Beroepsziektenwet: ongelijkheid bij vergoeding voor begrafeniskosten weggewerkt (art. 33-34 DB Sociaal)

De wetgever heeft een ongelijkheid weggewerkt bij de berekening van de begrafeniskosten. Die bestond tussen de regeling voor de beroepsziekten en de arbeidsongevallen.

Verwijzing

De Beroepsziektenwet verwijst naar de Arbeidsongevallenwet voor de verschillende soorten van schadevergoeding die zich kunnen voordoen wanneer iemand overlijdt als gevolg van zijn beroepsziekte, mits vervanging van sommige termen uiteraard.

Zo omschrijft de Arbeidsongevallenwet bij een dodelijk arbeidsongeval hoe de vergoeding voor begrafeniskosten wordt berekend, namelijk: dertig keer het gemiddelde dagloon op de datum van het arbeidsongeval. Doorgaans liggen de datums van het ongeval en het overlijden dicht bij elkaar. Maar bij beroepsziekten hoeft dat helemaal het geval niet te zijn.

Om het bedrag bij beroepsziekten te bepalen, wordt een onderscheid gemaakt naargelang de betrokkene voor of na de pensioenleeftijd als blijvend arbeidsongeschikt erkend werd. Want in tegenstelling tot arbeidsongevallen, kunnen beroepsziekten door blootstelling tijdens de loopbaan uitbreken wanneer de betrokkene al gepensioneerd is:

Nog niet gepensioneerd, dan wordt de vergoeding voor begrafeniskosten berekend, op het ogenblik van het overlijden, door het bedrag van het basisloon (eventueel begrensd) te delen door 365 en het bedrag vervolgens met dertig te vermenigvuldigen.

Wel gepensioneerd, dan werd geen basisloon berekend (forfaitair). De vergoeding voor begrafeniskosten wordt dus berekend, op het ogenblik van het overlijden, door het toepasbare maximumbedrag van het basisloon op de begindatum van ongeschiktheid te delen door 365 en het bedrag vervolgens met dertig te vermenigvuldigen.

Ongelijkheid

Met andere woorden, de huidige berekeningswijze leidt tot een ongelijkheid tussen personen die een beroepsziekte opgelopen hebben en personen die door een arbeidsongeval getroffen zijn. En tussen personen die een beroepsziekte opgelopen hebben naargelang het slachtoffer sinds lange of minder lange tijd erkend was en naargelang het slachtoffer voor of na zijn pensioen erkend werd.

Daarom grijpt de wetgever nu in. Hij past de Beroepsziektenwet aan in die zin dat het bedrag voor de berekening van de vergoeding voor begrafeniskosten overeenkomt met het toepasbare plafond op de datum van het overlijden.
Concreet. Als basis voor de berekening van de begrafenisvergoeding neemt men het jaar van het overlijden in plaats van het jaar waarin de beroepsziekte is begonnen. Namelijk: de vergoeding voor begrafeniskosten bedraagt dertig keer het maximum bedrag van het basisloon, zoals toepasbaar op de datum van het overlijden, gedeeld door 365.

Uit de toelichting bij de verzamelwet blijkt dat men op die manier het parallellisme tussen de twee sectoren behoudt, en toch de ongelijkheden tussen de slachtoffers wegwerkt. Namelijk: door zich voor de berekening te baseren op een basisloon dat beter overeenkomt met de inkomsten van de overledene op het ogenblik van overlijden, net zoals bij arbeidsongevallen.

In werking

Dit onderdeel van de verzamelwet treedt retroactief in werking op 1 juli 2017 en is van toepassing op de overlijdens vanaf deze datum.

Bron: Wet van 30 september 2017 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 16 oktober 2017 (art. 33?34 DB Sociaal) (erratum aangepaste afkondigingsdatum van de wet)