Codextrein: Provinciale, gemeentelijke én intergemeentelijke beleidsplannen ruimte

Hoewel de Codextrein uitdrukkelijk bepaalt dat er intergemeentelijke beleidsplannen ruimte kunnen worden opgesteld, bevat diezelfde Codetrein uitsluitend voorschriften voor het opstellen van provinciale óf gemeentelijke plannen. Intergemeentelijke plannen moeten de gemeentelijke regels volgen.    

Voor provincies en gemeenten

Volgens de Codextrein stelt het Vlaamse gewest een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) op, en stelt elke provincie, en één of meer gemeenten samen, een (lokaal) beleidsplan ruimte op. Net als het BRV bestaat het lokale plan uit:

een strategische visie met een langetermijnvisie op de lokale ruimtelijke ontwikkeling; en

minstens één beleidskader met beleidskeuzes op de middellange termijn en actieprogramma?s per thema of gebied.

De Codextrein zegt verder dat de provincieraad besluit tot het opmaken van een provinciaal plan, en de gemeenteraad tot het opmaken van een gemeentelijk beleidsplan ruimte, en dat de deputatie, respectievelijk het college, dat plan voorbereidt.

De provincies en gemeenten krijgen de grootst mogelijke vrijheid bij het opmaken van hun plan. Zij moeten er enkel voor zorgen dat de volgende 4 stappen aan bod komen tijdens het opmaakproces:

raadpleging van de provinciale of gemeentelijke commissie ruimtelijke ordening in verschillende fazen van het opmaakproces;

overleg tussen de verschillende bestuurniveaus tijdens de verschillende fazen van het opmaakproces;

raadpleging van het publiek tijdens verschillende fazen van het opmaakproces én openbaar onderzoek over een voorlopig vastgestelde visie en voorlopig vastgesteld beleidskader; en

voorlopige vaststelling door de provincie- of gemeenteraad én definitieve vaststelling door de provincie- of gemeenteraad.

De Vlaamse regering kan regels opstellen voor het opmaken en vaststellen van de lokale beleidsplannen ruimte.
De regels voor het opmaken en vaststellen van een lokaal beleidsplan ruimte zullen ook gelden bij een gehele of gedeeltelijke herziening van het plan.

Voorbehoud

De Vlaamse regering kan een voorbehoud formuleren ten aanzien van bepaalde opties uit een definitief vasgesteld provinciaal beleidsplan ruimte.
De Vlaamse regering én de deputatie kunnen een voorbehoud formuleren ten aanzien van bepaalde opties uit een definitief vastgesteld gemeentelijk beleidsplan ruimte.

Het voorbehoud moet 'voldoende precies' zijn. Volgens de toelichting wil dat zeggen dat het voorbehoud 'duidelijk, concreet en restrictief' moet zijn. 'Er kan geen algemeen voorbehoud geformuleerd worden ten aanzien van de grote lijnen of basisprincipes van een provinciaal [n.v.d.r. of gemeentelijk] ruimtelijk beleidsplan. Het formuleren van een voorbehoud is een uitzonderlijk middel nadat andere mogelijkheden (adviesrondes) zijn uitgeput'.

In hun adviezen hadden de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO) en de Vereniging Vlaamse Provincies (VVP) heel wat vragen bij de juridische waarde van zo'n voorbehoud, maar de Vlaamse overheid argumenteert dat het voorbehoud een grondslag is om later - zo nodig - een provinciaal rup of een provinciale stedenbouwkundige verordening die uitvoering geeft aan de betwiste optie uit het beleidsplan, te kunnen schorsen en vernietigen.

Er kunnen volgens de decreetgever immers verschillende redenen zijn voor zo'n voorbehoud:

strijdigheid met een goedgekeurd ruimtelijk beleidsplan;

strijdigheid met een ontwerp van ruimtelijk beleidsplan;

strijdigheid met bepaalde opties die geconcretiseerd werden in een ruimtelijk uitvoeringsplan van een hoger niveau; of

strijdigheid met de bevoegdheidsverdelende regels tussen het gewest, de provincies en de gemeenten.

Niet meer geldig

Net zoals de Vlaamse regering bij de definitieve vaststelling van haar beleidskaders onderdelen van provinciale of gemeentelijke beleidskaders kan omschrijven of aanduiden die 'niet meer geldig' zijn, zo kan de provincieraad bij de vaststelling van zijn beleidskaders, onderdelen van gemeentelijke beleidskaders (of gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen) omschrijven of aanduiden die niet meer geldig zijn.
En net als de Vlaamse regering wint de provincieraad daarvoor het advies in van het onderliggende niveau.

Het is ons een raadsel hoe dit te rijmen vallen met het beginsel dat er geen strikte hiërarchie bestaat tussen de gewestelijke, provinciale en gemeentelijke plannen.

In het Staatsblad

Besluiten tot definitieve vaststelling van een provinciale of gemeentelijke strategische visie, van een provinciaal of gemeentelijk beleidskader, of van een beleidplan ruimte op zijn geheel, worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Net als het BRV treden de lokale plannen, visies en beleidskaders niet 10, maar wel 14 dagen na publicatie bij uittreksel in werking.

De deputatie stuurt een kopie naar elke gemeente op het grondgebied van de provincie. Daar kunnen de documenten 'ingezien' worden. De Codextrein zegt niet hoe, of waar.
Op provinciaal niveau moet het provinciale plan wel gepubliceerd worden op de website van de provincie. Op die website moet ook 'documentatie bijgehouden [worden] over aspecten van het cyclische planningsproces'.
En analoog daaraan kan de strategische visie of het beleidskader van de gemeente ingezien worden bij de gemeente, en is het geldende gemeentelijk beleidsplan ruimte met de documentatie over aspecten van het cyclische planningsproces raadpleegbaar op de website van de gemeente.

Beleidsplan ruimte tegenover ruimtelijk structuurplan

De huidige ruimtelijke structuurplannen blijven van kracht tot het eerste lokale beleidplan ruimte in werking treedt.
En zolang er geen gewestelijk Beleidsplan Ruimte Vlaanderen is, primeren de lokale beleidsplannen op het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

Tot 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van de bepalingen op de beleidsplannen kunnen de provincie- en gemeenteraden nog een eerste ruimtelijk structuurplan vaststellen, of een bestaand ruimtelijk structuurplan volledig herzien. Als er intussen al een beleidsplan ruimte bestaat van een hoger niveau, moet het ruimtelijk structuurplan enkel aangeven hoe het zich verhoudt tot de ruimtelijke beleidsplannen van de andere niveaus.

Na het verstrijken van die termijn van 2 jaar kunnen de provincies en gemeenten nog één gedeeltelijke herziening van hun ruimtelijk structuurplan doorvoeren volgens de oude regels. Opnieuw op voorwaarde dat er vermeld wordt hoe het plan zich verhoudt tot de ruimtelijke beleidsplannen van de andere niveaus.

De SARO had zo zijn bedenkingen bij dit mechanisme en wijst er in zijn advies op dat het ontbreken van een duidelijke deadline voor de overschakeling van ruimtelijke structuurplannen naar beleidsplannen ruimte zal leiden tot 'een zeer complex samenspel'.
'De complexiteit wordt nog verhoogd doordat naast de chronologie, ook de hiërarchie wordt losgelaten'.
'Overheden kunnen nog zeer lang met hun bestaand ruimtelijk structuurplan werken terwijl op de andere beleidsniveaus al lang is overgeschakeld naar ruimtelijke beleidsplannen'.
Anderzijds 'sluit [?] het decreet niet uit dat een gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan wordt opgesteld voordat er op provinciaal of gewestelijk niveau een ruimtelijk beleidsplan is. Dat impliceert dat het nieuwe gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan zich moet verhouden tot een verouderd plan op provinciaal of gewestelijk niveau, en het moet worden opgesteld zonder een referentiekader op provinciaal of gewestelijk niveau waarmee het op termijn kan conflicteren'.
En dat plaatje 'wordt nog complexer wanneer ook de samenhang met de ruimtelijke uitvoeringsplannen wordt meegenomen'...

Wat met het intergemeentelijk beleidsplan ruimte?

De Codextrein zegt tot slot uitdrukkelijk dat er intergemeentelijke beleidsplannen ruimte kunnen worden opgesteld, en dat ook de strategische visie en één of meer beleidskaders intergemeentelijk kunnen zijn.

Maar de nieuwe VCRO bevat daarvoor geen specifieke procedure: ?Voor de toepassing [?] wordt een intergemeentelijk beleidsplan ruimte, een intergemeentelijke strategische visie en een intergemeentelijk beleidskader gelijkgesteld met respectievelijk een gemeentelijk beleidsplan ruimte, een gemeentelijke strategische visie en een gemeentelijk beleidskader, telkens voor de beleidskeuzes die op het eigen gemeentelijk grondgebied betrekking hebben of de engagementen van de eigen gemeente ten aanzien van de andere gemeenten. De beslissingen van de respectieve gemeenteraden geven uitdrukkelijk aan op welk onderdeel of welke onderdelen van het intergemeentelijk beleidsplan de beslissing betrekking heeft.?

Van toepassing:

Vlaams gewest.

Vanaf een datum te bepalen door de Vlaamse Regering (art. 237, eerste lid, 1°) en vanaf 30 december 2017, wat de overgangsmaatregelen (art. 215-217) betreft.

Wordt verwacht: uitvoeringsbesluit.

Bron: Decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, BS 20 december 2017 (art. 23 m.b.t. de nieuwe artikels 2.1.8-2.1.13 VCRO, art. 215-217, en art. 237, eerste lid, 1° van de Codextrein).