Ook 'onmiddellijke inning' in het ruimtelijkordeningsrecht (RO-handhavingsbesluit)

Eén van de rechtsinstrumenten die via de omgevingsvergunning hun weg vinden naar het ruimtelijkordeningsrecht is het voorstel tot betaling van een geldsom. Dat regime van ?onmiddellijke inning? geldt daar sinds 1 maart 2018.

Voorstel tot betaling van een geldsom inzake RO

Het 'voorstel tot betaling van een geldsom' wordt ook 'bestuurlijke transactie' of 'transactievoorstel' genoemd, maar het is beter bekend als het 'voorstel tot onmiddellijke inning' uit het verkeersrecht. Het transactievoorstel is in administratieve procedures de tegenhanger van de minnelijke schikking uit het strafrecht.

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving kan immers aan de overtreder voorstellen om onmiddellijk een geldsom te betalen. Als de overtreder op dat voorstel ingaat, wordt het dossier gesloten en hoeft de hele procedure tot het opleggen van een exclusieve of alternatieve bestuurlijke boete niet opgestart te worden.
Het voorstel tot betaling van een geldsom is al langer bekend in het milieurecht, maar is nieuw in het ruimtelijkordeningsrecht.

Als de geldsom niet, of niet volledig wordt betaald, zal de gewestelijke beboetingsambtenaar toch nog de beboetingsprocedure starten, zoals voorzien is in de milieucodex DABM voor de schendingen van de milieuregels, of in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) voor de schendingen van de RO-regels.

De gewestelijke beboetingsambtenaar kan overigens alleen een voorstel tot betaling van een geldsom formuleren voor kleine overtredingen en op voorwaarde dat uit het verslag van vaststelling of uit het proces-verbaal duidelijk blijkt wie de inbreuk of het misdrijf heeft gepleegd.
Zo kan er op milieuvlak een transactiesom voorgesteld worden voor kleine sluikstorten of bij het niet-respecteren van de toegankelijkheidsregels van een natuurreservaat. De geldsom bedraagt dan maximum 500 euro voor een milieu-inbreuk, en maximum 2.000 euro voor een milieumisdrijf.
Op ruimtelijkordeningsvlak moeten de 'kleine overtredingen' nog vastgelegd worden.

Volgens het jongste Handhavingsprogramma ruimtelijke ordening zullen er alvast géén voorstellen tot betaling van een geldsom gedaan worden als het proces-verbaal of het verslag van vaststelling zowel schendingen van de VCRO-, als van de DABM-regels bevatten.

Formaliteiten

Volgens het nieuwe RO-handhavingsbesluit moet een voorstel tot betaling van een geldsom op stedenbouwkundig vlak schriftelijk gedaan worden, met een beveiligde zending. Dat is:

met een aangetekende brief;

door afgifte tegen ontvangstbewijs; of

door elke andere (online-)betekeniswijze die door de Vlaamse regering wordt toegelaten waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.

In het voorstel moeten de volgende gegevens staan:

de datum en het nummer van het proces-verbaal of verslag van vaststelling;

de stedenbouwkundige inbreuk of het stedenbouwkundig misdrijf dat werd vastgesteld en de wettelijke regels die geschonden werden;

de decretale basis voor het voorstel tot betaling van een geldsom;

het bedrag van de geldsom, de wijze van betaling ervan en de betalingstermijn; en

wat het gevolg zal zijn als de geldsom niet op tijd betaald wordt.

Van toepassing:

Vlaams gewest.

Vanaf 1 maart 2018 (art. 51).

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2018 betreffende de handhaving van de ruimtelijke ordening en tot wijziging en opheffing van diverse besluiten, BS 28 februari 2018 [art. 11 en art. 51 van het RO-handhavingsbesluit].

Zie ook:

Decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, BS 27 augustus 2014 [handhavingsdecreet op de omgevingsvergunning].

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, BS 23 oktober 2014 [omgevingsvergunningsdecreet].