Loonbeschermingswet: uitbreiding mogelijk van lijst met wettelijk toegelaten inhoudingen (art 6 - 7 DB Werk)

De wetgever heeft in de Loonbeschermingswet de mogelijkheid ingeschreven om bij KB een uitbreiding door te voeren van de limitatieve lijst van inhoudingen die de werkgever mag verrichten op het loon van de werknemer. Deze aanvulling treedt in werking op 15 februari 2018.

Fraude

Het gaat meer bepaald om een bijdrage die de werknemer moet betalen omdat de werkgever hem bijvoorbeeld huisvesting ter beschikking stelt bovenop het loon. Dankzij de aanvulling wordt het dus mogelijk om de lijst uit te breiden van de wettelijk toegelaten inhoudingen met bijdragen van de werknemers voor verkregen voorzieningen.
De Koning kan namelijk toelaten dat 'een bijdrage van de werknemer voor het verschaffen van de soorten voordelen zoals limitatief opgesomd bij artikel 6 wordt ingehouden op het loon'.

Vandaag is hiervoor een afzonderlijke betaling vereist van de werknemer aan de werkgever. De werkgever die bijvoorbeeld huisvesting aanbiedt aan zijn werknemer bovenop zijn loon (en hiervoor een huursom of vergoeding wil innen), zal deze som niet eenzijdig kunnen inhouden op het loon. De betrokken werknemer moet de huurbijdrage in principe afzonderlijk betalen.

Uit de parlementaire stukken bij de wet houdende diverse bepalingen inzake werk blijkt dat de sociale partners van de zogenaamde 'groene sectoren' op die manier sociale fraude willen tegengaan. Bijvoorbeeld: de huur die een werkgever aan een seizoenarbeider aanrekent, staat op de loonfiche zodat dit bedrag volledig transparant en controleerbaar is.

Paritair comité

Zo'n KB zal er komen op voorstel van het bevoegde paritair comité en onder de voorwaarden die dat paritair comité bepaalt. Ook de wijze waarop de waarde van het betrokken voordeel (en van de bijdrage) wordt geraamd, zal dan aan bod komen. Op die manier wil men vermijden dat de werkgever de bijdrage volledig eenzijdig en subjectief bepaalt.

Het principe dat de werkgever hier geen winst mag nastreven, blijft toepasselijk. Meer in het algemeen moet men er ook over waken dat het minimumloon waarop de werknemer recht heeft door deze wettelijk toegelaten inhouding niet wordt uitgehold.

Uitgesloten

Worden uitdrukkelijk uitgesloten: de seizoenarbeiders die onderdaan zijn van een derde land (artikel 3, b)van de richtlijn 2014/36/EU) en die huur betalen voor huisvesting door of via de werkgever.

In de context van een tewerkstelling als seizoenarbeider zal deze nieuwe mogelijkheid enkel van toepassing kunnen zijn op werknemers die burger zijn van de Europese Unie.
Met betrekking tot onderdanen van derde landen (seizoenarbeiders) bepaalt richtlijn 2014/36/EU dat, indien de huisvesting door of via de werkgever wordt geregeld, de huur niet automatisch in mindering mag worden gebracht op het loon van de seizoenarbeider. Deze uitsluiting wordt expliciet vermeld in de wettekst.

Tot slot hernemen we de basisprincipes uit de Loonbeschermingswet:

De werknemer moet vrij kunnen beschikken over zijn loon. In principe moet het loon dan ook in geld worden uitbetaald aan de werknemer op girale wijze.

Een deel van het loon mag in natura worden uitbetaald wanneer dit gebruikelijk of wenselijk is wegens de aard van de bedrijfstak of het beroep (limitatieve opsomming en maximale verhouding).

Enkel in bepaalde gevallen kan de werkgever eenzijdig bepaalde sommen op het loon van de werknemer in mindering brengen (en dus met het loon compenseren).

Nu heeft de wetgever de mogelijkheid gecreëerd om de limitatieve lijst met wettelijk toegelaten eenzijdige inhoudingen op het loon van de werknemer uit te breiden. Maar zo?n inhouding is slechts mogelijk voor de soorten voorzieningen zoals opgesomd in artikel 6 van de Loonbeschermingswet, met dien verstande dat die voorzieningen zélf geen voordeel in natura uitmaken in de zin van dat artikel, zo blijkt uit de toelichting bij de verzamelwet.

Bij de maximale verhouding van het totaal van de wettelijk toegelaten inhoudingen ten opzichte van het loon (in principe 1/5) wordt de nieuwe wettelijke inhouding mee in rekening gebracht voor de berekening van die limiet.

Bron: Wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk, BS 5 februari 2018 (art. 6?7 DB Werk)