Update voor KB dat statuut regelt van 'institutionele ICB's met veranderlijk aantal rechten van deelneming'

Een KB van 19 september 2017 wijzigt het 'KB van 7 december 2007' op diverse punten als gevolg van recente wetswijzigingen. Dit laatste KB regelt het statuut van de 'institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming' die kiezen voor de categorie van toegelaten beleggingen in financiële instrumenten en liquide middelen.

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Nieuw opschrift KB van 7 december 2007

Naar aanleiding van de wetswijzigingen sedert 2007 voert het KB van 19 september 2017 een terminologische aanpassing door: het KB van 7 december 2007 verwijst voortaan naar de AICB-wet, en niet meer naar de 'wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles'.

In dat perspectief wordt het opschrift van het KB van 7 december 2007 gewijzigd.
Het nieuwe opschrift luidt voortaan:
?Koninklijk besluit van 7 december 2007 met betrekking tot alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 183, eerste lid, 1°, van de wet van 19 april 2014 [n.v.d.r. ? bedoelde categorie van toegelaten beleggingen]?.

Het KB van 7 december 2007 regelt voortaan het statuut van institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming bedoeld in artikel 283 van de AICB-wet, en die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 183, eerste lid, 1°, van de AICB-wet [n.v.d.r. ? bedoelde categorie van toegelaten beleggingen] waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig bepalingen van Titel I en II van Boek II van deel III van de voornoemde wet.

Institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds

Het KB van 19 september 2017 omschrijft een 'institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds' als een ?alternatieve instelling voor collectieve belegging in vorm van een gemeenschappelijk beleggingsfonds, als gedefinieerd krachtens artikel 3, 10°, van de wet van 19 april 2014?.

Institutionele beleggingsvennootschap

Een 'institutionele beleggingsvennootschap' is volgens het KB van 19 september 2017 ?een alternatieve instelling voor collectieve belegging aannemend de vorm van een beleggingsvennootschap, als gedefinieerd krachtens artikel 3, 11°, van de wet van 19 april 2014?.

Inschrijving

Net zoals voordien mag een institutionele instelling voor collectieve belegging (afgekort: institutionele ICB) haar activiteiten slechts beginnen uitvoeren nadat zij een bevestiging heeft ontvangen van haar inschrijving, én van de inschrijving van elk van de door haar ingerichte compartimenten op de lijst die de FOD Financiën daartoe houdt. Zij mag haar activiteiten en die van haar compartimenten slechts uitoefenen zolang zij en de betrokken compartimenten ingeschreven blijven op die lijst. De ICB moet haar inschrijving en die van elk van de door haar ingerichte compartimenten op die lijst aanvragen bij de FOD Financiën.

Voortaan moeten bij die aanvraag volgende documenten gevoegd worden:

een stuk waaruit de aanstelling van de bewaarder blijkt;

indien het om een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds gaat, een afschrift van het beheerreglement én een stuk waaruit de aanstelling van de beheervennootschap blijkt;

indien het om een institutionele beleggingsvennootschap gaat, een afschrift van de statuten van de vennootschap, én een afschrift van het uittreksel of van de mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad met de bekendmaking van de akten en gegevens waarvan de openbaarmaking is voorgeschreven door het Wetboek van Vennootschappen;

een afschrift van de notulen waaruit blijkt dat de raad van bestuur heeft beslist om compartimenten op te richten binnen de institutionele ICB, met vermelding van de opgerichte compartimenten, en

een verklaring van de institutionele ICB dat aan de voorwaarden van het KB van 7 december 2007 is voldaan.

Indien een ingeschreven ICB (een) bijkomend(e) compartiment(en) inricht, vraagt zij de inschrijving ervan aan bij de FOD Financiën. Zij bezorgt de FOD Financiën de hierboven opgesomde documenten die als gevolg van de inrichting van de (een) bijkomend(e) compartiment(en) wijzigingen hebben ondergaan. Daarbij moet ze voortaan ook een afschrift van de notulen voegen waaruit blijkt dat de raad van bestuur heeft beslist om tot de oprichting van dit(deze) bijkomende compartiment(en) over te gaan.

Voortaan kan de FOD Financiën de ICB, en/of de door haar ingerichte compartimenten, van de 'lijst van de ICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming' schrappen als zij vaststelt dat, na een gemotiveerde ingebrekestelling, de instelling binnen de gestelde termijn de door de FOD Financiën vastgestelde inbreuken op de AICB-wet die van toepassing zijn op de ICB's met een variabel aantal rechten van deelneming en van het KB van 7 december 2007, niet verholpen heeft.

Bewaarders

De activa van een ICB worden in bewaring gegeven bij een bewaarder.
Het KB van 19 september 2017 zegt nu dat enkel de personen die voorkomen in artikel 51, § 3, eerste lid, 1° en 2° van de AICB-wet kunnen aangeduid worden als bewaarder van een ICB.

Daarnaast zegt het KB dat de bepalingen van hoofdstuk III van het KB van 7 december 2007 van toepassing zijn wanneer de ICB wordt beheerd door een kleinschalige beheerder of zich bevindt in een van de gevallen voorzien in artikel 281 van de AICB-wet.

Revisoraal toezicht

Enkel de volgens het FSMA-reglement van 14 mei 2013 erkende revisoren en revisorenvennootschappen (ongeacht de rubriek waaronder ze zijn vermeld op de in uitvoering van dat reglement gepubliceerde lijst) kunnen worden aangesteld als commissaris van een ICB.
Voor het overige blijven de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over de benoeming, de bezoldiging, het ontslag, de herroeping en de bevoegdheden van de commissaris van rechtspersonen die worden beheerst door het Wetboek van Vennootschappen, van toepassing op de commissaris die is aangesteld bij een institutioneel gemeenschappelijke beleggingsfonds. De algemene vergadering van deelnemers oefent in dat verband de bevoegdheden uit die het Wetboek van Vennootschappen toekent aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

Belangenconflicten

De ICB en elk van haar compartimenten worden beheerd casu quo bestuurd op autonome wijze en in het uitsluitend belang van haar deelnemers.

Indien de bewaarder en de beheervennootschap(pen) benoemd door een ICB met elkaar verbonden rechtspersonen zijn, nemen zij maatregelen die voor een aangepaste scheiding zorgen tussen de activiteiten die onderling aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten. Dit geldt eveneens bij elke verdere delegatie.

Het KB van 19 september 2017 vermeldt uitdrukkelijk dat de uitoefening van de taken van de bewaarder en deze van de beheervennootschap(pen) niet kunnen in hoofde van een enkele rechtspersoon.
Net zoals voordien kan de bewaarder evenmin deelnemen aan de effectieve leiding van een ICB waarvoor hij optreedt als bewaarder of aan de effectieve leiding van de beheervennootschap aangesteld door een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds waarvoor hij optreedt als bewaarder.

Opheffingsbepalingen

Het KB van 19 september 2017 heft volgende bepalingen op:

artikel 11, eerste lid van het KB van 7 december 2007 over de aanstelling van een externe beheerder: deze bepaling overlapt met de bepalingen van de AICB-wet;

artikel 20 van het KB van 7 december 2007: het principiële verbod om inbrengen in natura te doen in een institutionele AICB werd al bij wet opgeheven. Deze bepaling heeft dus geen zin meer.

In werking

Het KB van 19 september 2017 treedt in werking op 7 oktober 2017, tien dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 19 september 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 december 2007 met betrekking tot institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 juli 2004 bedoelde categorie van toegelaten beleggingen, BS 27 september 2017.

Zie ook:
- Wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, BS 17 juni 2014 (AICB-wet) (art. 183, eerste lid, 1° en art. 283).
- Koninklijk besluit van 7 december 2007 met betrekking tot alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 183, eerste lid, 1°, van de wet van 19 april 2014, BS 18 december 2007 (! opschrift van dit KB werd gewijzigd bij art. 1 van het KB van 19 september 2017).