Regels voor inbreng van schulden (art. 40 Wet nieuw erfrecht)

De wetgever werkt regels uit voor de inbreng van schulden in de nalatenschap.

Inbreng

Een vaststaande schuld van een mede-erfgenaam tegenover de massa moet in de te verdelen massa ingebracht worden. Op die manier wordt de gelijke behandeling van de mede-erfgenamen in de verdeling verzekerd.

De inbreng van schulden is niet beperkt tot de schuld van de erfgenaam ten aanzien van de overledene, de inbreng geldt voor alle schulden die een erfgenaam jegens de massa kan hebben.

Toepasselijke regels

In principe zijn de regels die gelden voor de inbreng van giften ook van toepassing op de inbreng van schulden. Wat betekent dat de inbreng van schulden gebeurt ofwel door mindere ontvangst, ofwel door betaling van het verschuldigde bedrag aan de massa.

Opeisbaarheid

De schuld is pas opeisbaar vanaf het sluiten van de verdelingsverrichtingen. Op die manier kan de schuld eventueel uitdoven door schuldvermenging. De mede-erfgenaam schuldenaar kan wel beslissen om zijn schuld eerder te voldoen.

Op die opeisbaarheidsregeling is wel een uitzondering als de schuld betrekking heeft op de prijs van verkochte goederen uit de onverdeeldheid. In dat geval moet de schuldenaar de volle prijs betalen.

Intrest

Is de schuld ontstaan vóór de onverdeeldheid dan lopen de intresten op de schuld in principe door zoals oorspronkelijk was bedongen of beslist. Is er niets bedongen of opgelegd, dan loopt de interest van rechtswege vanaf het overlijden. En dit tegen de wettelijke intrestvoet.

Is de schuld ontstaan tijdens de onverdeeldheid, dan lopen de intresten van rechtswege vanaf de datum van opeisbaarheid. Ook aan de wettelijke intrestvoet.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 31 juli 2017 treedt in werking op 1 september 2018.

Bron: Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, BS 1 september 2017 (art. 40 Wet nieuw erfrecht)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 859)