Hervorming COIV moet zorgen voor efficiëntere werking

Het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring (COIV) wordt hervormd. Aan de basisregels wordt niet geraakt. Maar de wetgever voert wel enkele veranderingen door om de slagkracht van het COIV te verhogen. Bedoeling is dat de instelling de in beslag genomen en verbeurdverklaarde goederen en geldsommen efficiënter gaat beheren. We stippen enkele nieuwigheden aan.

COIV

Het COIV is en blijft een instelling die bijstand geeft aan gerechtelijke overheden op het vlak van inbeslagneming en verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen. Het COIV is actief op vier actiedomeinen:

het beheer van in beslag genomen vermogensbestanddelen en het bijhouden van een databank hierover;

de tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen;

het verstrekken van opleiding, operationele bijstand en advies; en

de internationale samenwerking op het gebied van beslag en confiscatie en het onderhouden van relaties met soortgelijke buitenlandse instellingen.

AMO en ARO

Het COIV wordt wettelijk verankerd als 'asset management office' (AMO), het gecentraliseerd bureau voor het beheer van bevroren voorwerpen, en als 'asset recovery office' (ARO), het nationaal bureau voor de ontneming van vermogensbestanddelen. Hiermee voldoet ons land meteen ook aan zijn Europese verplichtingen.

Beheer vreemde deviezen

Wanneer het COIV vreemde deviezen moet beheren, zou het - aldus de huidige regels - de in beslag genomen vreemde deviezen moeten kunnen omzetten in euro volgens de regels en drempels die in een KB zijn vastgelegd. Dat KB is er echter nooit gekomen. Van die regel wordt dan ook afgestapt: voortaan zal het COIV naast geldsommen in euro ook vreemde valuta kunnen beheren - zonder dat die dus omgezet moeten worden naar euro. Een KB zal nog vastleggen om welke vreemde valuta het precies gaat.

De vreemde valuta die niet op de lijst staan worden ter griffie bewaard. Het OM of de onderzoeksrechter kunnen die wel omzetten in euro via de vervreemdingsprocedure. In die gevallen zal het COIV de vreemde deviezen laten omwisselen in euro via zijn huisbankier.

Beheerskosten

De kosten voor het beheer van in beslag genomen vermogensbestanddelen worden voortaan beschouwd als gerechtskosten. De directeur van het COIV staat in voor de taxatie van die kosten. Dat is dus geen taak van de magistraat die het beheer toevertrouwde aan het COIV.

Uitkering intresten

Bij de teruggave van de door het COIV beheerde sommen na opheffing van het strafbeslag worden die sommen verhoogd met intresten. De uitbetaling gebeurt voortaan volgens de artikelen 18 en 19 van het KB van nr. 150 van 18 maart 1935 over de deposito- en consignatiekas. De intrestvoet is steeds die van de financiële instelling waarop het COIV een beroep doet voor het beheer van de geldsommen.

Overdracht creditsaldi

Een van de opdrachten van het COIV is het verplicht beheer van geldsommen. Dat betekent dat het COIV de bewaring van geldsommen niet mag weigeren, tenzij het gaat om vals geld of vreemde valuta die niet op de toegelaten lijst staan.

Het verplicht beheer betreft niet alleen het in beslag genomen cash geld, maar ook de getransfereerde creditsaldi van in beslag genomen rekeningen. De beslagleggende magistraat van het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter is voortaan verplicht om binnen drie maanden de creditsaldi te transfereren naar het COIV. De magistraat kan - mits de nodige motivatie - wel van die verplichting afwijken.

Waardevast beheer

De regels over het waardevast beheer van de in beslag genomen vermogensbestanddelen blijven grotendeels ongewijzigd.

Toch vallen twee nieuwigheden te noteren.

Waardevast beheer geldt ook voor vermogensbestanddelen die in België in beslag zijn genomen in uitvoering van een verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken. De bevoegde gerechtelijke autoriteit in de verzoekende staat wordt hierover vooraf ingelicht. Vanaf dan heeft zij drie maanden om te reageren. Het OM stelt haar in kennis van het resultaat van de beheersmaatregel.

Daarnaast komt er een systeem van automatische vervreemding of teruggave tegen betaling van een geldsom van in beslag genomen motorvoertuigen, vaartuigen en vliegtuigen door het COIV. Het OM of de onderzoeksrechter geeft binnen drie maanden na de inbeslagname de opdracht aan het COIV om deze vermogensbestanddelen te verkopen of terug te geven tegen betaling. Reden hiervoor zijn de heel snelle waardedaling en de hoge bewaarkosten van deze transportmiddelen.
De behandelende magistraat kan wel beslissen om die maatregel van waardevast beheer niet te nemen wegens redenen die specifiek zijn voor het dossier of het beslagen goed. Bijvoorbeeld wanneer het transportmiddel een belangrijk bewijselement is in het dossier en dus beschikbaar moet blijven voor een tegenexpertise. Of wanneer de magistraat eerst wil wachten op het resultaat van het hangend strafrechtelijk kort geding.

Takelen

Het COIV kan voortaan zelf een politiedienst vorderen om een takeldienst te belasten met de overbrenging van een te verkopen motorvoertuig naar de plaats waar het voertuig wordt gestald of verkocht. Op die manier kunnen voertuigen snel overgebracht worden naar het magazijn van de FinShop om de openbare verkoop voor te bereiden. Tot nu moest de magistraat die het COIV opdroeg om het voertuig te verkopen, zelf het initiatief nemen om het voertuig weg te laten takelen. Nu volstaat dat het COIV hierover gewoon overlegt met de magistraat. En dat kan heel informeel verlopen. Bijvoorbeeld via telefoon of e-mail.

Het COIV kan trouwens op dezelfde eenvoudige manier een transporteur belasten met de overbrenging van andere vermogensbestanddelen dan motorvoertuigen. Op die manier kan de vervreemding van die zaken ook snel en efficiënt verlopen.

Notaris

Wanneer het COIV de toelating tot verkoop van een onroerend goed heeft verkregen, vertrouwt het het verkoopmandaat steeds toe aan een notaris. De directeur vordert dan een notaris die als lasthebber met de verkoop wordt belast.

De opdrachten van die notaris - als lasthebber van het COIV - zijn nu wettelijk vastgelegd.

Terbeschikkingstelling aan politiediensten

De terbeschikkingstelling van in beslag genomen vermogensbestanddelen aan politiediensten na een beslissing tot vervreemding blijft grotendeels onveranderd. Maar ook hier zijn er wel enkele nieuwigheden

de directeur van het COIV kan voortaan overgaan tot terbeschikkingstelling zonder akkoord van de magistraat die het COIV machtigde om het vermogensbestanddeel te vervreemden;

hij moet bij de stopzetting van de terbeschikkingstelling ook een beschrijvende staat en waardering van het betrokken vermogensbestanddeel opmaken. En dus niet alleen vóór het in gebruik wordt genomen door de politiedienst.

Tot nu mocht de politie het betrokken vermogensbestanddeel niet gebruiken op een wijze die de bewijsvoering à charge of à décharge onmogelijk maakte. Die regel wordt opgeheven, omdat de terbeschikkingstelling een facultatieve maatregel is. De directeur van het COIV zal de terbeschikkingstelling niet toestaan als het een cruciaal bewijsstuk is in de strafzaak.

Gegevensbeheer

Het COIV verzamelt, beheert en verwerkt steeds de gegevens van een aantal in beslag genomen en verbeurdverklaarde vermogensbestanddelen, ongeacht het bedrag of hun waarde. Het gaat om onroerende goederen, gemotoriseerde voertuigen, schepen en voertuigen (exclusief wrakken), effecten, geldsommen, rekeningen bij financiële instellingen, virtuele valuta, levende dieren en zakelijke rechten en schuldvorderingen. Voor de andere roerende vermogensbestanddelen zullen de gegevens pas verzameld, beheerd en verwerkt worden als ze de bij KB vastgelegde waardedrempels overschrijden.

De consultatie van die gegevensbank is strikt gelimiteerd. Onder meer magistraten van het OM, onderzoeksrechters, politiediensten, de Veiligheid van de Staat, griffies van hoven en rechtbanken, het OCAD, de cel voor financiële informatieverwerking en ambtenaren van de FOD Financiën en de FOD Justitie krijgen toegang. Maar enkel wanneer de toegang nodig is om hun opdrachten te kunnen uitoefenen.

Aanmelding

Het OM en de onderzoeksrechter melden alle inbeslagnemingen en verbeurdverklaringen aan het COIV. Alle aanmeldingen gebeuren voortaan onverwijld na de inbeslagneming of de beslissing over de in beslag genomen vermogensbestanddelen (zoals bv. de opheffing van het beslag, de vernietiging of de verbeurdverklaring).

Bestemming

De directeur van het COIV geeft voortaan zelf een bestemming aan het beheerde vermogensbestanddeel wanneer het OM na seponering van het dossier nalaat om te beslissen over de bestemming. Of wanneer de rechter er geen definitieve bestemming aan geeft in zijn beslissing. Dit in beide gevallen wel alleen maar na voorafgaand bericht aan de bevoegde magistraat van het OM. Het OM kan dan alsnog aan het COIV de definitieve bestemming meedelen, en dit tot zolang het COIV zijn beslissing niet heeft uitgevoerd.

Teruggave

Er komt een procedure voor de teruggave van de in beslag genomen geldsommen en andere goederen

Na kennisgeving van de uitvoerbare beslissing tot teruggave heeft het COIV twee maanden om de door hem beheerde in beslag genomen geldsommen of andere goederen terug te geven. Het COIV kan de terug te geven gelden wel compenseren met publieke schulden van de begunstigde. Daarom gaat het overwijld over tot de bevraging van de publieke schuldeisers.

De maximale teruggavetermijn van twee maanden kan op vraag van een publieke schuldeiser verlengd worden met een maand zodat die genoeg tijd heeft om alle informatie die zijn publieke schuldvordering kan staven voor te leggen aan het COIV.

De teruggavetermijnen worden geschorst in de situaties waarin een belanghebbende een bewarende maatregel nam met opschortend effect ten aanzien van de beslissing tot teruggave van de goederen of geldsommen.

Betaling van geldsommen in strafzaken

Het COIV kan steeds belast worden met de betaling van geldsommen in strafzaken via de bankrekening van het COIV. Met uitzondering van de teruggave van borgsommen waarvan de consignatie is opgedragen aan de Deposito- en Consignatiekas of een andere instelling.

Die algemene bevoegdheid van het COIV strekt zich bv. uit tot de borgsom als voorwaarde voor de opheffing van het strafbeslag, tot de borgsom als voorlopige maatregel t.a.v. een rechtspersoon die betrokken is in een strafonderzoek, tot de borgsom die opgelegd is bij de bewaring in natura van in beslag genomen vermogensbestanddelen bij de beslagene of een derde, en tot de vergoedingen van de Belgische staat wegens onwerkzame voorlopige hechtenis.

Vernietiging goederen

Het COIV kan op vraag van de procureur des Konings bijstand geven bij de vernietiging van goederen. Het staat dus - in tegenstelling tot wat tot nu in de wetgeving stond - niet in voor de uitvoering en de opvolging van de vernietigingsbeslissing van de procureur. Voor de materiële vernietiging is het COIV dus niet bevoegd, het kan bv. wel het OM adviseren bij de keuze van een gespecaliseerde overheidsdienst of private firma voor de vernietiging.

Illegale goederen

De procureur des Konings kan als alternatief voor de onmiddellijke vernietiging illegale goederen ter beschikking stellen van politiediensten en wetenschappelijke instellingen (zoals bv. het NICC). Die mogen die goederen enkel gebruiken voor didactische of wetenschappelijke doeleinden of voor de studie van relevante criminele fenomenen.

Hij kan ze ook ter beschikking stellen van een politiedienst in een welbepaald dossier zodat die ze kan gebruiken om opsporingshandelingen voor te bereiden en uit te voeren.

Delegatie

Wanneer de expertise van het COIV nuttig kan zijn, mag de korpschef van het OM in bepaalde zaken de uitoefening van bepaalde bevoegdheden op het gebied van inbeslagneming en verbeurdverklaring delegeren aan een magistraat van het COIV. Wel alleen met akkoord van de directeur van het COIV. Als het COIV niet wil ingaan op dat verzoek, kan de korpschef van het OM zijn vraag voorleggen aan de procureur-generaal die binnen het college van procureurs-generaal belast is met de materie van het recht en de criminaliteit in financiële, fiscale en economische zaken. Die beslist dan na overleg met het COIV wat er gaat gebeuren.

De bevoegdheden van de gedelegeerde magistraat zijn uiteraard beperkt tot de bevoegdheden van het OM op het gebied van inbeslagneming en verbeurdverklaring voor onderzoeks- en vonnisgerechten.

Thematische opleidingen

Het COIV kan thematische vormingen over inbeslagneming en verbeurdverklaring geven aan magistraten en stagiairs, politiediensten, belanghebbende openbare diensten en buitenlandse equivalente instellingen. Enkel in samenspraak met het IGO of de opleidingsdiensten voor politiediensten en overheidsambtenaren.

Internationale samenwerking

Het COIV kan zich aansluiten bij internationale netwerken met soortgelijke buitenlandse instellingen. Het kan samenwerkingsakkoorden afsluiten met buitenlandse organisaties die nuttig zijn voor het uitvoeren van zijn opdrachten.

Het kan met die instellingen en organisaties samenwerken op volgende actiedomeinen: operationele informatie, goede praktijken, thematische vorming en bijstand in operationele dossiers.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 4 februari 2018 treedt in werking op 1 juli 2018. De nieuwe regels over het beheer van de in beslag genomen goederen zijn toepasselijk op de inbeslagnemingen van na 1 juli 2018.

Bron: Wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, BS 26 februari 2018

Zie ook:
Besluit 2007/845/JBZ van 6 december 2007 betreffende de samenwerking tussen de nationale bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen op het gebied van opsporing en de identificatie van opbrengsten van misdrijven of andere vermogensbestanddelen die hun oorsprong vinden in misdrijven
Richtlijn nr. 2014/42/EU van 3 april 2014 betreffende de bevriezing en confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie (art. 10)