Codextrein: Impact van beleidsplannen, erfgoedlandschappen en andere op ruimtelijke uitvoeringsplannen

De Codextrein voert vele kleine wijzigingen door in de procedure voor het opmaken van een gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (rup). Wij beperken ons hier tot de belangrijkste aanpassingen. Die hebben niet alleen te maken met de vervanging van de wettelijke basis voor de rups door ruimtelijke beleidsplannen, maar ook met adviestermijnen, afschriften en toezichtsregels.    

Uitvoering van ruimtelijke beleidsplannen

Waar een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan tot nu enkel werd opgemaakt ter uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, en een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan uitsluitend gebaseerd was op het provinciaal ruimtelijk structuurplan, zegt de Codextrein nu dat een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voortaan wordt opgemaakt ter uitvoering van:

het gemeentelijk beleidsplan ruimte; óf

het provinciaal beleidsplan ruimte óf het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV).

Een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan kan vanaf nu opgemaakt worden ter uitvoering van:

het provinciaal beleidsplan ruimte; óf

het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV).

Een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kan enkel een grond vinden in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

In de bij het ontwerp van Codextrein staat bijvoorbeeld over de provinciale rup's: '[Dit] houdt in dat een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan soms rechtstreeks uitvoering geeft aan de opties uit het BRV, zonder dat er een expliciete kapstok is in het eigen provinciaal ruimtelijk beleidsplan'.

'Volledigheidshalve kan nog worden opgemerkt dat een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ook uitvoering kan geven aan een gemeentelijk beleidsplan ruimte, maar daar zal dan een zogenaamde planologische delegatie mee gepaard gaan (?). Overigens kan op een vergelijkbare manier een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ook uitvoering geven aan een provinciaal beleidsplan ruimte'.

Tijdens overgangsfase

Tot aan de eerste goedkeuring van het gewestelijke, provinciale of gemeentelijke beleidsplan, worden alle ruimtelijke uitvoeringsplannen echter verder opgemaakt op basis van de ruimtelijke structuurplannen van hetzelfde niveau.

Maar een beleidsplan van een bovenliggend niveau kan wel bepaalde onderdelen van het ruimtelijk structuurplan van een onderliggend niveau als 'niet meer geldig' aanwijzen, zodat er geen rup's meer afgekondigd kunnen worden op basis van die niet meer geldige structuurplanbepalingen.

Uit de toelichting: 'In de situatie waarin het PRS [d.i. het provinciaal ruimtelijk structuurplan] nog bestaat naast het BRV, kan een provinciaal rup het BRV al uitvoeren, maar echter niet in strijd met het PRS, want dat PRS blijft krachtens artikel 195 [lees: art. 214] zijn doorwerking naar provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen behouden tot het vervangen wordt door een provinciaal beleidsplan ruimte'.

Advies via plenaire vergadering

Om tot een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te komen, moet men 8 stadia doorlopen. De hele procedure start met een ontwerpfase, en eindigt met de publicatie in het Belgisch Staatsblad van een uittreksel van het plan, dat 14 dagen later uitwerking krijgt.

Tijdens de ontwerpfase vraagt de Vlaamse regering het advies van verschillende instanties over haar plan en de verplichte effectbeoordelingsrapporten. Namelijk van:

de deputaties van de betrokken provincies;

de colleges van de betrokken gemeenten;

de administraties die advies moeten verlenen (ev. ook federale administraties, zoals het Federaal Agentschap voor Nucleaire Veiligheid); en

andere gewesten en landen als er grensoverschrijdende effecten te verwachten zijn, of als die daarom verzoeken.

De Vlaamse regering kan ook beslissen om één of meerdere plenaire vergaderingen te houden met al die instanties. De plenaire vergadering fungeert dan als alternatief voor een schriftelijke adviesronde. Als het gewest een plenaire vergadering organiseert, dan moeten alle instanties ten laatste tijdens de plenaire vergadering, schriftelijk advies uitbrengen.

Maar sinds 1 mei 2017 is het niet meer verplicht om een plenaire vergadering bijeen te roepen. Als er toch zo'n vergadering plaats vindt, dan is dat juist omdat de partners overleg belangrijk vinden en zij hopen tijdens het overleg tot nieuwe inzichten en eventueel oplossingen te komen voor knelpunten. Alles vastbeitelen in formele adviezen gaat daar lijnrecht tegenin. Vandaar dat de verplichting om 'schriftelijke' adviezen uit te brengen, wordt geschrapt.

Alle instanties kunnen nog steeds advies uitbrengen en opmerkingen formuleren, maar dat hoeft niet langer formeel schriftelijk te gebeuren. Dat kan ook mondeling, in de loop van het overleg. Daardoor wint het schriftelijk verslag dat van de plenaire vergadering wordt gemaakt, wel aan belang.

Dat een 'schriftelijk' advies niet meer móet, betekent overigens niet dat een schriftelijk advies niet meer mág. Zo blijft een geschreven advies zeker relevant als één van de instanties de plenaire vergadering niet kan bijwonen.

Eenzelfde wijziging wordt doorgevoerd in de procedure voor opmaak van een provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

De Codextrein benadrukt bovendien dat het departement Omgeving voortaan advies moet uitbrengen over de verenigbaarheid van het voorontwerp van provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan met:

ofwel het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, ofwel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen al in werking getreden is; en

de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of één of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

Het departement bezorgt ook een kopie van zijn verenigbaarheidsadvies aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening (procoro) wanneer het om een voorontwerp van provinciaal rup gaat, en aan de gemeentelijke commissie van ruimtelijke ordening (gecoro) met planteam, wanneer het om een voorontwerp van gemeentelijk rup gaat.
De deputatie bezorgt een vergelijkbaar advies over de verenigbaarheid met de provinciale plannen, aan de gecoro bij opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

'30 dagen' volgens de VCRO of volgens de Raad van State

De Vlaamse regering organiseert een openbaar onderzoek over elk voorlopig vastgesteld gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en de bijbehorende verplichte effectenbeoordelingsrapporten. Na afloop verwerkt zij de opmerkingen uit het openbaar onderzoek en past zij haar plan eventueel aan conform de opmerkingen. Na het einde van het openbaar onderzoek beschikt de Vlaamse regering over exact 180 dagen om het gewestelijk rup definitief goed te keuren (of 'definitief vast te stellen', zoals dat in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening heet).
Als er een advies van de Raad van State wordt gevraagd over de tekst, wordt de termijn van 180 dagen geschorst 'gedurende de volledige duur van de behandeling van de adviesaanvraag', staat er in de VCRO, 'met een maximum van 30 dagen'.

Een termijn van 30 dagen volgens de regels van de VCRO stemt echter niet overeen met een termijn van 30 dagen volgens de regels van de Raad van State. In de wetten op de Raad van State staat immers dat een adviestermijn maar begint te lopen vanaf de eerste werkdag na de dag van inschrijving van de adviesaanvraag op de rol. Een termijn kan nooit aanvangen op een zaterdag-, zon- of feestdag. Tijdens de vakantiemaanden worden er automatisch 15 dagen bijgeteld, enz.

Om discussies uit te sluiten, wordt de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening nu aangepast. Voortaan wordt de termijn van 180 dagen geschorst gedurende de tijd die de Raad van State nodig heeft om de adviesaanvraag te behandelen. Zonder maximum.

Als een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet binnen de voorziene termijn van 180 dagen (schorsing inbegrepen) definitief kan worden vastgesteld, vervalt het plan. In dat geval moet de hele procedure worden overgedaan.

Nog een kopietje voor?

Na de definitieve vaststelling van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan stuurt de Vlaamse regering een kopie van het definitieve plan en het definitieve vaststellingsbesluit:

naar de betrokken provincie;

naar elke gemeente waarvan het grondgebied geheel of gedeeltelijke bestreken wordt door het Grup;

naar de eigenaars, blooteigenaars, erfpachthouders, opstalhouders en leasingnemers van beschermde goederen als hun erkennings-, rangschikkings- of beschermingsbesluit geheel of gedeeltelijk wordt opgeheven. Die moeten op hun beurt de gebruikers van die goederen en eventuele nieuwe eigenaars of zakelijkrechthouders op de hoogte brengen;

én vanaf nu ook naar ?het agentschap van het beleidsdomein Omgeving dat belast is met de uitvoering van het beleid inzake onroerend erfgoed ? ? dus naar het Agentschap Onroerend Erfgoed ? als er een erfgoedlandschap wordt afgebakend of wordt gewijzigd.

Ook de deputatie en het college bezorgen een kopie van elk definitief vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan met vaststellingsbesluit aan het Agentschap Onroerend Erfgoed als zij in hun rup een erfgoedlandschap afbakenen of wijzigen.

De Codextrein herstelt die informatieplicht ten aanzien van het agentschap Onroerend Erfgoed. Door de quasi gelijktijdige decreetswijzigingen van 1 juli 2016 en 15 juli 2016 was het agentschap ongewild weggevallen.

Schorsing óf vernietiging van provinciaal of gemeentelijk plan

De provincie bezorgt haar definitief vastgesteld provinciaal rup, samen met het provincieraadsbesluit en het advies van de procoro 'onmiddellijk' aan het departement Omgeving. De Vlaamse regering beschikt dan over een termijn van 45 dagen (tot nu: 30 dagen) om het plan te schorsen of te vernietigen.
Schorsen kon nu ook al, maar het aspect 'vernietigen' is nieuw. Bovendien zegt de Codextrein uitdrukkelijk dat een schorsing nooit nog gedeeltelijk kan zijn.

De mogelijkheid tot schorsing van een provinciaal rup door het gewest omdat het provinciale ruimtelijk uitvoeringsplan kennelijk onverenigbaar was met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, met het provinciaal ruimtelijk structuurplan, met een ontwerp van Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of met een ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan, wordt vervangen door een mogelijkheid tot schorsing of vernietiging omdat:

het provinciaal rup uitvoering geeft aan een optie uit het provinciaal beleidsplan ruimte waarbij de Vlaamse regering eerder al een voorbehoud heeft gemaakt;

het plan uitvoering geeft aan een beleidskader van het provinciaal beleidsplan ruimte dat de Vlaamse regering heeft aangewezen als zijnde ?niet meer geldig?; of

het plan kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

De andere schorsingsredenen blijven bestaan, maar het gewest kan ook daar de vernietiging uitspreken.

De Vlaamse regering kan echter alleen de vernietiging uitspreken als ze van oordeel is dat de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, niet kan worden hersteld, niet kan worden weggewerkt, of niet kan worden opgelost volgens de administratieve lusprocedure. Die administratieve lus laat toe om het plan binnen een termijn van 90 dagen (tot nu: 60 dagen) aan te passen aan de opmerkingen van het gewest, en opnieuw definitief vast te stellen. Als de provincieraad het plan niet kan vaststellen binnen de termijn van 90 dagen, vervalt het provinciale rup.

De Vlaamse regering én de deputatie beschikken allebei over een gelijkaardige schorsings- en vernietigingsbevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.

We noteren nog dat de decreetgever bij de gemeentelijke rup's uitdrukkelijk zegt dat de Vlaamse regering een definitief vastgesteld gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'ook geheel of gedeeltelijk [kan] vernietigen'. Een dergelijke bepaling vinden we niet terug bij de provinciale rup's?

Van toepassing

Vlaams Gewest.

Vanaf 30 december 2017 (Wettelijke termijn van 10 dagen na publicatie in BS). Ev. vanaf 30 december 2017 op de rup?s die vanaf die datum definitief worden vastgesteld (art. 219).

Bron: Decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, BS 20 december 2017 (art. 30-44, art. 214-217 en art. 219 van de Codextrein).

Zie ook:

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (art. 2.2.7 ? art. 2.2.25 van de VCRO).

Gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973, BS 21 maart 1973 (art. 84 RvS-wet).