Geen individuele bodempreventie- en bodembeheersplannen meer

Voor sommige activiteiten moet de exploitant een individueel bodempreventie- en bodembeheersplan (individueel BPBP) opmaken en voorleggen aan de OVAM. Een wijzigingsdecreet schrapt deze verplichting. Het decreet versoepelt ook het regime van de bodemsaneringsfondsen, in de hoop dat er zo meer sectorale fondsen zullen worden opgericht.    

Geen individuele BPBP's meer

Het individueel bodempreventie- en bodembeheerplan moet een overzicht bevatten van de maatregelen die men zal nemen om de bodemverontreiniging als gevolg van een specifieke activiteit, te voorkomen en te beheersen. Als er voor die activiteit een erkende bodemsaneringsorganisatie werd opgericht, moet de bodemsaneringsorganisatie een sectoraal bodempreventie- en bodembeheersplan opstellen, met daarin de individuele delen van de ledenplannen én een algemeen deel.

De Vlaamse regering heeft tot nu maar één activiteit aangewezen waarvoor er individuele BPBP's moeten worden opgemaakt. Namelijk voor het chemisch reinigen van textiel (droogkuis). In de droogkuissector is Vlabotex actief als erkende bodemsaneringsorganisatie.

De decreetgever schrapt nu de verplichting om individuele BPBP's op te stellen. Dat is een serieuze versoepeling voor de exploitanten uit de sector. De Vlaamse overheid meent dat zij voldoende alternatieven heeft om haar doel van responsabilisering voor bodemverontreiniging te bereiken. Zij eist wel dat Vlabotex verder een algemeen BPBP opstelt, om voor de sector een uniforme, planmatige en preventieve aanpak van de bodemverontreiniging te garanderen.

Meer erkende bodemsaneringsorganisaties?

Een bodemsaneringsorganisatie is een rechtspersoon die tot doel heeft om bodemverontreiniging te voorkomen en te beheersen, en om de leden uit de sector te begeleiden en te stimuleren bij het saneren van de bestaande bodemverontreiniging. Op dit ogenblik bestaan er 2 bodemsaneringsorganisaties: Vlabotex voor de droogkuissector en Bofas voor de tankstations. Er is er een derde in oprichting, dat waarschijnlijk de naam Premaz zal dragen, en dat zich zal toespitsen op de bodemverontreiniging door particuliere mazouttanks.

De Vlaamse overheid wil meer sectorfondsen en versoepelt daarom de opstartvoorwaarden. Op dit ogenblik kan een bodemsaneringsfonds maar erkend worden als het is opgericht door één of meerdere organisaties die samen ten minste 60% vertegenwoordigen van alle fysieke personen en rechtspersonen uit de sector. Maar voortaan kan een sectororganisatie opgericht worden door 'een organisatie die representatief is, of verschillende organisaties die samen representatief zijn voor de sector'. De decreetgever specificeert niet wanneer een organisatie representatief is.

Om erkend te kunnen worden, moet de bodemsaneringsorganisatie minstens de volgende taken vervullen:

een algemeen bodempreventie- en bodembeheersplan opmaken;

onderzoeks- en saneringsconcepten stimuleren en optimaliseren;

advies verlenen over preventie, beheersing, bodemonderzoek en bodemsanering van de bodemverontreiniging, en over de voorbereiding en opvolging van voorzorgsmaatregelen, aan de personen die een overeenkomst gesloten hebben met de bodemsaneringsorganisatie.

Bodemsaneringsorganisaties kunnen daarnaast nog een aantal facultatieve taken op zich nemen.

Van toepassing:

Vlaamse gewest.

Vanaf 12 februari 2018 (Wettelijke regeling van inwerkingtreding 10 dagen na publicatie in BS).

Bron: Decreet van 6 december 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, BS 2 februari 2018 [art. 34 en art. 36-37 van het wijzigingsdecreet].

Zie ook:

Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, BS 22 januari 2007 [bodemdecreet].