Tarief van reprografievergoeding voor auteurs en uitgevers voorlopig onveranderd

Het paginatarief voor de reprografievergoeding voor auteurs blijft voorlopig op 0,0277 euro. Ook de wettelijke uitgeversvergoeding blijft vooralsnog op hetzelfde niveau als vorig jaar: ook 0,0277 euro per pagina.    

Eigenlijk was voorzien dat deze tarieven van de reprografievergoeding voor auteurs en uitgevers maar zouden gelden van 1 januari 2017 tot 31 december 2017. Maar die einddatum wordt nu geschrapt, zodat diezelfde tarifering voorlopig kan doorlopen. Tot er nieuwe tarieven zijn.

Onze regering heeft begin 2017 een onafhankelijke studie besteld om de werkelijke schade die auteurs en uitgevers lijden door de uitzondering voor reprografie te kunnen beoordelen. Op basis van die resultaten wou de regering begin 2018 nieuwe tarieven invoeren. Maar de resultaten van de studie werden niet op tijd aangeleverd zodat die nieuwe tarieven niet tijdig konden vastgelegd worden. Vandaar dat de oude tarieven voorlopig blijven gelden.

Nog even ter herinnering. In principe beslist de auteur van een auteursrechtelijk beschermd werk zelf hoe hij dit werk exploiteert en welke vergoeding hij daarvoor wil ontvangen. Maar op dit exclusieve auteursrecht bestaan wettelijke uitzonderingen. Een van die uitzonderingen is de uitzondering voor reprografie. Dit houdt in dat zelfstandigen, vrij beroepen, ondernemingen, verenigingen en overheidsinstellingen - zonder toestemming van auteur of uitgever - fotokopieën mogen nemen van bv. persartikelen, werken van grafische of beeldende kunst of van korte fragmenten van andere werken, zoals boeken. Die uitzondering bestaat ook voor papieren databanken. In al die gevallen is de uitzondering voor reprografie wel beperkt tot het intern of professioneel gebruik.
Tegenover die uitzondering staan twee vergoedingen: een reprografievergoeding voor de auteur en een wettelijke uitgeversvergoeding voor 'reproducties op papier van hun uitgaven op papier'. Beide worden geïnd door Reprobel.

De twee nieuwe KB 's van 9 januari 2018 die de uiterste datum van de geldigheid van de tarieven schrappen, zijn in werking getreden op 17 januari 2018.

Bron: Koninklijk besluit van 9 januari 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2017 betreffende de vergoeding voor reprografie verschuldigd aan auteurs, BS 17 januari 2018

Bron: Koninklijk besluit van 9 januari 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2017 betreffende de vergoeding verschuldigd aan uitgevers voor de reproductie op papier of op een soortgelijke drager van hun uitgaven op papier, BS 17 januari 2018

Zie ook:
WER (art. XI.190 en XI.191)