Gunstige overurenregeling in de horeca uitgebreid (art. 48-51 DB Werk)

De wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk heeft de gunstige behandeling voor overuren in de horecasector uitgebreid tot 360 'vrijwillige' overuren.

Werkgevers (en, in geval van uitzendarbeid, de gebruikers) die werken met een geregistreerd kassasysteem ('witte kassa' in elke plaats van uitbating) kunnen hun personeel voortaan 360 vrijwillige overuren laten presteren onder dezelfde voordelige behandeling inzake sociale zekerheid en fiscaliteit als het niet in te halen overurenkrediet. Er moet geen collectieve arbeidsovereenkomst worden gesloten. Voor deze vrijwillige overuren zal ook de vrijstelling van overloon gelden.

De 'vrijwillige' overuren werden ingevoerd door de wet betreffende werkbaar en wendbaar werk. Voor deze overuren gelden veel minder formaliteiten en de werkgever moet er geen inhaalrust voor toekennen of overloon betalen. Ze tellen ook niet mee voor het naleven van de interne overurengrens.

De voordelige uitbetaling van overuren wegens buitengewone vermeerdering van werk en onvoorziene noodzakelijkheid blijft gewoon bestaan. Maar het gunsegime geldt wel enkel voor een totaal van maximum 360 vrijwillige en andere overuren per kalenderjaar (en voor zover er sprake is van een voltijdse tewerkstelling). De wijzigingen hebben geen gevolgen voor de werkgevers zonder witte kassa, bij wie 300 niet in te halen overuren kunnen gepresteerd worden die van dezelfde vrijstellingen genieten.

Dit onderdeel van de verzamelwet van 15 januari 2018 is in werking getreden op 15 februari 2018.

Bron: Wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk, BS 5 februari 2018 (art. 48?51 DB Werk)