Periodes zonder uitzendopdracht gelijkgesteld aan periodes van activiteit (art. 41 en 43 DB Sociaal)

Uitzendkrachten die aangeworven zijn met een overeenkomst voor onbepaalde duur kunnen tussen twee periodes van uitzendopdrachten geconfronteerd worden met periodes zonder uitzendopdracht. Die periodes worden nu formeel gelijkgesteld aan periodes van activiteit.

Daartoe wordt de RSZ-wet aangevuld. Een nieuwe bepaling zorgt ervoor dat de toepassing van de wet wordt uitgebreid naar de personen die zijn aangeworven met een uitzendarbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Want voor de bepaling van de rechten in de socialezekerheidsstelsels worden de periodes zonder uitzendopdracht gelijkgesteld aan periodes van activiteit.

Bedoeling is uiteraard om de werknemers via de uitzendarbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd meer zekerheid te bieden. Een dergelijke overeenkomst geeft hen de kans om sociale rechten op te bouwen.

De Uitzendarbeidswet noemt de periodes van onderbreking tussen twee uitzendopdrachten, 'periodes zonder uitzendopdracht', en zegt daarover:

dat deze periodes worden gelijkgesteld met periodes van activiteit voor de vaststelling van de rechten (inzake jaarlijkse vakantie en anciënniteit);

dat de uitzendkracht tijdens deze periodes recht heeft op een minimum gewaarborgd uurloon voor elk uur van een voltijdse werkdag of -week dat hij niet wordt ter beschikking gesteld van een gebruiker;

dat tijdens deze periodes de uitvoering van de arbeidsovereenkomst niet kan worden geschorst omwille van gebrek aan werk wegens economische oorzaken.

Uit het bijhorend commissieverslag blijkt dat nog niet is bepaald welke regels zullen gelden als de werknemer bijvoorbeeld een uitzendopdracht zou weigeren. Daarover wordt momenteel nog overlegd op sectoraal niveau, zo blijkt uit het verslag. De gelijkstelling geldt niet voor periodes zonder uitzendopdracht die worden gedekt door onbetaald verlof.

Dit onderdeel van de nieuwe wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken treedt in werking op 16 oktober 2017.

Bron: Wet van 30 september 2017 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 16 oktober 2017 (art. 41 en 43 DB Sociaal) (erratum aangepaste afkondigingsdatum van de wet)