De wet houdende diverse bepalingen inzake werk is verschenen!

De wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 5?februari 2018. Deze wet bekrachtigt een aantal bepalingen die de regering vorige zomer al aangekondigd had.

De nieuwe wet zorgt inderdaad voor een hele reeks wijzigingen op het vlak van arbeid, sociaal overleg en welzijn op het werk. In onze volgende nieuwsberichten komen we hier uitgebreid op terug, maar ondertussen geven we u alvast de grote lijnen hiervan mee.

1. Wet op de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao?s)

De cao-wet van 5 december 1968 wordt verruimd tot de diplomatieke zendingen, de missies bij internationale organisaties die hun zetel in België hebben, de consulaire posten en de buitenlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren die in België gevestigd zijn (behalve de werknemers die een ?geprivilegieerd? statuut genieten krachtens de Verdragen van Wenen).

De organisaties die krachtens de wetten betreffende de organisatie van de middenstand erkend zijn, worden als werkgeversorganisaties beschouwd.

Gewaarborgde voortzetting van de loons- en werkvoorwaarden van de werkgevers en werknemers ingeval ze van het ene paritaire (sub)comité (P(S)C) overgaan naar het andere. Dat geldt zowel voor de werknemers die in dienst zijn vóór de overstap als voor de werknemers die nadien aangeworven worden, tot er daarover een bijzondere cao gesloten wordt door het nieuwe P(S)C (vóór 1 januari 2023). De toepassing van die maatregel zal uiterlijk tegen 1?januari 2021 geëvalueerd worden.

Afschaffing van de verplichting voor de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties om twee kandidaten voor hetzelfde toegewezen mandaat voor te dragen.

2. Inhoudingen op het loon
Ter compensatie van voordelen in natura mag de werkgever wettelijk nieuwe bijdragen op het loon van de werknemer inhouden. Daarbij moet de toegestane maximumratio in acht genomen worden. De limitatieve lijst van die inhoudingen kan voortaan immers bij koninklijk besluit uitgebreid worden. Het verzoek moet echter uitgaan van het bevoegde paritaire comité. Indien het om een tewerkstelling van seizoenarbeiders gaat, zal die nieuwe mogelijkheid enkel gelden voor de werknemers die onderdaan zijn van een EU-lidstaat en niet van een derde land.

3. Economische werkloosheid
De werkgever kan geen gebrek aan werk om economische redenen inroepen in geval van onderaanneming. Het gebrek aan werk moet onafhankelijk zijn van de wil van de werkgever, wat niet het geval is als hij dit uitbesteedt. Sanctie: betaling van het normale loon van de werknemer voor de dagen waarop het werk uitbesteed werd.

4. Elektronische handtekening

Uitbreiding van de mogelijkheden om een e-overeenkomst af te sluiten (overeenkomstig de eIDAS-verordening) in de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten (wet 3 juli 1978), naar het voorbeeld van de uitzendkrachten. Dat kan voortaan ook voor de betaalde sportbeoefenaars en de PWA-arbeidsovereenkomst.

Elektronische archivering van de sociale documenten door de werkgever.

Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs om de werkgever te verzoeken de e-overeenkomsten of sociale e-documenten voor te leggen indien ze niet bij de werkgever zelf gearchiveerd zijn, maar bij een verlener van een elektronische archiveringsdienst (Sociaal Strafwetboek).

5. Geleidelijke werkhervatting
Mogelijkheid om een arbeidsongeschikte werknemer door een werknemer met een vervangingsovereenkomst te vervangen wanneer deze, op advies van de adviserend geneesheer van zijn ziekenfonds, deels het werk hervat.

6. Nieuwe arbeidsregelingen
De interne beperking van de arbeidsduur (143 uren) is ook van toepassing op de nieuwe arbeidsregelingen. Boven die interne grens moet er inhaalrust toegekend worden.

7. Tewerkstelling van buitenlandse werknemers
De federale inspectiediensten behouden hun bevoegdheid naast de gewestelijke inspecteurs.

8. Mystery calls (Sociaal Strafwetboek)
De sociaal inspecteurs krijgen, door middel van datamining en datamatching, specifieke bevoegdheden om 'discriminerende praktijken' op te sporen en vast te stellen (bv. discriminatie bij de indienstneming).

9. Welzijn op het werk

Oprichting van een centrale gegevensbank voor het gezondheidstoezicht van uitzendkrachten, die dient om het gezondheidstoezicht op te volgen, nutteloze herhalingen van gezondheidsbeoordelingen te vermijden en de uitwisseling van gegevens tussen verschillende uitzendkantoren te vergemakkelijken.

Mogelijkheid om vaste commissies binnen de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk op te richten (invoering van een wettelijke grondslag).

10. Controlegeneeskunde
De behandeling van de klachten in verband met de controlegeneeskunde wordt volledig toevertrouwd aan de provinciale raden van de Orde der Artsen en niet langer aan de Vaste Operationele Commissie (die daardoor de facto niet langer operationeel is).

11. De-minimissteun
De de-minimissteun (EU) wordt op 15.000 euro gebracht voor de champignonsector, wat de tewerkstellingspremies betreft die aan de betrokken ondernemingen worden gestort. Om elke verwarring te vermijden wordt die maatregel gekoppeld aan de verplichting om ten minste dezelfde tewerkstellingsgraad te handhaven.

12. Loopbaanonderbreking
De wetgever stemt het stelsel van de loopbaanonderbreking in de overheidssector af op dat van het tijdskrediet in de privésector. Zo schaft hij de arbeidstijdverkortingen met één derde of één vierde af (die toch nauwelijks gebruikt worden).

13. Overuren in de horeca
De personen die werken voor een werkgever in de horecasector die gebruikmaakt van een geregistreerd kassasysteem (witte kassa), mogen vrijwillig 360 overuren presteren, zonder meerloon. Die overuren krijgen dezelfde behandeling in de sociale zekerheid en de fiscaliteit als het niet-recupereerbare overurenkrediet dat reeds gepresteerd mocht worden.

14. Outplacement
De werknemer die ontslagen wordt met een opzeggingstermijn van minimaal dertig weken en medisch ongeschikt is om een outplacement te volgen, heeft op dat laatste geen recht. Dat betekent dat de werkgever de daarvoor voorziene vier weken niet mag aftrekken van de opzeggingsvergoeding.

15. Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD)
De wetgever zorgt voor continuïteit in het beheer van de SIOD totdat er een nieuwe manager aangesteld wordt om die dienst te leiden. Ondertussen blijft de algemeen directeur Toezicht op de sociale wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg de functie van directeur van het Bureau tot uiterlijk 1 juli 2018 uitoefenen.

Bron: Wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk, BS 5 februari 2018.