Wetgever maakt anonieme praktijktests mogelijk in strijd tegen discriminatie (art. 30-35 DB Werk)

Sociaal inspecteurs krijgen de mogelijkheid om de techniek van mystery shopping toe te passen door hen niet te verplichten hun identiteit kenbaar te maken. Belangrijk daarbij is dat er altijd een schriftelijk akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings moet zijn.

Sociaal Strafwetboek

Een uitzondering was noodzakelijk, want het Sociaal Strafwetboek schrijft voor dat de inspecteurs zich telkens moeten legitimeren voor hun onderzoek.

Daartoe heeft een verzamelwet inzake werk een nieuwe afdeling ingevoegd in het Sociaal Strafwetboek, namelijk: 'Bijzondere bevoegdheden van de sociaal inspecteurs op het vlak van de vaststellingen inzake discriminatie'. Met ingang van 1 april 2018.

Met de woorden van de wetgever: 'Met het oog op het opsporen en vaststellen van inbreuken op de antidiscriminatiewetgeving en zijn uitvoeringsbesluiten, hebben de sociaal inspecteurs de bevoegdheid om,

bij objectieve aanwijzingen van discriminatie,

na een klacht of een melding,

ondersteund door resultaten van datamining en datamatching,

zich voor te doen als klanten, potentiële klanten, werknemers of potentiële werknemers om na te gaan of op grond van een wettelijk beschermd criterium gediscrimineerd werd of wordt.?

Wanneer de sociaal inspecteurs optreden met het oog op het opsporen en vaststellen van dit soort inbreuken, moeten ze hun legitimatiebewijs niet voorleggen, en ze hoeven hun hoedanigheid niet mee te delen. Dat staat nu uitdrukkelijk in het Sociaal Strafwetboek.

In de praktijk kan men bijvoorbeeld mystery calls gebruiken als een instrument dat de bewijsvoering bevordert in het geval van een gefundeerde klacht of melding tegen een dienstenchequebedrijf, een uitzendonderneming of een aanwervende werkgever. Maar dus enkel als andere opsporingsmethodes falen, in laatste instantie dus.

Modaliteiten

Dit zijn de modaliteiten die de wetgever voorschrijft:

De sociaal inspecteurs mogen in het kader van hun opdracht geen strafbare feiten te plegen.

Maar ze blijven vrij van straf als ze, in het kader van hun opdracht en met het oog op het welslagen ervan of ter verzekering van hun eigen veiligheid, strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen met het uitdrukkelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings.

Die strafbare feiten mogen niet ernstiger zijn dan die waarvoor de opsporingsmethode wordt aangewend en ze moeten noodzakelijkerwijs evenredig zijn met het nagestreefde doel.

De magistraat die de machtiging verleent blijft ook vrij van straf.

De uitoefening van de bijzondere bevoegdheid inzake discriminatie kan slechts gebeuren na een schriftelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings. Dit akkoord heeft ook betrekking op de strikt noodzakelijke strafbare feiten en de machtiging daartoe.

Alle acties ondernomen tijdens de opsporing en de resultaten ervan worden opgetekend in een verslag en worden meegedeeld aan de arbeidsauditeur of de procureur des Konings.

Bij een mystery call die een 'discriminatieneiging' oplevert, zal men verdere stappen in het onderzoek ondernemen. Bijvoorbeeld: een confrontatie, een verhoor, of de inzage van documenten.
De bewijsvoering op strafrechtelijk gebied (bijzonder opzet) bij discriminatie is immers vaak een probleem en de anonieme praktijktesten kunnen daar een belangrijk hulpmiddel zijn. Om een praktijksituatie na te kunnen bootsen, is het vaak noodzakelijk om kleine strafrechtelijke overtredingen te plegen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van een valse naam.

Daarnaast blijkt uit de toelichting bij de verzamelwet van 15 januari 2018 dat het de bedoeling is om via datamining proactief problemen op te sporen. Daardoor zouden de inspecteurs gerichte controles gemakkelijker kunnen uitvoeren. De begrippen 'datamining' en 'datamatching' worden ook ingevoegd en omschreven in het Sociaal Strafwetboek.
Bij datamining zoekt men verbanden in gegevensverzamelingen met als doel profielen op te stellen voor meer diepgaand onderzoek. Datamatching is het vergelijken van twee sets van verzamelde data met elkaar. Zo'n verzameling gegevens kan gevormd worden door gebeurtenissen in een praktijksituatie te registreren of door de resultaten van eerdere onderzoeken met elkaar te vergelijken en te herinterpreteren.

Geen provocatie

Er mag geen sprake zijn van enige provocatie. De opsporingsmethode moet zich beperken tot het creëren van de gelegenheid om een discriminerende praktijk aan het licht te brengen.

De wetgever bepaalt dat de specifieke bevoegdheden enkel worden uitgeoefend:

indien het voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk is om de reële omstandigheden die gelden voor gewone klanten, potentiële klanten, werknemers of potentiele werknemers te kunnen vaststellen; en

indien deze vaststellingen niet op een andere manier kunnen gebeuren.

Er mag zeker geen discriminerende praktijk gecreëerd worden terwijl er geen ernstige aanwijzing is van praktijken die men kan bestempelen als directe of indirecte discriminatie.

In werking

Dit onderdeel van de verzamelwet van 15 januari 2018 treedt in werking op 1 april 2018. Dat is de eerste dag van de tweede maand na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Er komt ook een evaluatie. Een jaar na de inwerkingtreding voorziet de wetgever in een evaluatie die aan de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt voorgelegd met het oog op een eventuele bijsturing van de wet.

Bron: Wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk, BS 5 februari 2018 (art. 30-35 DB Werk)