Strengere voorwaarden bij uitsluiting van werkloosheidsuitkeringen

Een nieuw koninklijk besluit voert strengere voorwaarden in om werknemers die werkloos worden wegens 'omstandigheden die afhankelijk zijn van hun wil' uit te sluiten van werkloosheidsuitkeringen. Deze bepalingen zijn van toepassing vanaf 19 februari 2018. Een overzicht.

Ten minste 13 weken gewerkt hebben

Een werknemer die werkloos wordt wegens omstandigheden die afhankelijk zijn van zijn wil wordt gedurende een bepaalde periode uitgesloten van het genot van de werkloosheidsuitkeringen (naargelang het geval van 4 weken tot 26 of 52 weken). Die omstandigheden zijn onder meer:

het verlaten van een passende dienstbetrekking zonder wettige reden;

of een ontslag dat het redelijke gevolg is van een foutieve houding van de werknemer.

Als de werknemer door één van die twee redenen werkloos wordt, bepaalt de reglementering dat hij toch recht heeft op werkloosheidsuitkeringen als hij gedurende een aantal weken vóór zijn aanvraag om uitkeringen een nieuwe betrekking heeft uitgeoefend. Tot voor kort moest hij ten minste 4 weken hebben gewerkt. Nu wordt hem gevraagd om vóór zijn aanvraag meer dan drie keer zo lang te werken, ten minste 13 weken, om niet van het genot van de uitkeringen te worden uitgesloten.

Uitsluiting bij herhaling

De periode van uitsluiting van de werkloosheidsuitkeringen wordt langer wanneer de werknemer tijdens het jaar of de 2 jaar die volgt/volgen op de eerste uitsluiting opnieuw werkloos wordt door feiten die afhankelijk zijn van zijn wil.

Bij herhaling tijdens de volgende 2 jaar loopt de uitsluiting pas af als de werknemer opnieuw voldoet aan de algemene toelaatbaarheidsvoorwaarden, of, en dat is nieuw, een wachttijd heeft vervuld in een onderneming van:

312 arbeids- (of gelijkgestelde dagen) in de loop van de 21 maanden die voorafgaan aan zijn uitkeringsaanvraag als voltijds werknemer;

312 halve arbeids- (of gelijkgestelde dagen) in de loop van de 27 maanden die voorafgaan aan zijn uitkeringsaanvraag als vrijwillig deeltijdse werknemer in een arbeidsregime dat voldoet aan de vereiste voorwaarden (ten minste 12u/week of 1/3 van een voltijdse arbeidsregeling in de onderneming).

Deze maatregen zijn onder meer van toepassing in de volgende omstandigheden die 'afhankelijk zijn van de wil van de werknemer' en waardoor hij werkloos is geworden: ontslag dat het redelijke gevolg is van een foutieve houding van de werknemer, werkverlating, een betrekking weigeren of zich niet aanmelden bij een werkgever, stopzetting of mislukking van een individueel actieplan, weigering van een werknemer van 45 jaar of ouder om mee te werken aan of in te gaan op een aanbod tot outplacementbegeleiding, enz.

De maatregelen zijn ook van toepassing op 'bruggepensioneerden' die beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt en die een passende dienstbetrekking weigeren.

Administratieve sancties

Als blijkt dat de werkloze onterecht werkloosheidsuitkeringen heeft ontvangen ten gevolge van een onjuiste of onvolledige verklaring over zijn situatie of omdat hij de bevoegde diensten niet heeft ingelicht over een verandering ervan (verhuizing, overstap naar andere uitbetalingsinstelling, enz.) loopt hij het risico dat hij zijn werkloosheidsuitkeringen gedurende ten minste 4 tot 13 weken verliest.

Voortaan wordt de minimumsanctie opgetrokken tot 8 weken als de onjuiste verklaring betrekking heeft op de gezinstoestand of persoonlijke toestand van de werknemer (samenwonend, alleenstaand, rechthebbende op een aanvullende vergoeding wegens nachtarbeid, enz.)

Vanaf wanneer?

Deze maatregelen zijn van toepassing vanaf 19 februari 2018.

Bron: Koninklijk besluit van 18 januari 2018 tot wijziging van de artikelen 51, 52, 52bis, 54 en 153 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 9 februari 2018