Wetgever bundelt wijzigingen CAO-wet (art. 2-5 DB Werk)

Een wet houdende diverse bepalingen inzake werk schaaft de CAO-wet bij. We sommen de aanpassingen op die in werking treden op 15 februari 2018.

Toepassingsgebied

Het toepassingsgebied van de wet wordt uitgebreid. De wetgever verwoordt het als volgt. De CAO-wet is niet van toepassing op degenen die in dienst zijn van buitenlandse openbare overheden, met uitzondering van:

de diplomatieke zendingen,

de missies bij internationale organisaties die hun zetel hebben in België,

de consulaire posten en de buitenlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren, wat betreft hun personeel dat niet geniet van een geprivilegieerd statuut krachtens de Verdragen van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer en van 24 april 1963 inzake consulair verkeer of ieder ander toepasselijk internationaal instrument.

De uitbreiding onderwerpt deze categorie van werkgevers dus aan de CAO-wet door ze op te nemen in de lijst van uitzonderingen. Op die manier wil men een betere bescherming garanderen voor de betrokken werknemers. Belangrijk hierbij is dat de cao's die afgesloten zijn in de Nationale Arbeidsraad (NAR) van toepassing zullen zijn.

Samengevat:

de wetgever verduidelijkt dat de CAO-wet niet van toepassing is op de buitenlandse openbare overheden, net zoals de Belgische openbare overheden worden uitgesloten;

de wetgever onderwerpt de diplomatieke zendingen, de missies bij internationale organisaties die hun zetel hebben in België, de consulaire posten en de buitenlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren die gevestigd zijn in België, als werkgevers aan de CAO-wet.

Maar deze uitbreiding betreft enkel de werknemers die niet genieten van een geprivilegieerd statuut!

De wet van 24 april 2014 heeft de regels met betrekking tot de organisatie van de middenstand gemoderniseerd. Daarom wordt de CAO-wet nu geactualiseerd met verwijzingen naar die wet.

Lopende cao's

Het lot van lopende cao's wordt verduidelijkt wanneer het paritair (sub)comité wijzigt en werkgevers en werknemers hierdoor moeten overgaan naar een ander paritair (sub)comité. De wetgever wil op die manier een paar drempels wegwerken om de hervorming van het landschap van de paritaire (sub)comités mogelijk te maken. Bedoeling is om de continuïteit in loon- en arbeidsvoorwaarden te waarborgen.

Er is sprake van een voortgezette binding van de cao's voor de werknemers die in dienst zijn op het moment van de overgang, en voor de nieuwe aanwervingen na de overgang. Zo garandeert men een gelijke behandeling.
Dat is ook het geval bij een wijziging door de oprichting of opheffing van een paritair (sub)comité. De bestaande regeling wordt dus uitgebreid. Denk bijvoorbeeld aan twee bestaande paritaire comités die samengaan in een nieuw opgericht paritair comité.

De overeenkomsten blijven bindend voor deze werkgevers en werknemers zoals deze op het ogenblik van de overgang golden, totdat het nieuw bevoegde paritair (sub)comité de toepassing van de in haar schoot gesloten overeenkomsten op die werkgevers en werknemers vóór 1 januari 2023 heeft geregeld in een bijzondere overeenkomst, of overeenkomsten heeft gesloten met hetzelfde voorwerp.

Let wel, de wetgever voorziet uiterlijk tegen 1 januari 2021 in een evaluatie van de toepassing van het nieuwe artikel (vervanging van artikel 27 van de CAO-wet).

Mandaten

De verplichting om per toegekend mandaat twee kandidaten voor te dragen, wordt geschrapt. Het gaat om de vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties in een paritair (sub)comité. Om een en ander te vereenvoudigen, volstaat het voortaan om slechts één kandidaat per in te vullen mandaat voor te dragen. De procedure wordt daardoor efficiënter en eenvoudiger.

Bron: Wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk, BS 5 februari 2018 (art. 2 ? 5 DB Werk)