onvolledige loopbaan

Een wet van 3 september 2017 heeft een schaal ingesteld voor het minimumpensioen voor de zelfstandigen met een onvolledige loopbaan. Bovendien bepaalt die wet dat dit minimumpensioen gelijk zal zijn aan het minimumpensioen voor de werknemers met een onvolledige loopbaan.

Aanvulling

De wet op de harmonisering van de pensioenregelingen wordt aangevuld met een lid dat de forfaitaire bedragen van het minimumpensioen voor zelfstandigen bepaalt voor de gerechtigden van wie het pensioen niet berekend wordt op een volledige loopbaan, en die bijgevolg geen aanspraak kunnen maken op de verhoging met 0,7% van het bedrag van hun pensioen. Die verhoging werd toegekend met ingang van 1 januari 2017.

Concreet. Artikel 131quater van de wet van 15 mei 1984 wordt aangevuld met een lid waarin wordt bepaald dat het minimumpensioen van een zelfstandige met een onvolledige loopbaan gelijk is aan de bedragen in de herstelwet van 10 februari 1981. Dat gebeurt om de gelijkheid tussen het minimumpensioen voor zelfstandigen en werknemers te bewaren.

Namelijk:

artikel 33 voor de rustpensioenen; en

artikel 34 voor de overlevingspensioenen.

Die bedragen zijn van toepassing op de gerechtigden op een minimumpensioen in de regeling voor werknemers met een pensioen dat niet berekend wordt op een volledige loopbaan.

Om het onderscheid te maken tussen het pensioen na een volledige loopbaan en het pensioen na een onvolledige loopbaan, wordt verwezen naar het eerste lid van artikel 131quater. Daarin staat dat een premie van 0,7% wordt toegekend aan de zelfstandigen met een minimumpensioen, op voorwaarde dat de in aanmerking genomen breuk voor de berekening van het rust- of overlevingspensioen de eenheid bereikt. Die eenheid (volledige loopbaan) wordt in principe bereikt na 45 jaar.

IPA

De maatregel kadert in de uitvoering van het IPA 2017-2018, dat voorziet in een verhoging met 1% van de minimumpensioenen bij een volledige loopbaan en een verhoging met 1,7% bij de andere minimumpensioenen.

Door de hierboven vermelde 'schaal' in te stellen, kunnen de pensioenen van de zelfstandigen met een onvolledige loopbaan met 1,7% worden verhoogd. Voor de minimumpensioenen voor de zelfstandigen met een volledige loopbaan is er sprake van een stijging met 1%. Dat gebeurt via KB - een wetgevend initiatief is niet nodig - want het minimumpensioen van de zelfstandigen is afgestemd op het minimumpensioen in de werknemersregeling. Bovenop de herwaardering met 0,7% in het raam van de flankerende taxshiftmaatregelen.

Bij de taxshift had de regering besloten om compenserende sociale maatregelen te nemen. Onder andere via een herwaardering met 0,7% voor werknemers en zelfstandigen (volledige loopbaan).
De sociale partners waren echter van mening dat die herwaardering ook ten goede moest komen van de pensioenen bij een onvolledige loopbaan, wat aanvankelijk niet de bedoeling was. Toch heeft de regering, via de welvaartsenveloppe, gehoor gegeven aan de wensen van de sociale partners.

In werking

De wet van 3 september 2017 treedt retroactief in werking op 1 september 2017.

Bron: Wet van 3 september 2017 tot wijziging van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, BS 13 september 2017