Wetgever voegt regels voor betaalrekeningen en betalingsdiensten toe aan Wetboek van Economisch Recht

Een wet van 22 december 2017 wijzigt de regels voor betaalrekeningen en betalingsdiensten en voegt ze toe aan het Wetboek van Economisch Recht. De wet zet onder meer de PAD-richtlijn om in Belgisch recht. Ze treedt in werking op 1 februari 2018.

PAD-richtlijn

De wet van 22 december 2017 zet de PAD-richtlijn (Payment Account Directive) om in Belgisch recht. Deze richtlijn houdt verband met de betalingsdienstenrichtlijn van 2007 waardoor deze laatste richtlijn ook van toepassing is op de betalingsdiensten en betaalrekeningen die voorkomen in de PAD-richtlijn.

De PAD-richtlijn regelt:

de vergelijkbaarheid van vergoedingen, aangerekend inzake betaalrekeningen;

de overstap naar een andere betaalrekening, en

de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties.

De wet van 22 december 2017 voegt deze drie luiken toe aan boek VII, 'Titel 3 ? Betalingsdiensten' van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Ze zijn nauw met elkaar verbonden.

De maatregelen over de vergelijkbaarheid van de tarieven gekoppeld aan betaalrekeningen geven de consument een overzicht van de aanbiedingen op de markt. De maatregelen inzake de overstapdienst maken het voor de consument gemakkelijker om te veranderen als er een beter aanbod beschikbaar is bij een andere betalingsdienstaanbieder.
Al deze elementen dragen bij tot het verhogen van de mededinging ten voordele van de consument. Maar opdat zoveel mogelijk consumenten werkelijk van deze voordelen kunnen genieten, is het belangrijk dat elke consument een recht op toegang tot basisbankdiensten heeft.

In ons land bestonden er hiervoor al enkele regels.
Er is de zelfregulerende code van de financiële sector over de 'bankoverstapdienst' voor zichtrekeningen.
Anderzijds bevat boek VII van het WER al een hoofdstuk dat de 'basisbankdienst' regelt, en bestaat er al regelgeving over transparantie en vergelijkbaarheid van homogene financiële diensten, die in het 'KB van 23 maart 1995 over de prijsaanduiding van homogene financiële diensten' staat.
De wetgever wil het Belgisch niveau van consumentenbescherming behouden, actualiseren en aanpassen aan de noden van vandaag.

Definities

De wet van 22 december 2017 vult het WER (art. I.9, nieuw punt 33/1° tot en met 33/9°) aan met bijkomende definities die eigen zijn aan 'boek VII Betalings- en kredietdiensten' en voor het grootste deel voortspruiten uit de PAD-richtlijn.

Het gaat om een definitie van:

aan de betaalrekening verbonden diensten;

overdragende betalingsdienstaanbieder;

ontvangende betalingsdienstaanbieder;

creditrentevoet;

overstapdienst;

doorlopende betalingsopdracht;

overschrijving met memodatum;

vooraf betaalde kaart, en

consument die legaal in een lidstaat verblijft.

Vergelijkbaarheid van vergoedingen, aangerekend inzake betaalrekeningen

De wet van 22 december 2017 voegt een nieuw 'Hoofdstuk 1/1. - ?Vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen' toe aan boek VII, titel 3 van het WER.
Dit hoofdstuk heeft betrekking op de prijsaanduiding van de betaalrekening en de diensten die daarmee verband houden.
Vooraleer er geïndividualiseerde precontractuele info in het kader van het sluiten van een raamcontract wordt verstrekt, moet er een algemene tarievenlijst beschikbaar zijn.
Daarnaast moet er periodieke informatie verstrekt worden over de afgenomen diensten tijdens de looptijd van het contract.

De betalingsdienstaanbieder verstrekt de consument, ruimschoots voordat hij met hem een contract voor een betaalrekening aangaat, een informatiedocument over de vergoedingen op een duurzame drager.
Dit informatiedocument bevat een lijst van ten minste tien en ten hoogste twintig meest representatieve aan een betaalrekening verbonden diensten, alsmede, indien deze diensten door een betalingsdienstaanbieder worden aangeboden, voor elke dienst de overeenkomstige vergoedingen, met name alle eventuele kosten en boeten die door de consument aan de betalingsdienstaanbieder verschuldigd zijn voor of in verband met aan een betaalrekening verbonden diensten. Dit document bevat de gestandaardiseerde termen en bijhorende definities van deze diensten.

De Koning bepaalt, rekening houdende met de diensten van de betaalrekening die door de consument het vaakst gebruikt worden, en die voor de consument de hoogste kosten veroorzaken, zowel in totaal als per eenheid, welke de meest representatieve diensten zijn. Hij bepaalt eveneens de gestandaardiseerde termen en definities, het presentatieformaat en het gemeenschappelijk symbool van het informatiedocument, én een verklarende woordenlijst. Hij kan deze wijzigen en aanvullen.

De wet van 22 december 2017 somt op welke informatie het informatiedocument precies moet bevatten (nieuw art. VII.4/1, § 2, WER).

Indien een of meer diensten worden aangeboden als onderdeel van een pakket aan een betaalrekening gekoppelde diensten vermeldt het informatiedocument over de vergoedingen de vergoeding voor het gehele pakket, de in het pakket opgenomen diensten en hun aantal, samen met de bijkomende vergoeding voor elke dienst boven het aantal dat door de vergoeding voor het pakket wordt gedekt.

De betalingsdienstaanbieder moet voor de consument een verklarende woordenlijst beschikbaar te stellen van ten minste de gestandaardiseerde termen in de lijst en de bijbehorende definities. Deze verklarende woordenlijst moet opgesteld zijn in duidelijke, ondubbelzinnige en niet-technische bewoordingen en is niet misleidend.

De betalingsdienstaanbieder moet het informatiedocument over de vergoedingen en de verklarende woordenlijst te allen tijde voor de consument beschikbaar stellen. Bij een verkoop in de kantoren van de betalingsdienstaanbieder zijn ze vlot toegankelijk, ook voor niet-klanten. De verkoop op salons, beurzen en tentoonstellingen wordt gelijkgesteld met een verkoop in de kantoren van de betalingsdienstaanbieder.

De betalingsdienstaanbieder moet op de webpagina waar de consument het informatiedocument elektronisch raadpleegt, een directe link plaatsen naar de vergelijkingswebsite.

De betalingsdienstaanbieder moet de consument ten minste jaarlijks, uiterlijk op de laatste dag van de maand februari, kosteloos een staat van alle vergoedingen verstrekken, samen met informatie over de rentevoeten, voor aan een betaalrekening verbonden diensten.
De vergoedingenstaat wordt verstrekt op een duurzame drager. Met de consument wordt het communicatiekanaal overeengekomen. Bovendien wordt de vergoedingenstaat kosteloos op verzoek van de consument op papier ter beschikking gesteld, in voorkomend geval door een rekeninguittreksel.

De wet van 22 december 2017 bepaalt welke informatie minstens in deze vergoedingsstaat moet worden opgenomen en legt de vorm ervan vast.
De Koning bepaalt het gestandaardiseerd presentatieformaat en het gemeenschappelijk symbool van de vergoedingenstaat.

De twee informatiedocumenten over de vergoedingen (de lijst en vergoedingsstaat) mogen geen reclamevermeldingen bevatten.

De consumenten hebben op nationaal niveau toegang tot een vergelijkingswebsite waar zij een onafhankelijke beoordeling kunnen maken van de vergoedingen die worden aangerekend voor de diensten die vermeld zijn in het informatiedocument. Zo kan de consument een geïnformeerde keuze maken die, qua prijs en noden, aangepast is aan zijn profiel.
De te vergelijken tarieven die in de vergelijkingsmodule moeten worden opgenomen, zullen gebaseerd zijn op de ?lijst met de meest representatieve diensten verbonden aan een betaalrekening?, vastgesteld bij KB. Ze kunnen eventueel door de Koning, op advies van de FSMA, uitgebreid worden met andere relevante elementen, zoals bv. bepaalde tarieven die deel uitmaken van de tarievenlijst ter uitvoering van het 'KB homogene financiële diensten'.
De wet van 22 november 2017 neemt de voorwaarden waaraan de vergelijkingswebsite moet voldoen over van de PAD-richtlijn.

De FSMA zal de vergelijkingswebsite (een tariefsimulator) ontwikkelen en beheren. De betalingsdienstaanbieders zijn verplicht om hun medewerking te verlenen aan de FSMA, door haar juiste en volledige informatie te verstrekken.
De betalingsdienstaanbieders zijn verantwoordelijk voor de informatie die zij verstrekken. De FSMA stelt in een reglement nadere regels vast voor deze medewerking (omschrijving van de te verstrekken informatie, periodiciteit?).

Toegang tot betaalrekeningen en basisbankdienst

De wet van 22 december 2017 vervangt het opschrift van hoofdstuk 8 van boek VII, titel 3 van het WER door volgend nieuw opschrift: 'Hoofdstuk 8. - Toegang tot betaalrekeningen en basisbankdienst'.

De consument mag, bij het aanvragen van, of toegang verkrijgen tot, of bij het aanhouden van een betaalrekening bij een kredietinstelling niet gediscrimineerd worden op grond van nationaliteit, woonplaats of op enige andere grond bedoeld in de antiracismewetwet.

De basisbankdienst moet binnen de hele Unie beschikbaar zijn; de bank mag geldafhalingen en kaartbetalingen niet beperken tot het Belgisch grondgebied. Dat houdt bv. ook in dat men in de praktijk de geldafhalingen niet kan beperken tot de self bank ATM?s, gezien de kredietinstelling niet noodzakelijk kantoren heeft in heel Europese Unie.

De wet van 22 december 2017 definieert de diensten die inbegrepen zijn in de bankdienst.
De diensten waarbij contanten op een rekening kunnen worden geplaatst of opgenomen, zijn mogelijk aan het loket of bij geldautomaten tijdens of buiten de openingstijden van de kredietinstelling. Het uitvoeren van betalingstransacties is mogelijk via een betaalkaart, daaronder begrepen elektronische betalingen. Overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten, zijn mogelijk aan automaten en loketten, indien beschikbaar, alsook via het internetplatform van de kredietinstelling.
De basisbankdienst wordt minstens in euro aangeboden.
De Koning kan de basisbankdienst uitbreiden tot diensten die op basis van gebruikelijke praktijk voor de consument als essentieel worden beschouwd.

Naast het verbod van de discriminaties in verband met de betaalrekening met basisbankdienst, is het ook verboden om de consument te discrimineren wat betreft de voorwaarden die door de kredietinstellingen worden toegepast op het aanhouden van dergelijke rekening.

Om te garanderen dat de vergoeding voor de basisbankdienst 'redelijk' blijft, kan de Koning het wettelijk bedrag aanpassen, of de dienst zelfs kosteloos maken voor een bepaald kwetsbaar deelpubliek.

De wet stelt als algemene regel dat de consument de mogelijkheid moet hebben om een onbeperkt aantal verrichtingen uit te voeren met betrekking tot de basisbankdiensten. De Koning kan echter bepalen dat een minimum aantal verrichtingen gratis en/of een minimumaantal verrichtingen tegen een bepaalde prijs kunnen worden uitgevoerd. Deze minima kaderen in de verplichting om een redelijke prijs te garanderen en om te voorzien in een aantal verrichtingen dat voldoende is om het persoonlijk gebruik door de consument te dekken. De vergoedingen die kunnen worden aangerekend voor verrichtingen boven dit aantal verrichtingen moeten ook beperkt blijven tot het tarief dat gewoonlijk door de consument wordt betaald in het kader van het gebruikelijke tariferingsbeleid van de bank.

De aanvraag tot opening van een basisbankdienst gebeurt door het overmaken aan de kredietinstelling van een aanvraagformulier dat op een duurzame drager ter beschikking wordt gesteld door de kredietinstelling. Het aanvraagformulier bevat een bevestiging van de consument dat hij niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening bij een in België gevestigde kredietinstelling. De kredietinstelling opent de basisbankdienst of weigert die te openen, onverwijld en uiterlijk binnen 10 werkdagen na ontvangst van een volledig aanvraagformulier.

De wet somt de gevallen op waarin de kredietinstelling de basisbankdienst kan opzeggen. De beschikking van toelaatbaarheid van een verzoek tot collectieve schuldenregeling, of het feit dat de consument een kredietovereenkomst heeft gesloten, kan geen reden zijn om een basisbankdienst te weigeren of op te zeggen.

De kredietinstelling stelt voor de consumenten gratis op een duidelijke wijze en zichtbare plaats, de informatie over de basisbankdienst minstens op papier beschikbaar in de kantoren toegankelijk voor het publiek. Indien de kredietinstelling beschikbaar is via een website, wordt deze informatie bovendien op een voor de consument duidelijke wijze en goed zichtbare plaats op deze website geplaatst. Daarnaast stelt de kredietinstelling voor de consumenten gratis toegankelijke bijstand beschikbaar.

Overstapdienst betaalrekeningen

De wet van 22 december 2017 voegt ook een nieuw ?Hoofdstuk 9/1. ? Overstapdienst betaalrekeningen? toe aan boek VII, titel 3 van het WER.

Elke betalingsdienstaanbieder moet een overstapdienst aanbieden tussen betaalrekeningen in dezelfde munteenheid aan elke consument die een betaalrekening opent of aanhoudt.
De overstapdienst wordt door de ontvangende betalingsdienstaanbieder geïnitieerd op verzoek van de consument.

De wet van 22 december 2017 bepaalt de procedure en de regels die van toepassing zijn wanneer de consument van rekening wenst te veranderen of zijn betaalopdrachten wenst over te dragen, en dus naar een nieuwe betalingsdienstaanbieder wil overstappen. In het kader van deze overstapprocedure is het de nieuwe aanbieder, de ontvangende betalingsdienstaanbieder genoemd, die alle nodige stappen moet ondernemen ten aanzien van de oude aanbieder, de overdragende betalingsdienstaanbieder genoemd.

De wet regelt ook de gevolgen van vooraf betaalde kaarten (ook wel ?prepaid?kaarten genoemd), verbonden aan een betaalrekening. Zo kan het gebeuren dat het saldo van een vooraf betaalde kaart moet worden geladen op de betaalrekening die deel uitmaakte van de overstapdienst of dat de vooraf betaalde kaart moet worden gekoppeld aan een andere betaalrekening. Dergelijke kaarten vallen juridisch gezien onder de noemer betaalinstrumenten die gekoppeld zijn aan een prepaidbetaalrekening.

Net zoals voorzien in de 'gedragscode bankmobiliteit', voorziet de wet van 22 december 2017 dat de consument direct bij zijn nieuwe bank terecht kan. Deze handelt alles af met de vorige bank.

Nieuw is dat de nieuwe bank het nieuw rekeningnummer meedeelt aan de schuldeisers die met domiciliëringen werken en de opdrachtgevers van terugkerende overschrijvingen. De sector heeft een nieuw standaardformulier ontwikkeld om de overstap aan te vragen. Zij hebben ook een website opgezet waar alle praktische informatie terug te vinden is over de bankoverstapdienst, namelijk www.bankswitching.be .

De globale termijn van de overstapdienst bedraagt 10 bankwerkdagen na de ontvangst van het overstapformulier dat de toestemming van de consument tot de uitvoering van de dienst bevat. Deze omvat naast de overdracht van betalingstransacties, het al dan niet opheffen van de betaalrekening zelf.

De verschillende stappen zijn de volgende:

de nieuwe bank maakt de bankoverstapaanvraag over aan vorige bank binnen de 2 bankwerkdagen (zelfde termijn als in de PAD-richtlijn);

de vorige bank antwoordt met de betrokken gegevens aan de nieuwe bank binnen de 3 bankwerkdagen (5 bankwerkdagen in de PAD-richtlijn);

de nieuwe bank stuurt meldingen aan schuldeisers van domiciliëringen en opdrachtgevers van terugkerende inkomende overschrijvingen binnen maximum 1 bankwerkdag. In de praktijk zal dit meestal 0 werkdagen zijn, want deze berichtgeving verloopt elektronisch en dus onmiddellijk. Maar er is ook de mogelijkheid om dit schriftelijk op papier te doen, hetgeen gebeurt met een prior-verzending dezelfde dag (5 bankwerkdagen in de PAD-richtlijn);

de overstapdatum ligt ten minste 5 bankwerkdagen na de datum waarop de nieuwe bank het antwoord van vorige bank ontvangt (6 bankwerkdagen in de PAD-richtlijn).

De consument kan ook een latere datum kiezen.

Strafbepalingen

De wet breidt het bestaande sanctieniveau voor de basisbankdiensten uit tot de nieuw ingevoegde artikelen terzake.
Ze breidt ook het bestaande sanctieniveau voor de algemene regeling inzake betalingsdiensten uit tot de nieuwe materies inzake vergelijkbaarheid van tarieven (nieuw hoofdstuk 1/1) en de bepalingen inzake de overstapdienst (nieuw hoofdstuk 9/1).

In werking

De wet van 22 december 2017 treedt in werking op 1 februari 2018.
Ze bevat overgangsbepalingen.

Bron: Wet van 22 december 2017 houdende wijziging en invoering van bepalingen inzake betaalrekeningen en betalingsdiensten in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht, BS 12 januari 2018.

Zie ook:
- Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties, Pb.L. 257, 28 augustus 2014 (PAD-richtlijn).
- Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG, Pb.L. 257, 28 augustus 2014 (betalingsdienstenrichtlijn van 2007)