Ook tenietgegaan goed moet ingebracht worden (art. 36 Wet nieuw erfrecht)

Een geschonken goed moet - ook al is het teniet gegaan door toeval - toch ingebracht worden in de erfrechtelijke massa.

Tot nu gold de regel dat een onroerend goed dat door toeval en buiten de schuld van de begiftigde teniet was gegaan, niet moest ingebracht worden. De wetgever ging er immers van uit dat het goed - moest het nog in handen zijn van de schenker - ook teniet zou gegaan zijn. De erfgenamen zouden er dan ook niet van kunnen genoten hebben.

Binnen de rechtsleer is er echter onenigheid over de vraag wat er moet gebeuren met een eventuele (verzekerings)vergoeding die de begiftigde krijgt voor het verlies van het goed. Sommige auteurs vinden dat de vergoeding moet ingebracht worden, anderen niet.

Om alle twijfel weg te nemen stelt de wetgever nu dat ook een teniet gegaan goed moet ingebracht worden. Zelfs als dat gebeurd is door toeval. De begiftigde houdt immers een economische belang aan de schenking over, aangezien hij zal kunnen genieten van een verzekeringsvergoeding.

Het tenietgegane goed wordt gewaardeerd volgens wat het aan de massa heeft onttrokken: de gift wordt ingebracht volgens de geïndexeerde waarde van het goed op de dag van de schenking.

De nieuwe wet van 31 juli 2017 treedt in werking op 1 september 2018.

Bron: Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, BS 1 september 2017 (art. 36 Wet nieuw erfrecht)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 855)