Verhoging van sommige bedragen inzake arbeidsongeschiktheid

Sommige bedragen op het vlak van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen worden opgetrokken (ZIV-reglementering). Het gaat hoofdzakelijk om de dagloongrens voor de berekening van de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid, de minimum daguitkering wegens ongeschiktheid, de invaliditeitsuitkering wegens arbeidsongeschiktheid met een duur van 6 jaar en de forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden.

Dagloongrens

De uitkering wegens arbeidsongeschiktheid wordt berekend op het bruto dagloon van de werknemer. Dat dagloon is evenwel begrensd.

Voor de gerechtigde voor wie de primaire arbeidsongeschiktheid (eerste jaar ongeschiktheid) of de invaliditeit (meer dan een jaar) aanvangt vanaf 1 april 2018, wordt het maximumbedrag van het 'bruto dagloon' dat voor de berekening van zijn uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid in acht genomen wordt vastgelegd op 139,7388 EUR (hetzij 101,7911 EUR vóór indexering).

De vroegere grens (138,6297 EUR) blijft nog altijd van toepassing voor de arbeidsongeschiktheden (ook voor het moederschapsverlof, enz.) die tussen 1 april 2015 en 31 december 2017 aangevangen zijn.

Uitkering voor invalide zonder gezinslast

Het bedrag van de minimum daguitkering wegens ongeschiktheid ?reguliere samenwonende werknemer? is op zijn beurt gestegen op 1 september 2017. Het betreft hier een bijzondere categorie van ?gerechtigden die niet als werknemers met persoon ten laste? beschouwd worden. De minimum daguitkering stijgt zo van 28,6368 EUR tot 29,1236 EUR (basisbedrag, buiten indexering).

Uitkering wegens invaliditeit met een duur van 6 jaar

De invaliditeitsuitkering wegens een arbeidsongeschiktheid met een duur van 6 jaar die uiterlijk op 31 december 2018 verstrijkt, wordt opgetrokken met 2%. Deze maatregel beoogt de arbeidsongeschiktheden die aangevangen zijn tussen 1 januari en 31 december 2012 waarvan de duur van 6 jaar uiterlijk op 31 december 2018 bereikt wordt. Deze herwaardering geldt echter niet voor de gerechtigden die de minimum daguitkering wegens ongeschiktheid genieten, waarvan sprake in de vorige paragraaf. De herwaardering met 2 % is sinds 1 januari 2018 van toepassing.

Hulp van derden en 'inhaaltegemoetkoming'

Sommige arbeidsongeschikte werknemers die vanwege hun lichamelijke of geestestoestand de gewone handelingen van het dagelijks leven niet alleen kunnen verrichten, kunnen een ?forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden' genieten. Ze wordt hun toegekend vanaf de 4e maand arbeidsongeschiktheid bovenop de ziekte-uitkering. De beslissing wordt genomen door de adviserend geneesheer.

Het 'dagbedrag' van deze vergoeding stijgt met 5%. Zo wordt ze opgetrokken tot 21,85 EUR bruto per dag (hetzij 15,9152 EUR niet-geïndexeerd) en dit met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2017.

Thans wordt ook een 'eenmalige inhaaltegemoetkoming voor hulp van derden' toegekend aan sommige gerechtigden. Het gaat om personen die voor de periode gaande van 1 mei 2017 tot en met 30 september 2017 voor ten minste één vergoedbare dag aanspraak konden maken op 'de forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden'.

Deze 'eenmalige inhaaltegemoetkoming' wordt in oktober 2017 uitgekeerd en is gelijk aan 5% van het dagbedrag van elke forfaitaire tegemoetkoming die daadwerkelijk betaald werd gedurende diezelfde periode (met name van 1 mei 2017 tot 31 september 2017).

De invaliden die op 31 december 2006 recht hadden op uitkeringen als gerechtigden met gezinslast op basis van ?de erkenning van de behoefte aan andermans hulp?, kunnen dat recht behouden als het verschil tussen het bedrag van hun uitkering als gerechtigde met gezinslast en het bedrag van hun uitkering als gerechtigde zonder gezinslast hoger is dan een bepaald bedrag. Sinds 1 oktober 2017 is dat bedrag eveneens gelijk aan 15,9125 EUR (niet-geïndexeerd). Deze gerechtigden hebben thans ook recht op een ?eenmalige inhaaltegemoetkoming' volgens bepaalde criteria.

Let wel, u mag deze 'eenmalige inhaaltegemoetkoming voor hulp van derden' niet verwarren met de ?inhaalpremie?...

Bron: Koninklijk besluit van 14 januari 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 25 januari 2018