Vlaanderen lanceert transitiepremie voor werkzoekenden

De Vlaamse overheid heeft een nieuwe premie ingevoerd om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren. De premie wordt betaald op het moment van de overgang naar een zelfstandigenstatuut. Maar de Vlaamse Regering moet nog een en ander verder uitwerken.

Transitiepremie

Het gaat om een maandelijkse transitiepremie (beperkt in de tijd) voor ondernemers die men kan toekennen aan een werkzoekende die zich in het Vlaamse Gewest vestigt als zelfstandige in hoofdberoep nadat hij een 'prestarterstraject' met succes heeft beëindigd.

Het Vlaamse regeerakkoord benadrukt de noodzaak om in te zetten op ondernemerschap. Bij werkhervatting na een periode van werkloosheid vergeet men vaak het alternatief van werkhervatting via ondernemerschap. Daarom benadrukt men in de toelichting bij het nieuwe decreet dat het stimuleren van ondernemerschap een win-winsituatie is. Het doet werkzoekenden uitstromen uit de werkloosheid en het maakt het mogelijk dat zij zelf op termijn weer nieuwe medewerkers aanwerven.

Heroriënteren

De huidige werkhervattingstoeslag wordt afgebouwd. Er zal geen nieuwe instroom in het huidige stelsel meer mogelijk zijn, maar de lopende werkhervattingstoeslagen kunnen worden voortgezet onder de toegestane voorwaarden en voor de toegestane periode. Voorwaarde is dat de begunstigden de premie kregen of hebben aangevraagd vóór de datum van inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving. Deze dossiers doven dan op termijn uit. Nieuwe aanvragen voor de toekenning van een werkhervattingstoeslag worden vanaf de datum van inwerkingtreding geweigerd.

Bedoeling is om werkhervattingstoeslag te heroriënteren naar een adequate premie die de transitie van werkloosheid naar ondernemerschap bevordert. De werkhervattingstoeslag is een maandelijkse forfaitaire premie voor oudere werklozen vanaf 55 jaar, die opnieuw het werk hervatten als loontrekkende, zelfstandige of ambtenaar. Deze premie wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) en de uitbetalingsinstellingen. Sinds 1 januari 2015 financiert Vlaanderen deze premie (bevoegdheidsoverdracht aan de gewesten).

Uitvoering

De Vlaamse Regering krijgt de bevoegdheid om een en ander verder uit te werken:

het bedrag van de transitiepremie voor ondernemers, de leeftijd van de begunstigde, de periode van de toekenning en de andere voorwaarden en nadere regels;

wat verstaan wordt onder werkzoekende (of daarmee gelijkgesteld wordt);

wat verstaan wordt onder een prestarterstraject en de wijze waarop het succesvolle verloop ervan geattesteerd wordt;

met welke steunmaatregelen van de Vlaamse overheid voor werkzoekenden die zich in het Vlaamse Gewest vestigen als zelfstandige in hoofdberoep, de transitiepremie voor ondernemers niet mag gecumuleerd worden.

Het blijft dus wachten op uitvoeringsbepalingen. Het is dan ook logisch dat de Vlaamse Regering voor iedere bepaling van het basisdecreet de datum van inwerkingtreding nog moet vastleggen.

Maar uit de tekst van dat decreet van 22 december 2017 blijkt wel dat er sowieso een cumulverbod geldt.
De transitiepremie voor ondernemers wordt slechts toegekend op voorwaarde dat voor dezelfde maand noch een uitkering in het kader van de werkloosheidsverzekering of de ziekte- of invaliditeitsverzekering, noch een aanvullende vergoeding in het kader van het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt toegekend. Ook de mogelijke combinatie met andere steunmaatregelen voor werkzoekenden die zich vestigen als zelfstandigen zal verder worden onderzocht en bepaald worden door de Vlaamse Regering.

Het voorbereidend prestarterstraject zal inwerken op de voorbereiding van werklozen als zelfstandige. Tijdens het traject kan men de werkloosheidsuitkering combineren met de voorbereiding van de eigen zaak. De aansluiting van de premie op de prestarterstrajecten betekent dat de premie niet zonder meer wordt toegekend, maar dat doorheen het traject wordt toegekeken op het engagement van de betrokkene en de haalbaarheid van het ondernemingsplan, zo klinkt in de toelichting bij het decreet.

Toezicht

Tot slot bevat het decreet van 22 december 2017 een rechtsgrond voor de toepassing van het sociaalrechtelijk toezicht op de nieuwe transitiepremie en op de (uitdovende) werkhervattingstoeslag (via het decreet van 30 april 2004). Er is sprake van strafbepalingen om te kunnen optreden bij overtredingen (bijvoorbeeld bij foutieve informatie) en als preventie tegen mogelijk misbruik.

We noteren ook een reeks opheffingsbepalingen. De regels voor de werkhervattingstoeslag zijn opgenomen in de besluitwet van 28 december 1944 en in het werkloosheidsbesluit. De inwerkingtreding van deze opheffing zal uiteraard pas plaatsvinden op het moment dat er geen begunstigden van de overgangsregeling meer zijn.
Want er zijn overgangsbepalingen voor de lopende dossiers. De toegestane periode voor premies van onbepaalde duur (de overgrote meerderheid) kan in principe duren tot aan de pensioenleeftijd. De werkhervattingstoeslag dooft dus langzaam uit.

De rechtsvorderingen die ontstaan uit de toepassing van het nieuwe decreet van 22 december 2017 (en de uitvoeringsbesluiten ervan) verjaren na verloop van vijf jaar na het feit waaruit deze vordering is ontstaan.

Bron: Decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren, BS 9 februari 2018