Erkenning nodig voor transport van radioactieve stoffen

De omzetting van nieuwe Europese richtlijnen brengt de federale regering ertoe om de regels op het vervoer van radioactieve stoffen grondig te herzien. Het huidige systeem van administratieve vergunningen wordt vervangen door een verplichte erkenning, met meer gerichte inspecties. Bovendien moeten álle ondernemingen die betrokken zijn bij het transport van klasse 7-goederen vanaf nu een erkenning hebben. Dus ook de ondernemingen die zelf geen radioactieve goederen vervoeren, maar wel overlaadoperaties uitvoeren bij multimodaal vervoer, zoals de kaai-uitbaters in de havens en de grondafhandelaars in de luchthavens. In een beperkt aantal gevallen is nog een vergunning of melding verplicht. Alle vervoersvoorschriften worden uit het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, de werknemers en het leefmilieu tegen ioniserende stralingen (Arbis) gelicht, en ondergebracht in een apart koninklijk besluit van bijna 150 artikels.    

Vervoer én verpakking

Het nieuwe KB is niet alleen van toepassing op het eigenlijke vervoer van de gevaarlijke goederen van klasse 7, maar ook op het ontwerp, de fabricage, het onderhoud en de reparatie van de verpakkingen voor die radioactieve stoffen. Het KB omvat dus het hele vervoerstraject, vanaf het ontwerpen van de vervoerscolli, tot het afleveren van het radioactieve materiaal op de eindbestemming.

Er zijn een beperkt aantal uitzonderingen, onder meer voor het vervoer van radioactieve stoffen in opdracht van Defensie, en voor het vervoer van dode personen en dieren die vóór hun overlijden nog een behandeling met radioactieve stoffen kregen.

3 types van erkenning

Het nieuwe KB is van toepassing zodra een radioactieve stof een UN-nummer van klasse 7 krijgt. Ook als de klasse 7 niet het hoofdrisico betreft, maar 'slechts' een nevenrisico. En ook als het om zogenaamde 'lege verpakkingen' gaat, die radioactieve stoffen hebben bevat en nu teruggestuurd worden naar de afzender voor hergebruik.

Om gevaarlijke goederen van klasse 7 te mogen vervoeren - in de ruime zin van het woord -, is nu een erkenning nodig van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (Fanc). Zo'n erkenning is vereist:

voor het vervoeren van gevaarlijke goederen van klasse 7;

voor het behandelen tijdens het multimodaal vervoer van colli, containers of tanks die gevaarlijke goederen van klasse 7 bevatten; en

voor het inrichten van een onderbrekingssite.

'Vervoeren' betekent hier alle operaties en omstandigheden die verbonden zijn met, of betrokken zijn bij het verplaatsen van gevaarlijke goederen van klasse 7. Zoals: de voorbereiding op het vervoer, het verzenden, het laden, het eigenlijke transporteren, het onderbreken van het transport, de opslag in transit, en het ontladen en de ontvangst op de eindbestemming.

Met 'multimodaal vervoer' wordt elk transport bedoeld waarbij ten minste 2 verschillende vervoerswijzen op Belgisch grondgebied betrokken zijn. Bij maritiem vervoer en luchtvervoer kan het ook om een wijziging van vervoersmiddelen binnen eenzelfde vervoerswijze gaan.

Er zijn enkele uitzonderingen op de erkenningsplicht: onder meer voor het verplaatsen van radioactieve goederen binnen een vergunde ingedeelde inrichting, zonder dat er gebruik wordt gemaakt van de openbare weg. En voor het vervoer van kleine hoeveelheden radioactieve stoffen of voor een transport over korte afstand.
De afzenders van de colli met radioactieve stoffen vallen evenmin onder het nieuwe KB, omdat zij al onderworpen zijn aan de algemene vergunningsplicht van het Arbis. Volgens het verslag aan de Koning bij het nieuwe KB zullen de afzenders wel opgenomen worden in de jaarlijkse inspectieplannen, zodat er geverifieerd kan worden of zij hun colli wel correct klaarmaken voor het transport.

Zelfde erkenningsvoorwaarden

Het nieuwe KB legt gelijkluidende erkenningsvoorwaarden op aan álle ondernemingen die bij een radioactief transport betrokken zijn.
Elke vervoerder van gevaarlijke goederen van klasse 7 moet erkend zijn door het agentschap.
Maar voor een eenmalig vervoer volstaat een vergunning.
De meeste vervoersondernemingen zijn momenteel onderworpen aan het regime van de 'algemene vergunning' voor 5 jaar.

Dat is niet zo voor de organisaties die betrokken zijn bij de behandeling van gevaarlijke goederen van klasse 7 tijdens het multimodaal vervoer van deze goederen. Voor hen is de erkenning een compleet nieuwe verplichting, die ingaat op 1 juli 2018.
Voor het sporadisch behandelen van gevaarlijke goederen kan de erkenning verleend worden in de vorm van een vergunning. Volgens de toelichting bij het KB zou het de bedoeling zijn dat er tot 4 keer over een periode van 12 maanden een vergunning kan worden verkregen voor het behandelen van een specifiek vervoer volgens deze case by case-benadering. Boven die frequentie moet er een erkenning aangevraagd worden.

Voor het inrichten van een onderbrekingssite is altijd een erkenning nodig.

Tijdens de erkenningsprocedure moet de onderneming aantonen dat zij het risico over het volledige traject beheerst. Dat betekent dat zij beschikt over:

een beheersysteem;

een stralingsbeschermingsprogramma;

een interne noodprocedure;

een aangestelde voor vervoer;

een dienst voor fysische controle;

een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid; en

ev. een geschikte plaats voor opslag in transit, als het om een onderneming voor multimodaal vervoer gaat; en een risicoanalyse op het vlak van veiligheid, beveiliging, stralingsbescherming, brand, diefstal en sabotage, als het om een exploitant van een onderbrekingssite gaat. ?Veiligheid? is het creëren van omstandigheden, het voorkomen van ongevallen of het beperken van de gevolgen van ongeval met als doel de werknemers, de bevolking en het leefmilieu tegen ioniserende stralingen te beschermen. ?Beveiliging? staat voor het voorkomen, het detecteren en het bieden van een antwoord op diefstal, sabotage of illegale toegang tot de gevaarlijke goederen.

Graduele aanpak

Een vervoerder kan erkend worden voor het vervoer van goederen die behoren tot een specifieke UN-groep (UN-groep 1, 2, 3 of 4), voor een combinatie van UN-groepen, óf voor één of meerdere UN-nummers binnen een UN-groep. Dat laat een graduele aanpak toe, naargelang het risico.
De indeling van UN-nummers in UN-groepen wordt vastgelegd door het agentschap en kan om de 2 jaar wijzigen naar aanleiding van de 2-jaarlijkse herzieningen van de internationale verdragsteksten.

Een onderneming voor multimodaal vervoer kan erkend worden voor alle handelingen die verbonden zijn met het multimodaal vervoer of voor bepaalde aspecten ervan (los van de UN-groep), en zo kan er ook hier gedifferentieerd worden.

Het Fanc ontwerpt voor alle erkenningen een model van aanvraagformulier.
In principe beslist het agentschap binnen de 3 maanden over het al of niet toekennen van de erkenning. En het verleent de erkenning voor een termijn van 5 jaar.
Het Fanc kan echter verkiezen om de erkenning toe te staan voor een kortere termijn, om de erkenning toe te staan onder voorwaarden, of om de erkenning toe te kennen voor een beperkter aantal producten dan werd gevraagd in het aanvraagdossier.
De aanvrager kan vragen om gehoord te worden vooraleer er een definitieve beslissing valt.

Het Fanc zal ook een formulier ontwerpen voor het wijzigen van een erkenningsaanvraag, en voor het verlengen van een lopende erkenning. De aanvraag tot wijziging verandert niets aan de geldigheidsduur van de erkenning. Een gewijzigde erkenning verstrijkt dus op de dag dat de oorspronkelijke erkenning zou verstrijken. Tenzij de wijziging samen met een aanvraag tot verlenging ingediend wordt. De aanvraag tot verlenging moet ten laatste 2 maanden vóór het verstrijken van de lopende erkenning ingediend worden. En net als de oorspronkelijke erkenning wordt een verlenging normaal gezien toegestaan voor een periode van 5 jaar.

Vervoer onder vergunning

Voor 3 categorieën van vervoer is nog altijd een aparte vergunning nodig. Dat is voor:

transporten die volgens de internationale bepalingen gedekt moeten worden door een goedkeuring voor verzending;

eenmalige transporten die uitgevoerd worden door een niet-erkende vervoerder; en

transporten die wel uitgevoerd worden door een erkende vervoerder, maar die een specifiek risico inhouden op het vlak van stralingsbescherming, transportveiligheid of transportbeveiliging. Het eigenlijke transport moet ook nog eens gemeld worden aan het Fanc met een standaardformulier ?Voorafmelding?. Welke transporten een specifiek risico inhouden, wordt niet meer in het KB gedefinieerd.

De aanvraag voor een vergunning of goedkeuringscertificaat voor verzending moet eveneens ingediend worden bij het Fanc. Het KB legt daarvoor de procedure vast.

Via een onderaannemer

Het is toegelaten om het vervoer van radioactieve stoffen uit te besteden aan een onderaannemer, maar het KB legt daarvoor wel voorwaarden op:

de onderaannemer moet opgenomen zijn in het erkenningsbesluit van de vervoerder;

tussen de onderaannemer en de vervoerder moet een schriftelijke overeenkomst bestaan;

de onderaannemer moet informatie krijgen over de stralingsbescherming, de noodprocedure en het beheersysteem van de vervoerder;

de onderaannemer mag de goederen op zijn beurt niet verder in onderaanneming geven;

enzovoort.

Transporten van de hoogste categorie van fysieke beveiliging mogen overigens niet in onderaanneming gegeven worden.

Onderaanneming is onder strikte voorwaarden ook toegelaten bij multimodaal vervoer.

Onderbreken van een transport

Transporten mogen altijd onderbroken worden op plaatsen die volgens het Arbis vergund zijn voor het type radioactieve stoffen dat wordt vervoerd, maar het is niet altijd mogelijk om tijdens het transport een dergelijke plaats te bereiken. Steeds langere files op de weg, niet-klokvaste aanlegtijden van schepen,? zijn er de oorzaak van dat het aantal vervoersonderbrekingen toeneemt. Het nieuwe KB bevat dan ook voor het eerst een wettelijk kader voor dergelijke stops.

Het onderbreken van een transport voor een korte periode van minder dan 72 uur is toegelaten op plaatsen die aanvaard worden door het agentschap. Dat moeten niet per se erkende onderbrekingssites zijn.
De vervoerder moet de onderbreking wel vooraf melden aan het Fanc, en het agentschap kan voorwaarden opleggen.

Het onderbreken van een radioactief transport voor een langere periode van meer dan 72 uur is enkel mogelijk op een onderbrekingssite die erkend werd door het Fanc.
Bovendien mag de onderbreking nooit meer dan 15 dagen duren.

Sommige nucleaire transporten mogen helemaal niet onderbroken worden. Behalve wanneer het agentschap daarvoor expliciet toestemming verleent.

Tijdens het onderbreken van een transport moeten de containers, colli of tanks vastgezet blijven. Zonder toestemming van het agentschap mogen zij niet geopend worden.

Vervoersregels

Het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7 wordt nog altijd gedomineerd door de internationale overeenkomsten en reglementen voor het vervoer van gevaarlijke goederen. Dus door de voorschriften van het ADR voor het vervoer over de weg, het RID voor het vervoer per spoor, de IMDG-code voor het vervoer over zee, het ADN voor het vervoer over de binnenwateren, en de ICAO-instructies voor het vervoer door de lucht.
Het Nucleair Veiligheidsagentschap mag die internationale bepalingen verder uitwerken in reglementen. Het Fanc krijgt daartoe ruime bevoegdheden.

Het Fanc mag ook bijkomende inlichtingen opvragen. Het agentschap mag de erkenningen, vergunningen en goedkeuringen, wijzigen en aanvullen. En het mag nieuwe voorwaarden opleggen, zoals voorgeschreven routes of het verplicht gebruikmaken van een bepaalde vervoerswijze. Het agentschap is echter niet verplicht om een voorgeschreven route op te leggen voor het uitvoeren van een transport van klasse 7-goederen. De wegcode zegt wel dat dit soort vervoer zoveel mogelijk langs de snelweg moet gebeuren.

Maar ook zonder dat het Fanc dat expliciet oplegt, is het verboden om de volgende goederen in eenzelfde laadruimte te vervoeren als gevaarlijke goederen van klasse 7:

voedingswaren;

geneesmiddelen (met uitzondering van radiofarmaceutische producten);

chemische producten;

andere gevaarlijke goederen; of

fotografisch materiaal.

Colli en verpakkingen

Volgens de internationale regels moet het ontwerp van een model van collo voor het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7 goedgekeurd worden. Een collo is een verpakking met zijn radioactieve inhoud. Er is een unilaterale goedkeuring mogelijk, of een multilaterale goedkeuring. In ons land is het Fanc daarvoor de bevoegde overheid. Het KB legt de grote lijnen vast van de aanvraag- en goedkeuringsprocedure, maar de details worden verder ingevuld door het Fanc.

Het Fanc regelt ook de inhoud en modaliteiten van:

de aanvragen tot goedkeuring van een andere grenswaarde van de activiteit bij een vrijgestelde zending (bv. voor het vervoer van lampen die Kr-85 bevatten);

de aanvragen tot goedkeuring van radioactief materiaal onder speciale vorm (bv. dichtgelaste capsules); en

eventuele andere goedkeuringen van radioactieve stoffen die opgelegd worden door de internationale voorschriften.

Het KB legt tot slot een aantal verplichtingen op voor de fabricage van de verpakkingen. Dat moet uiteraard gebeuren conform het goedgekeurde model van collo. Er is verder een verplichting om de fabricagedossiers bij te houden, om op elke verpakking een uniek serienummer aan te brengen, om het eerste gebruik in België te melden, enz.

Fysische controledienst en retributies

Tot slot worden in het Arbis enkele bepalingen ingevoerd over de diensten voor fysische controle. Die bepalingen zullen later uitgewerkt worden.
En in het retributie-KB voor de sector van de ioniserende stralingen wordt een nieuwe bijlage 6 ingevoegd met de retributies die verschuldigd zijn voor de administratieve behandeling, het onderzoek en de verwerking van de aanvragen tot erkenning, vergunning of goedkeuring in het kader van het nieuwe KB op het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7.

Vanaf 1 januari 2018

Op enkele uitzonderingen na, treedt het nieuwe KB in werking op 1 januari 2018.

De meeste lopende vergunningen blijven echter geldig tot hun geldigheidsduur verstrijkt.
Maar ook daar zijn er enkele uitzonderingen.

Een nieuw artikel 24bis in de wet op de ioniserende stralingen, dat de regering de bevoegdheid geeft om te bepalen dat het Fanc reglementen met een technische en niet-beleidsmatige draagwijdte mag afkondigen, treedt in werking op de dag van bekendmaking van het nieuwe KB in het Belgisch Staatsblad. Dat is op 30 oktober 2017.

Het huidige hoofdstuk VII van het Arbis over het ?Vervoer van radioactieve stoffen? wordt opgeheven.

Radioactief transport in cijfers

Volgens het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle worden er in ons land elk jaar zo'n 40.000 transporten van gevaarlijke stoffen van klasse 7 uitgevoerd. Samen goed voor ongeveer 400.000 colli.

Het overgrote deel daarvan - zo'n 350.000 colli - is bestemd voor medische doeleinden.
Het nucleaire transport vertegenwoordigt een 20.000 colli.
De overige 30.000 colli zijn bestemd voor industriële, agronomische of wetenschappelijke doeleinden.

Van toepassing:

België.

Vanaf 1 januari 2018. Met uitzonderingen en overgangsregeling.

Wordt verwacht: een KB tot wijziging van het Arbis in verband met de diensten voor fysische controle én een wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 op de bescherming van de bevolking tegen ioniserende stralingen.

Bron: Koninklijk besluit van 22 oktober 2017 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7, BS 30 oktober 2017.

Zie ook:

Koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, de werknemers en het leefmilieu tegen de gevaren van ioniserende stralingen, BS 30 augustus 2001 [Hoofdstuk VII van het Arbis].

Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land, Pb.L. 30 september 2008, afl. 260.

Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling [?], Pb.L. 17 januari 2014, afl. 13.

Koninklijk besluit van 17 oktober 2011 betreffende de fysieke beveiliging van het kernmateriaal en de nucleaire installaties, BS 8 november 2011.

?Vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 en bescherming tegen ioniserende straling?, Ministerraad van 2 juni 2017.