Krachtlijnen uit de 'Wet houdende fiscale bepalingen III'

Op 29 december 2017 verscheen de 'wet van 25 december 2017 houdende fiscale bepalingen III' in het Belgisch Staatsblad. Deze wet bevat verschillende wijzigingen op het vlak van inkomstenbelasting en btw.

Tot de belangrijkste maatregelen uit de 'wet van 25 december 2017 houdende fiscale bepalingen III' behoren:

de vrijstelling van bepaalde steun om de melkproductie te reduceren: vergoedingen uitbetaald ter compensatie van het inkomensverlies veroorzaakt door de geprogrammeerde vermindering van koemelkproductie op Europees niveau (op basis van gedelegeerde verordening (EU) nr. 2016/1612 en gedelegeerde verordening (EU) nr. 2016/1613) worden vrijgesteld van belasting. Deze vrijstelling is enkel van toepassing op de vergoedingen betaald voor één of meerdere van de vier perioden van productievermindering gedurende de maanden oktober 2016 tot maart 2017;

de regels voor de aanrekening van de toeslagen op de belastingvrije som voor personen ten laste in geval van een gemeenschappelijke aanslag worden in overeenstemming gebracht met het Unierecht en het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel (arrest nr. C-303-12 van 12 december 2013 (Imgeld-Garcet) van het Europees Hof van Justitie, en arrest nr. 68/2014 van 24 april 2014 van het Grondwettelijk Hof). De bijkomende regel dat de toeslagen op de belastingvrije som bij het basisbedrag van de belastingvrije som van de echtgenoot met het laagste gezamenlijk belaste inkomen worden gevoegd als dit voordeliger blijkt, wordt ingeschreven in een nieuw derde lid van artikel 134, § 4 van het WIB 1992). Deze nieuwe regel is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2018;

pensioenen: de omschrijving van de inkomsten die als pensioen belastbaar zijn in de inkomstenbelastingen wordt uitgebreid, zodat België onder meer zijn heffingsbevoegdheid over Nederlandse AOW-uitkeringen (wettelijke pensioenen van Nederland) in alle gevallen kan uitoefenen (aanpassing inleidende zin van art. 23, § 1, WIB 1992). Deze nieuwe regeling is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2017; er wordt voorzien in een uitdrukkelijke rechtsgrond voor het belastbaar stellen van pensioenen die toegekend worden in het kader van een wettelijke sociale beschermingsregeling (wijziging art. 34, § 1, 1°, WIB 1992). Deze nieuwe regeling is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2017; er wordt een belastingvrijstelling toegekend voor pensioenen betaald door buitenlandse overheden aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) (nieuw punt 2°/1, eerste lid, § 1, art. 38, WIB 1992). Deze vrijstelling is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2016 worden betaald of toegekend;

crowdfunding: een bepaling die dubbel gebruik uitmaakt met de wijzigingen die de ?wet van 3 augustus 2016 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wat het indienen van een bezwaarschrift betreft? heeft aangebracht, wordt opgeheven (intrekking art. 83, wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën);

administratieve boete: de Raad van State heeft in haar advies 60.949/3 van 7 maart 2017 over het ?ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 445, § 3, van het WIB 1992 inzake de vastlegging van de schaal van de administratieve boetes wat de verrekenprijzen betreft en hun toepassingsmodaliteiten?, terecht opgemerkt dat de huidige tekst van het eerste lid van dit artikel 445, § 3 niet toelaat om in het geval van kwade trouw of het opzet de belasting te ontduiken vanaf de eerste overtreding van de artikelen 321/1 tot 321/6 van het WIB 1992, en van de uitvoeringsbesluiten ervan, een boete op te leggen. Dit kon tot nog toe pas vanaf de tweede overtreding. Het is echter nooit de bedoeling van de wetgever geweest om de eerste overtreding in geval van kwade trouw of bij het opzet de belasting te ontduiken niet te bestraffen. De wetgever vult daarom artikel 445, § 3, eerste lid van het WIB 1992 aan met volgende zinnen: ?Voor de overtredingen toe te schrijven aan kwade trouw of aan het opzet de belasting te ontduiken kan voor de eerste overtreding een boete van 12.500 EUR worden opgelegd. Vanaf de tweede overtreding kan een boete van 25.000 EUR worden opgelegd.";

btw: artikel 105 van het Btw-Wetboek wordt geschrapt. Het kende een bevoegdheid toe aan de Koning tot en met 31 december 1999. Dit artikel heeft dus geen rechtsgevolgen meer sinds 1 januari 2000.

Bron: Wet van 25 december 2017 houdende diverse fiscale bepalingen III, BS 29 december 2017.

Zie ook:
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (art. 23, § 1, art. 25, 6°, a), art. 28, eerste lid, 3°, a), art. 34, § 1, 1°, art. 38, § 1, eerste lid, art. 134, § 4 en art. 445, § 3, eerste lid)