EU verlengt 3 uitzonderingen op loodverbod voor auto's

Voertuigen en onderdelen van voertuigen die na 1 juli 2003 in de handel worden gebracht, mogen geen lood, kwik, cadmium of zeswaardig chroom bevatten. Maar voor sommige materialen en onderdelen blijft het gebruik ervan onvermijdelijk. De Europese Unie somt die uitzonderingen op in bijlage bij haar autowrakkenrichtlijn. Elke vrijstelling wordt geregeld geëvalueerd om te zien of er intussen geen mens- en milieuvriendelijker alternatieven op de markt zijn gekomen.
De jongste evaluatie leidt tot 3 verlengingen, specifiek voor lood.

In die 3 gevallen wordt de vrijstelling van het loodverbod behouden, maar wordt de nieuwe vrijstellingstermijn vrij kort gehouden.

Het gaat om:

Aluminiumlegeringen voor verwerkingsdoeleinden die niet meer dan 0,4 gewichtsprocent lood bevatten (puntje 2, c) van de bijlage i.v.m. lood). Hier wordt de einddatum ontdubbeld, zodat voor sommige toepassingen al in 2021 een herevaluatie volgt, en voor andere maar in 2024.

Koperlegeringen die niet meer dan 4 gewichtsprocent lood bevatten (puntje 3). Die vrijstelling wordt integraal vervroegd herbekeken. Dus in 2021.

En loodhoudende batterijen (puntje 5). Hier volgt eveneens een ontdubbeling. De vrijstelling van het loodverbod wordt stopgezet voor ?lood in batterijen in hoogspanningssystemen die alleen worden gebruikt voor de aandrijving van voertuigen van de categorieën M1 en N1?. De scharnierdatum wordt voor deze voertuigen 1 januari 2019. Voor loodhoudende batterijen in andere toepassingen volgt er een snelle herevaluatie in 2021.

Van toepassing:

Europese Unie.

Vanaf 6 december 2017. Wettelijke regeling van 20 dagen na publicatie in Pb.

Einddatum voor omzetting door de lidstaten: 6 juni 2018.

Bron: Richtlijn (EU) 2017/2096 van de Commissie van 15 november 2017 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende autowrakken, Pb.L. 16 november 2017, afl. 299.

Zie ook:

Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken, Pb.L. 21 oktober 2000 [bijlage II bij de autowrakkenrichtlijn].