Codextrein: Meldplicht voor zorgwonen

De decreetgever versoepelt de definitie van het zorgwonen, waardoor méér personen in aanmerking komen als 'zorgwoner'.Terzelfder tijd voert hij een algemene meldplicht in voor de creatie van een zorgwoning.    

Zorgwonen

Bij zorgwonen wordt binnen een bestaande woning, een kleinere wooneenheid gecreëerd waarin oudere of zorgbehoevende personen hun intrek kunnen nemen. Voor het opsplitsen van een bestaande woning in een hoofd- en ondergeschikte wooneenheid is geen vergunning nodig. De formule van het zorgwonen werd vooral gecreëerd op vraag van volwassenen met een eigen huis die hun hulpbehoevende ouders in huis namen, of die opnieuw hun intrek gingen nemen in het ouderlijke huis om daar de nodige hulp te kunnen bieden.

Als 2 personen hun intrek nemen in de ondergeschikte wooneenheid eist de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening momenteel dat die personen allebei ten minste 65 jaar oud zijn, of dat zij allebei hulpbehoevend zijn. Méér dan 2 personen zijn niet toegelaten. Ook niet als het om de minderjarige kinderen van één van de oudere of hulpbehoevende personen gaat. 'Als men in een zorgwoning zijn ouders wil opvangen, kan dat alleen als beide ouders de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt. Zo niet, moet de jongere partner wachten totdat hij of zij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt', lezen we in de toelichting bij het ontwerp van Codextrein. 'Hetzelfde geldt wanneer een hulpbehoevende persoon een (jongere) partner heeft of een minderjarig kind'.
Het was echter nooit de bedoeling van de decreetgever om die personen uit te sluiten. Vandaar dat de definitie van het zorgwonen herschreven wordt.

Zorgwonen is vanaf nu: een vorm van wonen waarbij voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden:

in een bestaande woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd;

de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid;

de ondergeschikte wooneenheid ? zonder de met de hoofdwooneenheid gedeelde ruimtes ? maakt ten hoogste 1/3 uit van het bouwvolume van de volledige woning;

de creatie van de ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van: ofwel ten hoogste 2 personen, waarvan ten minste 1 persoon 65 jaar is of ouder; ofwel ten hoogste 2 personen, waarvan ten minste 1 persoon hulpbehoevend is. De kinderen die ten laste zijn van de hulpbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van 2 personen. En een hulpbehoevende persoon is nog steeds een persoon met een handicap, een persoon die in aanmerking komt voor een zorgverzekeringstegemoetkoming, een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, of een basisondersteuningsbudget, of een persoon die behoefte heeft aan ondersteuning om zich in het thuismilieu te kunnen handhaven; en

de eigendom, of ten minste de bloot-eigendom, op de hoofd- en ondergeschikte wooneenheid berust bij dezelfde titularis(sen).

Met meldplicht

De decreetgever schrijft nu uitdrukkelijk in de VCRO in dat de creatie van een ondergeschikte wooneenheid voor zorgwonen, onderworpen is aan een meldingsplicht: ?De verwezenlijking van een ondergeschikte wooneenheid met het oog op de creatie van een vorm van zorgwonen is meldingsplichtig op voorwaarde dat de ondergeschikte wooneenheid verwezenlijkt wordt binnen het bestaande bouwvolume van de woning?.
Zo niet, is er een vergunning nodig.

Tot nu was er geen melding nodig voor het creëren van een zorgwoning; enkel voor het beëindigen van de zorgsituatie.

Ook in zonevreemde woningen

De Codextrein zegt ook uitdrukkelijk dat het toegelaten is om een zorgwoning te creëren in een zonevreemde woning. Al blijven er uitzonderingen bestaan; vooral in ruimtelijk kwetsbaar gebied.

Van toepassing:

Vlaams gewest.

Vanaf 30 december 2017 (wettelijke regeling van inwerkingtreding 10 dagen na publicatie in BS).

Bron: Decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, BS 20 december 2017 (art. 52, 5°, art. art. 55, art. 62, 2°, en art. 72-76 van de Codextrein).

Zie ook:

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (art. 4.1.1, art. 4.2.4, art. 4.4.12 - 4.4.15 en art. 4.4.21 van de VCRO).