Vrijstelling van arbeidskaart voor gezinsleden langdurig ingezetenen

Gezinsleden van langdurig ingezetenen in een andere EU-lidstaat moeten geen arbeidskaart hebben als deze buitenlandse onderdaan zelf vrijgesteld is van deze verplichting.

Zesde staatshervorming

Dankzij de uitvoering van de zesde staatshervorming zijn de gewesten bevoegd voor de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen. Zo heeft het Vlaamse Gewest op 1 januari 2017 in een implementatiedecreet regels uitgewerkt rond economische migratie.
Dat kan want de gewesten zijn bevoegd voor de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten, met uitzondering van 'de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen en de vrijstellingen van beroepskaarten verbonden aan de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen' (artikel 6, §1, IX, 3° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980).

Het is de bijzondere wet met betrekking tot de zesde staatshervorming die meer specifiek de arbeidskaarten A en B en de beroepskaarten voor zelfstandigen (en de hiermee verbonden vrijstellingen) geregionaliseerd heeft. De arbeidskaart C is een federale materie gebleven.
Dit betekent dat de gewesten bevoegd zijn voor de regelgeving, de toepassing, de controle, de handhaving en de adviesprocedure voor deze materies. Al blijft de controlebevoegdheid een 'gedeelde bevoegdheid'.

Federale bevoegdheid

De federale overheid is dus bevoegd gebleven voor specifieke verblijfssituaties. Zo bepaalt de wet op de tewerkstelling van buitenlandse werknemers dat vrijstellingen van arbeidskaart, voor bepaalde categorieën van buitenlandse werknemers, toegekend kunnen worden bij KB.

Nu wordt in het bijhorende uitvoeringsbesluit een nieuwe vrijstelling ingeschreven. Het gaat hier om de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2003/86/EG van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging.

Zijn voortaan vrijgesteld van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart:

?de echtgenoot en kinderen van de buitenlandse onderdaan die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie heeft verkregen,

krachtens wetgeving of reglementering ter omzetting van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen,

voor zover deze buitenlandse onderdaan vrijgesteld is van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart?.

Verder blijven de regels ongewijzigd.

Deze aanvulling komt er nadat de Europese Commissie erop gewezen heeft dat de richtlijn over het recht op gezinshereniging vereist dat de gezinsleden kunnen werken onder dezelfde voorwaarde als de ?gezinshereniger?. Dat is de buitenlandse onderdaan met het statuut van langdurig ingezeten onderdaan.

Als er sprake is van een vrijstelling, dan moeten de familieleden dus ook vrijgesteld zijn. En dat is nu het geval. Tot nu konden de familieleden van de buitenlandse onderdanen die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen, in België werken met een arbeidskaart B. Maar dat was niet voldoende.

In werking

Het wijzigings-KB van 8 oktober 2017 treedt in werking op 2 november 2017. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 8 oktober 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, aangaande de gezinsleden van de langdurig ingezetenen, BS 23 oktober 2017