Inbreng in waarde, niet meer in natura (art. 37, 38 en 41 Wet nieuw erfrecht)

De inbreng van alle giften gebeurt voortaan in waarde. Tot nu was de inbreng in waarde enkel van toepassing op roerende giften, voortaan dus ook op onroerende.

Twee manieren

De inbreng in waarde kan op twee manieren gebeuren. Ofwel door mindere ontvangst, ofwel door aan de massa de waarde van het geschonken of gelegateerde goed te betalen.

De inbreng door mindere ontvangst gebeurt door vooruitneming of door aanrekening op het aandeel van de mede-erfgenaam schuldenaar.

Vooruitneming

Bij vooruitneming nemen de mede-erfgenamen een deel van gelijke waarde vooraf uit de massa van de nalatenschap. Zoveel mogelijk in goederen van gelijke aard, gelijke hoedanigheid en gelijke deugdelijkheid als de giften.

Aanrekening

De inbreng door mindere ontvangst kan ook gebeuren via aanrekening op het aandeel van de mede-erfgenaam schuldenaar. De schuld dooft dan uit door schuldvermenging.

Is het in te brengen bedrag hoger dan het aandeel van de mede-erfgenaam, dan wordt het overschot aan de massa betaald. Heeft de mede-erfgenaam zelf een schuldvordering ten laste van de massa, dan wordt alleen het saldo dat na schuldvergelijking aan de massa toekomt, aangerekend op zijn aandeel.

Waarde

De inbreng van legaten gebeurt op basis van de intrinsieke waarde van het gelegateerde goed op de dag van het openvallen van de nalatenschap.

Voor de inbreng van schenkingen kijkt men naar de waarde van het geschonken goed op de dag van de schenking. Die waarde wordt wel geïndexeerd vanaf de schenkingsdag tot op de dag van overlijden. Vruchten die het geschonken goed heeft opgebracht of het voordeel dat de begiftigde uit het genot heeft gehaald, worden niet meegeteld.

Let wel op. Er geldt een andere waarderingsdatum voor de inbreng van een schenking als de begiftigde niet vanaf de schenking het recht had om te beschikken over de volle eigendom van het geschonken goed. De waardering gebeurt in dat geval als volgt:

- wanneer de begiftigde het beschikkingsrecht over de volle eigendom krijgt op het moment van overlijden, waardeert men het goed op de dag van overlijden;

als de begiftigde het recht om te beschikken over de volle eigendom verkrijgt op een datum na het overlijden, waardeert men het goed op de dag van overlijden, verminderd met de waarde van de lasten die de uitoefening van het beschikkingsrecht over de volle eigendom verhinderen;

als de begiftigde het beschikkingsrecht op de volle eigendom krijgt na de schenking maar vóór het overlijden, kijkt men naar de geïndexeerde waarde van het geschonken goed op die datum.

Geen afwijkingen

Van de inbreng in waarde kan in principe niet afgeweken worden.

Maar hierop is één uitzondering. De erfgenaam kan de inbreng realiseren door het geschonken goed in natura in te brengen, voor zover het nog van hem is en het vrij is van elke last of bezetting waarmee het nog niet bezwaard was op het moment van de schenking. De inbreng in natura kan aanleiding geven tot betaling van een opleg, ofwel ten laste van de massa, ofwel ten laste van de erfgenaam.

Intrest

De waarde die ingebracht moet worden brengt intrest op (wettelijke rentevoet) vanaf de dag van het overlijden van de beschikker.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 31 juli 2017 treedt in werking op 1 september 2018.

Bron: Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, BS 1 september 2017 (art. 37, 38 en 41 Wet nieuw erfrecht)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 856, 858 en opgeheven art. 860?869))