Codextrein: Vergunning nodig voor splitsen van ingedeelde inrichting

Voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van klasse 1 of klasse 2 én voor de verandering van zo'n inrichting of activiteit is een vergunnning nodig. Sommige ondernemingen proberen aan die vergunningsplicht te ontsnappen door hun inrichting of activiteiten op te splitsen. Vandaar dat de decreetgever ook de splitsing vergunningsplichtig maakt.    

Exploiteren, veranderen én splitsen

De decreetgever behoudt de huidige omschrijving van het 'exploiteren' van een ingedeelde inrichting of activiteit. Dat blijft: het installeren, het in werking stellen, het gebruiken of het in stand houden van ingedeelde inrichtingen, of het aanvangen en het uitvoeren van ingedeelde activiteiten.

Maar onder het ?veranderen? van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt vanaf nu het wijzigen, het uitbreiden, het toevoegen óf het splitsen verstaan. Dat is:

het wijzigen: het verplaatsen binnen de vergunde of gemelde ingedeelde inrichting of activiteit, of het aanwenden van een andere exploitatiemethode;

het uitbreiden: het vergroten van de capaciteit, in drijfkracht of in oppervlakte op percelen waarop de geldende vergunning of melding betrekking heeft;

het toevoegen: het vergroten in opslagcapaciteit, in drijfkracht of in oppervlakte op percelen waarop de geldende vergunning of melding geen betrekking heeft; en

het splitsen: het splitsen van een ingedeelde inrichting of activiteit in meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan de definitie van ingedeelde inrichting of activiteit.En onder dat laatste verstaat de decreetgever nog altijd: één inrichting of activiteit en de aanhorigheden ervan op een bepaalde locatie of, in voorkomend geval, meerdere inrichtingen of activiteiten en de aanhorigheden ervan op een bepaalde locatie die voor hun exploitatie als een samenhangend technisch geheel moeten worden beschouwd. Het feit dat verschillende inrichtingen en activiteiten een verschillend eigendomsstatuut hebben, belet niet dat ze door hun onderlinge technische samenhang als één ingedeelde inrichting of activiteit kunnen worden beschouwd.

Door de splitsing onder te brengen bij het veranderen van een inrichting, wordt een splitsing vergunningsplichtig en dus kan de vergunningverlenende overheid er zich inhoudelijk over uitspreken.

Gedeeltelijke overdracht of splitsing?

De procedure van de gedeeltelijke overdracht van een vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit zal alleen nog gelden:

als er een vergunning is voor een project, dat bestaat uit 2 of meer ingedeelde inrichtingen of activiteiten, die ook op die manier werden aangevraagd en vergund, op naam van één exploitant, waarbij één van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten wordt overgedragen aan een andere exploitant; of

als een deel van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt overgedragen aan een andere exploitant, waarbij de overdragende exploitant afstand doet van een deel van de vergunde rubrieken. Het resultaat is dan één ingedeelde inrichting, met meerdere exploitanten, en voor elke exploitant wordt aangeduid waarvoor hij verantwoordelijk is.

Zo niet, is er sprake van een splitsing en geldt er een vergunningsplicht.

Niet bij een volledige overdracht

De volledige overdracht van een ingedeelde inrichting of activiteit kan wel nog altijd met een eenvoudige melding.
En zelfs met een héél eenvoudige melding. In de toelichting bij het ontwerp van Codextrein wijst de decreetgever erop dat de overheid niet bevoegd is om een meldingsakte op te stellen bij een volledige overdracht. Zij kan dus ook geen bijzondere milieuvoorwaarden opleggen aangezien er geen meldingsakte is. De volledige overdracht via melding valt immers onder de decretale bepalingen over het zakelijke karakter van de omgevingsvergunning (hoofdstuk 5 van het omgevingsvergunningsdecreet), en niet onder de algemene bepalingen over de meldingsprocedure met meldingsakte (hoofdstuk 10).

Ontsnappingsroute afgeblokt

Door de splitsing te onderwerpen aan een vergunningsplicht wil de decreetgever vermijden dat exploitanten hun inrichting of activiteit opsplitsen enkel en alleen om:

onder de meldingsplicht te kunnen vallen,

te kunnen ontsnappen aan de verplichting tot het opstellen van een milieueffectenrapport, een omgevingsveiligheidsrapport of de GPBV-verplichtingen voor de grote industriële installaties;

niet te moeten voldoen aan de afstandsregels; of

bepaalde bijzondere milieuvoorwaarden niet te moeten respecteren.

Van toepassing:

Vlaams gewest.

Vanaf 30 december 2017. Wettelijke regering van inwerkingtreding 10 dagen na publicatie in het BS.

Bron: Decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, BS 20 december 2017 (art. 2 en 144 Codextrein).

Zie ook:

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, BS 3 juni 1995 (art. 5.1.1 en art. 5.2.1 DABM).

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, BS 23 oktober 2014 (art. 79 OVD).