Versoepeling invorderingsprocessen van niet-fiscale schuldvorderingen (art. 149-151 PW)

De programmawet van 25 december 2017 past de domaniale wet van 22 december 1949 aan met betrekking tot de invordering van de publiekrechtelijke niet-fiscale schuldvorderingen. De bedoeling van de wetgever is om enerzijds toe te laten dat de verzending van de eerste aanmaning tot betaling aan de (mede)schuldenaar voortaan gebeurt per gewone brief, en dus niet langer verplicht bij aangetekende brief. Anderzijds streeft de wetgever de uniformisering van de invorderingsprocessen van deze niet-fiscale schuldvorderingen na, onder meer door de harmonisering van de regels inzake de moratoire interesten, om ze zo nauwer te doen aansluiten bij deze met betrekking tot de fiscale schuldvorderingen (inkomstenbelastingen, btw, enz.). De nieuwe, soepelere regels zijn al in werking getreden op 8 januari 2018.

Invordering van de publiekrechtelijke niet-fiscale schuldvorderingen

De artikelen 75 en volgende van de programmawet van 1 juli 2016 hebben de domaniale wet van 22?december 1949 gewijzigd met de bedoeling de invordering van de publiekrechtelijke niet-fiscale schuldvorderingen, toegewezen aan de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, met name de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering, grondig te hervormen.

Deze hervorming had als doel over te gaan naar een uniforme werkwijze voor het invorderingsproces van deze niet-fiscale schuldvorderingen en dit te doen aansluiten op het invorderingsproces van de fiscale schuldvorderingen, die eveneens vallen onder de bevoegdheid van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering.

Verzendingen per gewone brief

In het kader van de uitbreiding van de automatisering van de invorderingsprocessen van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en met het oog op het verlagen van de kosten, zowel voor de administratie als voor de schuldenaar, worden de verzendingen bij aangetekende brief geleidelijk vervangen door verzendingen per gewone brief.

Deze administratieve vereenvoudiging werd recent reeds toegepast door de wet van 20 februari 2017 'tot wijziging van artikel 298 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de herinneringsbrieven voor onbetaalde inkomstenbelastingen': de laatste herinnering per aangetekende brief die de ontvanger verplicht is te verzenden aan de belastingschuldige vóór de vervolgingen werd vervangen door een laatste herinnering per gewone brief.

Verzending van de eerste aanmaning tot betaling en moratoire interesten

Deze administratieve vereenvoudiging wordt nu ook ingevoerd in de domaniale wet van 22 december 1949 voor wat betreft de verzending van de eerste aanmaning tot betaling verzonden aan de schuldenaar of de medeschuldenaar overeenkomstig respectievelijk artikel?4 en artikel?5, §?3, derde lid, van deze wet (wijziging door de artikelen?149 en 150 van de programmawet van 25 december 2017).

Zo stelt het nieuwe artikel 4 van de domaniale wet van 22 december 1949 in paragraaf 1 dat de aanmaning tot betaling, (i) die een uittreksel bevat uit het bijzonder kohier of uit de administratieve uitvoerbare titel met vermelding van de datum van hun uitvoerbaarverklaring, of (ii) die een afschrift van de uitgifte van de rechterlijke beslissing bevat, voortaan per gewone brief aan de schuldenaar wordt verzonden, en niet langer bij aangetekende brief (schrapping van de woorden 'bij aangetekende brief).
Deze aanmaning tot betaling heeft uitwerking vanaf de derde werkdag volgend op haar verzending. Zij wordt eveneens per gewone brief verzonden naar de procureur des Konings te Brussel wanneer de schuldenaar geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft.

Zoals voorheen preciseert het nieuwe artikel 4, § 2, van de domaniale wet van 22 december 1949 dat het overgaan tot de tenuitvoerlegging tegen de schuldenaar alleen kan plaatsvinden na het verstrijken van een bepaalde termijn. Deze termijn, die tot nu acht dagen bedroeg, is evenwel gebracht op een maand te rekenen vanaf de datum waarop de aanmaning tot betaling uitwerking heeft, teneinde de invorderingsprocessen van de fiscale en niet-fiscale schulden te harmoniseren.
Er wordt een uitzondering gemaakt op deze termijn van een maand in de gevallen waarin de rechten van de Schatkist in het gedrang komen.

Ten slotte bepaalt het nieuwe artikel 4, § 3, zoals voorheen, de gevolgen van de aanmaning tot betaling. Aangezien de aanmaning tot betaling niet meer wordt verstuurd bij aangetekende brief, stuit de per gewone brief verzonden aanmaning tot betaling voortaan de verjaring van een niet-fiscale schuldvordering niet meer. De ontvanger heeft uiteraard steeds de mogelijkheid om de verjaring te stuiten door de verzending, in dat geval per aangetekende brief, van een aanmaning tot betaling overeenkomstig artikel?8, §?1, 3°, van de domaniale wet van 22 december 1949.

De aanmaning tot betaling behoudt evenwel haar geldigheid als ingebrekestelling en doet dus de moratoire interesten lopen, te rekenen vanaf haar uitwerkingsdatum (d.w.z. de derde werkdag die volgt op de datum van haar verzending).

Met het oog op de harmonisering van de invorderingsprocessen van de fiscale en niet-fiscale schulden brengt het nieuwe artikel 4, § 3, van de domaniale wet van 22 december 1949 nog een aantal andere wijzigingen mee.

De bedoeling daarvan is:

om de rentevoet vastgelegd in burgerlijke zaken te vervangen door de wettelijke rentevoet in fiscale zaken, zoals bepaald door artikel?2, §?2, van de wet van 5?mei 1865 ?betreffende de lening tegen intrest;

om erin te voorzien dat, wanneer een specifieke wettelijke of reglementaire bepaling of de in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van de niet-fiscale schuldvordering de moratoire interesten eerder doet lopen, de moratoire interesten verschuldigd aan de wettelijke rentevoet in fiscale zaken voor de toekomst in de plaats daarvan worden gesteld te rekenen vanaf de uitwerkingsdatum van de aanmaning tot betaling (met andere woorden, de moratoire interesten ? ongeacht hun rentevoet of berekeningswijze ? die liepen vóór de aanmaning tot betaling, ingevolge een specifieke wettelijke of reglementaire bepaling met betrekking tot de niet-fiscale schuldvordering of ingevolge de in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van de niet-fiscale schuldvordering, stoppen met lopen op de uitwerkingsdatum van de aanmaning tot betaling, en worden vanaf deze datum vervangen door de moratoire interesten verschuldigd aan de wettelijke rentevoet in fiscale zaken);

om de berekeningswijze van de moratoire interesten verschuldigd aan de wettelijke rentevoet in fiscale zaken te bepalen. Deze worden berekend per maand (en niet per dag) op het resterende bedrag van de niet-fiscale schuldvordering in hoofdsom, afgerond op het lagere veelvoud van 10?euro. De maand waarin de uitwerkingsdatum van de aanmaning tot betaling valt, wordt niet meegerekend, maar de maand waarin de betaling plaatsvindt, wordt voor een hele maand gerekend. Bovendien worden de interesten van een maand niet aangerekend wanneer zij geen 5?euro bedragen.

Artikel 5, § 3, derde lid, van de domaniale wet van 22 december 1949 wordt op gelijkaardige manier gewijzigd:

wat de verzendingswijze van de aanmaning tot betaling aan de medeschuldenaars betreft, wordt deze hen voortaan eveneens verzonden per gewone brief, en

wat de termijn betreft waarna tegen hen middelen van tenuitvoerlegging kunnen worden aangewend, wordt deze termijn eveneens van acht dagen gebracht op een maand vanaf de uitwerkingsdatum van de aanmaning tot betaling. Er kan evenwel worden afgeweken van de verplichting om de uitvoering op te schorten gedurende deze termijn van een maand wanneer de rechten van de Schatkist in het gedrang komen.

Inschrijving wettelijke hypotheek

Artikel 9, § 2, eerste lid, van de domaniale wet van 22 december 1949 wordt ten slotte ook nog aangepast met betrekking tot het tijdstip waarop de inschrijving van de wettelijke hypotheek van de Schatkist in regel kan plaatsvinden, rekening houdend met het feit dat de aanmaning tot betaling voortaan aan de schuldenaar of de medeschuldenaar wordt verzonden bij gewone brief: de inschrijving van de wettelijke hypotheek mag in regel worden gevorderd vanaf de uitwerkingsdatum van de aanmaning tot betaling, gedaan aan de schuldenaar of aan de medeschuldenaar, te weten de derde werkdag die volgt op haar verzending.

In werking

De artikelen 149 tot en met 151 van de programmawet van 25 december 2017 zijn in werking getreden op 8 januari 2018. Dat is tien dagen na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Programmawet van 25 december 2017, BS 29 december 2017 (art. 149-151 PW).

Zie ook:
- Domaniale wet van 22 december 1949, BS 25 februari 1950 (art. 4, art. 5, § 3, lid 3, en art. 9, § 2, lid 1). / 7 / 11
- Programmawet van 1 juli 2016, BS 4 juli 2016 (art. 76, art. 77 en art. 81).