Nieuwe antiwitwaswet: versnelde beroepsprocedure bij Raad van State tegen beslissingen NBB

Op 16 oktober 2017 treedt de nieuwe antiwitwaswet van 18 september 2017 in werking. Ze komt in de plaats van de huidige antiwitwaswet van 11 januari 1993. Deze nieuwe antiwitwaswet legt onder meer vast over welke bevoegdheden de Nationale Bank van België (NBB) beschikt inzake de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (SWG/FT). De NBB blijft immers op het vlak van SWG/FT de bevoegde toezichtautoriteit voor de meeste financiële instellingen waarvoor ze op prudentieel vlak bevoegd is.    

Versnelde beroepsprocedure bij Raad van State

In de organieke wet op de Nationale Bank staat dat de instellingen die onder het toezicht van de NBB vallen, bij de Raad van State volgens een versnelde procedure beroep kunnen aantekenen tegen bepaalde administratieve beslissingen die de NBB ten aanzien van hen neemt.

Een wet van 19 september 2017 schrijft in deze regeling een verwijzing in naar de beslissingen die de NBB op basis van de nieuwe antiwitwaswet zal kunnen nemen tegen de instellingen die onder haar toezicht vallen.
(nieuw punt 34°bis, art. 36/22, organieke wet van de Nationale Bank; ingevoegd door art. 2, 2°, wet van 19 september 2017).

Daardoor kunnen volgende entiteiten vanaf 16 oktober 2017 bij de Raad van State volgens een versnelde procedure beroep aantekenen tegen beslissingen die de NBB tegen hen heeft genomen krachtens de artikelen 94 en 95 van de nieuwe antiwitwaswet:

de kredietinstellingen;

de verzekeringsondernemingen;

de betalingsinstellingen;

de uitgevers van elektronisch geld en de instellingen voor elektronisch geld;

de vereffeningsinstellingen;

de maatschappijen voor onderlinge borgstelling;

de beursvennootschappen.

De wet van 19 september 2017 breidt in de organieke wet op de Nationale Bank ook de rechtsmiddelen uit die verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen aanwenden tegen de beslissingen die de NBB ten aanzien van hen kan nemen op basis van de wet van 13 maart 2016 die het statuut van en het toezicht op deze ondernemingen regelt.
(wijziging punt 10° en punt 35°, art. 36/22, organieke wet van de Nationale Bank; gewijzigd door art. 2, 1° en 2°, wet van 19 september 2017).

Nieuwe antiwitwaswet

De nieuwe antiwitwaswet van 18 september 2017 stemt de bestaande wetgeving over de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme af op de belangrijkste ontwikkelingen op Europees en internationaal niveau.
Daartoe zet ze de 'vierde antiwitwasrichtlijn' (richtlijn (EU) 2015/849) om in Belgisch recht. Deze richtlijn integreerde de 40 aanbevelingen van de Financiële Actiegroep (FAG) op het vlak van witwassen van geld en de financiering van terrorisme van 2012 op Europees niveau.

De nieuwe antiwitwaswet heeft hoofdzakelijk tot doel het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens te voorkomen (WG/FTP).

In werking

De wet van 19 september 2017 treedt in werking op 16 oktober 2017, tien dagen nadat ze in het Belgisch Staatsblad verscheen.

Ook de nieuwe antiwitwaswet treedt op 16 oktober 2017 in werking.

Bron: Wet van 19 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten wat bepaalde versnelde beroepsprocedures bij de Raad van State betreft, BS 6 oktober 2017.

Zie ook:
- Wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, BS 28 maart 1998 (organieke wet op de Nationale Bank) (art. 36/22)
- Wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekeringsondernemingen, BS 23 maart 2016, err. BS 8 april 2016 (art. 508, § 2, 1° tot en met 10° en art. 517, § 1, 1°, 2°, 4°, 6° en 7°)
- Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, BS 6 oktober 2017 (nieuwe antiwitwaswet).
- Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie, Pb.L. 141, 5 juni 2015 (vierde antiwitwasrichtlijn).